naar de bespreking van BWV 89

Was soll ich aus dir machen, Ephraim? (BWV 89)

Johann Sebastian Bach

1. Aria (B)

»Was soll ich aus dir machen, Ephraim? Wat moet ik van je maken, Efraim?
Soll ich dich schützen, Israel? Moet ik je beschermen, Israël?
Soll ich nicht billig Zou het niet terecht zijn
ein Adama aus dir machen als ik een Adma van je maakte
und dich wie Zeboim zurichten? en je zou toetakelen zoals Seboïm?
Aber mein Herz ist anders Sinnes, Maar mijn hart wil iets anders,
meine Barmherzigkeit ist zu brünstig.«mijn barmhartigheid is te vurig.

2. Recitatief (A)

Ja, freilich sollte Gott Ja, natuurlijk zou God
ein Wort zum Urteil sprechen een oordeel moeten uitspreken
und seines Namens Spott en de bespotting van zijn naam
an seinen Feinden rächen. op zijn vijanden moeten wreken.
Unzählbar ist die Rechnung deiner Sünden, Ontelbaar zijn je zonden,
und hätte Gott auch gleich Geduld, en ook als God geduld zou hebben,
verwirft doch dein feindseliges Gemüte verwerpt je vijandige hart
die angebotne Güte de aangeboden goedheid
und drückt den Nächsten en je zet je naaste onder druk
um die Schuld; vanwege zijn schuld aan jou;
so muß die Rache sich entzünden.dat moet wel wraak oproepen.

3. Aria (A)

Ein unbarmherziges GerichteZeker zal er een onbarmhartig oordeel
wird über dich gewiß ergehn.over jou worden uitgesproken.
Die Rache fängt bei denen an,De wraak begint bij hen
die nicht Barmherzigkeit getan,die niet barmhartig zijn geweest
und machet sie wie Sodom ganz zunicht.en vernietigt hen volkomen zoals Sodom.

4. Recitatief (S)

Wohlan! mein Herz legt Zorn, Komaan, mijn hart legt toorn,
Zank und Zwietracht hin; twist en tweedracht af;
es ist bereit, dem Nächsten zu vergeben. het is bereid de naaste te vergeven.
Allein, wie schrecket mich mein sündenvolles Leben, Wat schrik ik echter van mijn zondige leven,
daß ich vor Gott in Schulden bin! van mijn grote schuld jegens God!
Doch Jesu Blut Maar het bloed van Jezus
macht diese Rechnung gut, vereffent die rekening
wenn ich zu ihm, als des Gesetzes Ende, wanneer ik mij, als het einde van de wet,
mich gläubig wende.gelovig tot hem wend.

5. Aria (S)

Gerechter Gott, ach rechnest du?Rechtvaardige God, ach, rekent u?
so werde ich zum Heil der SeelenDan zal ik tot heil van mijn ziel
die Tropfen Blut von Jesu zählen.de druppels bloed van Jezus tellen.
Ach rechne mir die Summe zu!Ach, reken mij het bedrag toe!
Ja weil sie niemand kann ergründen,Ja, omdat niemand dat kan doorgronden,
bedeckt sie meine Schuld und Sünden.bedekt het mijn schuld en mijn zonden.

6. Koraal

Mir mangelt zwar sehr viel,Het ontbreekt mij weliswaar aan veel,
doch, was ich haben will,maar wat ik wil hebben
ist alles mir zuguteheb ik allemaal tot mijn heil
erlangt mit deinem Blute,ontvangen door uw bloed,
damit ich überwindezodat ik kan overwinnen
Tod, Teufel, Höll und Sünde.dood, duivel, hel en zonde.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Aria (B)

»Was soll ich aus dir machen, Ephraim?
Soll ich dich schützen, Israel?
Soll ich nicht billig 
ein Adama aus dir machen
und dich wie Zeboim zurichten?
Aber mein Herz ist anders Sinnes,
meine Barmherzigkeit ist zu brünstig.«

2. Recitatief (A)

Ja, freilich sollte Gott
ein Wort zum Urteil sprechen
und seines Namens Spott
an seinen Feinden rächen.
Unzählbar ist die Rechnung deiner Sünden,
und hätte Gott auch gleich Geduld,
verwirft doch dein feindseliges Gemüte
die angebotne Güte
und drückt den Nächsten 
um die Schuld;
so muß die Rache sich entzünden.

3. Aria (A)

Ein unbarmherziges Gerichte
wird über dich gewiß ergehn.
  Die Rache fängt bei denen an,
  die nicht Barmherzigkeit getan,
  und machet sie wie Sodom ganz zunicht.

4. Recitatief (S)

Wohlan! mein Herz legt Zorn, 
Zank und Zwietracht hin;
es ist bereit, dem Nächsten zu vergeben.
Allein, wie schrecket mich mein sündenvolles Leben,
daß ich vor Gott in Schulden bin!
Doch Jesu Blut
macht diese Rechnung gut,
wenn ich zu ihm, als des Gesetzes Ende,
mich gläubig wende.

5. Aria (S)

Gerechter Gott, ach rechnest du?
so werde ich zum Heil der Seelen
die Tropfen Blut von Jesu zählen.
Ach rechne mir die Summe zu!
Ja weil sie niemand kann ergründen,
bedeckt sie meine Schuld und Sünden.

6. Koraal

Mir mangelt zwar sehr viel,
doch, was ich haben will,
ist alles mir zugute
erlangt mit deinem Blute,
damit ich überwinde
Tod, Teufel, Höll und Sünde.



Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Aria (B)

Wat moet ik van je maken, Efraim?
Moet ik je beschermen, Israël?
Zou het niet terecht zijn 
als ik een Adma van je maakte
en je zou toetakelen zoals Seboïm?
Maar mijn hart wil iets anders,
mijn barmhartigheid is te vurig.

2. Recitatief (A)

Ja, natuurlijk zou God
een oordeel moeten uitspreken
en de bespotting van zijn naam
op zijn vijanden moeten wreken.
Ontelbaar zijn je zonden,
en ook als God geduld zou hebben,
verwerpt je vijandige hart
de aangeboden goedheid
en je zet je naaste onder druk
vanwege zijn schuld aan jou;
dat moet wel wraak oproepen.

3. Aria (A)

Zeker zal er een onbarmhartig oordeel
over jou worden uitgesproken.
De wraak begint bij hen
die niet barmhartig zijn geweest
en vernietigt hen volkomen zoals Sodom.

4. Recitatief (S)

Komaan, mijn hart legt toorn, 
twist en tweedracht af;
het is bereid de naaste te vergeven.
Wat schrik ik echter van mijn zondige leven,
van mijn grote schuld jegens God!
Maar het bloed van Jezus
vereffent die rekening
wanneer ik mij, als het einde van de wet,
gelovig tot hem wend.

5. Aria (S)

Rechtvaardige God, ach, rekent u?
Dan zal ik tot heil van mijn ziel
de druppels bloed van Jezus tellen.
Ach, reken mij het bedrag toe!
Ja, omdat niemand dat kan doorgronden,
bedekt het mijn schuld en mijn zonden.

6. Koraal

Het ontbreekt mij weliswaar aan veel,
maar wat ik wil hebben
heb ik allemaal tot mijn heil
ontvangen door uw bloed,
zodat ik kan overwinnen
dood, duivel, hel en zonde.


		Vertaling: Ria van Hengel