naar de bespreking van BWV 9

Es ist das Heil uns kommen her (BWV 9)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

Es ist das Heil uns kommen herHet heil is naar ons toe gekomen,
von Gnad und lauter Güte;het heil van genade en louter goedheid.
die Werk', die helfen nimmermehr,Goede werken helpen nooit,
sie mögen nicht behüten;die kunnen ons niet beschermen.
der Glaub' sieht Jesum Christum an,Het geloof kijkt naar Jezus Christus,
der hat gnug für uns all getan,die heeft ons allen genoeggedaan,
er ist der Mittler worden.hij is de middelaar geworden.

2. Recitatief (B)

Gott gab uns ein Gesetz,God heeft ons een wet gegeven,
doch waren wir zu schwach,maar wij waren te zwak
daß wir es hätten halten können.om ons eraan te kunnen houden.
Wir gingen nur den Sünden nach,Wij joegen slechts de zonden na,
kein Mensch war fromm zu nennen;geen mens kon vroom worden genoemd;
der Geist blieb an dem Fleische klebende geest bleef aan het vlees kleven
und wagte nicht zu widerstreben.en durfde zich niet te verzetten.
Wir sollten in Gesetze gehnWij moesten volgens wetten leven
und dort als wie in einem Spiegel sehn,en daar als in een een spiegel zien
wie unsere Natur unartig sei;hoe verdorven onze aard was,
und dennoch blieben wir dabei.en toch volhardden wij erin.
Aus eigner Kraft war niemand fähig,Uit eigen kracht was niemand in staat
der Sünden Unart zu verlassen,de ondeugd van de zonden te verlaten,
er mocht' auch alle Kraft zusammenfassen.hoezeer hij zich ook inspande.

3. Aria (T)

Wir waren schon zu tief gesunken,Wij waren al te diep gezonken,
der Abgrund schluckt uns völlig ein,de afgrond slokte ons volkomen op,
die Tiefe drohte schon den Tod,de diepte dreigde al met de dood,
und dennoch konnt in solcher Noten toch kon in die nood
uns keine Hand behülflich sein.geen hand ons helpen.

4. Recitatief (B)

Doch mußte das Gesetz erfüllet werden; Toch moest de wet worden vervuld,
deswegen kam das Heil der Erden, daarom kwam het heil der aarde,
des Höchsten Sohn, de zoon van de Allerhoogste;
der hat es selbst erfüllt hij vervulde zelf de wet
und seines Vaters Zorn gestillt. en stilde de toorn van zijn vader.
Durch sein unschuldig Sterben Door zijn onschuldig sterven
ließ er uns Hülf erwerben. maakte hij dat wij hulp kregen.
wer nun demselben traut, Wie nu op hem vertrouwt,
wer auf sein Leiden baut, wie bouwt op zijn lijden,
der gehet nicht verloren. die gaat niet verloren.
Der Himmel ist vor den erkoren, De hemel wacht hem
der wahren Glauben mit sich bringt die een waar geloof meebrengt
und fest um Jesu Arme schlingt.en zich stevig door Jezus laat omhelzen.

5. Aria/duet (S, A)

Herr, du siehst statt guter WerkeHeer, u kijkt niet naar goede werken,
auf des Herzens Glaubensstärke,maar naar de geloofskracht van het hart,
nur den Glauben nimmst du an.u neemt alleen het geloof aan.
Nur der Glaube macht gerecht,Alleen het geloof rechtvaardigt,
alles andre scheint zu schlecht,al het andere schijnt te minderwaardig
als daß es uns helfen kann.om ons te kunnen helpen.

6. Recitatief (B)

Wenn wir die Sünd aus dem Gesetz erkennen,Als de wet ons doet zien dat wij zondig zijn,
so schlägt es das Gewissen nieder;dan wordt ons geweten bedroefd.
doch ist das unser Trost zu nennen,Maar onze troost is
dass wir im Evangeliodat wij in het evangelie
gleich wieder frohmeteen weer blij
und freudig werden:en verheugd worden:
dies stärket unsern Glauben wieder.dat sterkt ons geloof weer.
Drauf hoffen wir der Zeit,Wij hopen op de tijd
die Gottes Gütigkeitdie Gods goedheid
uns zugesaget hat,ons heeft beloofd,
doch aber auch aus weisem Ratmaar waarvan hij ons in zijn wijsheid
die Stunden uns verschwiegen.het precieze uur heeft verzwegen.
Jedoch, wir lassen uns begnügen,Maar dat aanvaarden wij,
er weiß es, wenn es nötig ist,want hij weet wanneer het nodig is,
und brauchet keine Listen hij hoeft ons niet te bedriegen;
an uns; wir dürfen auf ihn bauenwij mogen op hem bouwen
und ihm allein vertrauen.en alleen op hem vertrouwen.

7. Koraal

Ob sich's anließ, als wollt' er nicht,Al lijkt het misschien dat hij het niet wil,
laß dich es nicht erschrecken,schrik er niet van;
denn wo er ist am besten mit,want juist als hij het beste met ons voor heeft,
da will er's nicht entdecken.wil hij dat niet openbaren.
sein Wort laß dir gewisser sein,Vertrouw maar meer op zijn woord,
und ob dein Herz spräch lauter Nein,en ook als je hart alleen maar Nee zegt,
so laß doch dir nicht grauen.vrees dan toch niet.
  
Libretto: Andreas Stübel (?) Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Koor

Es ist das Heil uns kommen her
von Gnad und lauter Güte;
die Werk', die helfen nimmermehr,
sie mögen nicht behüten;
der Glaub' sieht Jesum Christum an,
der hat gnug für uns all getan,
er ist der Mittler worden.


2. Recitatief (B) 

Gott gab uns ein Gesetz,
doch waren wir zu schwach,
daß wir es hätten halten können.
Wir gingen nur den Sünden nach,
kein Mensch war fromm zu nennen;
der Geist blieb an dem Fleische kleben
und wagte nicht zu widerstreben.
Wir sollten in Gesetze gehn
und dort als wie in einem Spiegel sehn,
wie unsere Natur unartig sei;
und dennoch blieben wir dabei.
Aus eigner Kraft war niemand fähig,
der Sünden Unart zu verlassen,
er mocht' auch alle Kraft zusammenfassen.

3. Aria (T) 

Wir waren schon zu tief gesunken,
der Abgrund schluckt uns völlig ein,
  die Tiefe drohte schon den Tod,
  und dennoch konnt in solcher Not
  uns keine Hand behülflich sein.

4. Recitatief (B)

Doch mußte das Gesetz erfüllet werden;
deswegen kam das Heil der Erden,
des Höchsten Sohn, 
der hat es selbst erfüllt
und seines Vaters Zorn gestillt.
Durch sein unschuldig Sterben
ließ er uns Hülf erwerben.
wer nun demselben traut,
wer auf sein Leiden baut,
der gehet nicht verloren.
Der Himmel ist vor den erkoren,
der wahren Glauben mit sich bringt
und fest um Jesu Arme schlingt.

5. Aria/duet (S, A)

Herr, du siehst statt guter Werke
auf des Herzens Glaubensstärke,
nur den Glauben nimmst du an.
  Nur der Glaube macht gerecht,
  alles andre scheint zu schlecht,
  als daß es uns helfen kann.

6. Recitatief (B)

Wenn wir die Sünd aus dem Gesetz erkennen,
so schlägt es das Gewissen nieder;
doch ist das unser Trost zu nennen,
dass wir im Evangelio
gleich wieder froh
und freudig werden:
dies stärket unsern Glauben wieder.
Drauf hoffen wir der Zeit,
die Gottes Gütigkeit
uns zugesaget hat,
doch aber auch aus weisem Rat
die Stunden uns verschwiegen.
Jedoch, wir lassen uns begnügen,
er weiß es, wenn es nötig ist,
und brauchet keine List
an uns; wir dürfen auf ihn bauen
und ihm allein vertrauen.

7. Koraal

Ob sich's anließ, als wollt' er nicht,
laß dich es nicht erschrecken,
denn wo er ist am besten mit,
da will er's nicht entdecken.
sein Wort laß dir gewisser sein,
und ob dein Herz spräch lauter Nein,
so laß doch dir nicht grauen.



Libretto: Andreas Stübel (?)
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

Het heil is naar ons toe gekomen,
het heil van genade en louter goedheid.
Goede werken helpen nooit,
die kunnen ons niet beschermen.
Het geloof kijkt naar Jezus Christus,
die heeft ons allen genoeggedaan,
hij is de middelaar geworden.

2. Recitatief (B) 

God heeft ons een wet gegeven,
maar wij waren te zwak
om ons eraan te kunnen houden.
Wij joegen slechts de zonden na,
geen mens kon vroom worden genoemd;
de geest bleef aan het vlees kleven
en durfde zich niet te verzetten.
Wij moesten volgens wetten leven
en daar als in een een spiegel zien
hoe verdorven onze aard was,
en toch volhardden wij erin.
Uit eigen kracht was niemand in staat
de ondeugd van de zonden te verlaten,
hoezeer hij zich ook inspande.

3. Aria (T) 

Wij waren al te diep gezonken,
de afgrond slokte ons volkomen op,
de diepte dreigde al met de dood,
en toch kon in die nood
geen hand ons helpen.

4. Recitatief (B)

Toch moest de wet worden vervuld,
daarom kwam het heil der aarde,
de zoon van de Allerhoogste; 
hij vervulde zelf de wet
en stilde de toorn van zijn vader.
Door zijn onschuldig sterven
maakte hij dat wij hulp kregen.
Wie nu op hem vertrouwt,
wie bouwt op zijn lijden,
die gaat niet verloren.
De hemel wacht hem
die een waar geloof meebrengt
en zich stevig door Jezus laat omhelzen.

5. Aria/duet (S, A)

Heer, u kijkt niet naar goede werken,
maar naar de geloofskracht van het hart,
u neemt alleen het geloof aan.
Alleen het geloof rechtvaardigt,
al het andere schijnt te minderwaardig
om ons te kunnen helpen.

6. Recitatief (B)

Als de wet ons doet zien dat wij zondig zijn,
dan wordt ons geweten bedroefd.
Maar onze troost is
dat wij in het evangelie
meteen weer blij
en verheugd worden:
dat sterkt ons geloof weer.
Wij hopen op de tijd
die Gods goedheid
ons heeft beloofd,
maar waarvan hij ons in zijn wijsheid
het precieze uur heeft verzwegen.
Maar dat aanvaarden wij,
want hij weet wanneer het nodig is,
en hij hoeft ons niet te bedriegen;
wij mogen op hem bouwen
en alleen op hem vertrouwen.

7. Koraal

Al lijkt het misschien dat hij het niet wil,
schrik er niet van;
want juist als hij het beste met ons voor heeft,
wil hij dat niet openbaren.
Vertrouw maar meer op zijn woord,
en ook als je hart alleen maar Nee zegt,
vrees dan toch niet.


		Vertaling: Ria van Hengel