Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Bisher habt ihr nichts gebeten in meinem Namen (BWV 87)

Geschreven voor Zondag Rogate

Voor het eerst uitgevoerd: 6 mei 1725

Libretto: Christiane Mariane von Ziegler

Solisten ATB koor SATB orkest str ob1,2 obcacc1,2 cont

Totaal 7 delen, 1 koraal

Vertaling: Ria van Hengel

Deze cantate werd de afgelopen jaren soms uitgevoerd

beluister

andere besprekingen

downloads uitleg

Bespreking

Wanneer Bach - waarschijnlijk door het overlijden van zijn vaste librettist - gedwongen wordt zijn na Pinksteren 1724 begonnen jaargang koraalcantates met Pasen 1725 voortijdig te beëindigen, voltooit hij deze met negen cantates op teksten van de dan 30-jarige Leipziger dichteres Christiane Mariane von Ziegler. Maar Bachs cantateteksten wijken nogal af van de teksten die Von Ziegler drie jaar later zelf publiceert; de verschillen, waarvan onderstaand enkele voorbeelden, zouden het gevolg kunnen zijn van latere wijzigingen door de dichteres in de versies waarover Bach blijkbaar kon beschikken. Waarschijnlijker is echter dat Bach zelf, uit eigen behoefte, in haar teksten ingreep.

Op de zondagen tussen Pasen en Pinksteren leest de kerk teksten uit het evangelie van Johannes, waarin Jezus zijn volgelingen voorbereidt op de periode na zijn kruisiging en hemelvaart. Voor de vijfde zondag na Pasen, Zondag Rogate, waarvoor Bach in 1725 (6 mei) zijn cantate 87 schreef, is dat Johannes 16: 23-30. Mariane von Ziegler stelt daarvan de verzen 24 en 33 centraal in haar cantatetekst; omdat deze tot Jezus' afscheidsrede behoren, worden ze door Bach in de delen (1) en (5) toegewezen aan de Vox Christi, de bas.

Jezus formuleert de titeltekst van de cantate, Bisher habt ihr nichts gebeten in meinem Namen (Joh. 16:24) als onderdeel van een oproep om, naar behoefte, via hem tot God te bidden, 'en gij zult ontvangen'. Von Ziegler interpreteert deze tekst echter nogal somber, als een bedreigende waarschuwing, omdat mensen hebben nagelaten om vergeving te bidden voor hun vele zonden. De hele cantate krijgt zo een tamelijk duister, grimmig karakter, met zes delen in mineur toonsoorten en als enig lichtpuntje de tenoraria (6) in Bes-groot. Wat trouwens niet ten nadele van de muziek gaat! De cantate wordt waarschijnlijk alleen maar zo weinig uitgevoerd omdat ze - buiten het vierstemmige slotkoraal - slechts drie solisten vergt (geen sopraan), en verder geen vierstemmig koorwerk.

1.   Arioso (B)

bas, strijkers, hobo 1/2, hobo da caccia 1, continuo

»Bisher habt ihr nichts gebeten in meinem Namen.«'Tot nu toe hebt u niets gebeden in mijn naam.'
beluister: Koopman

De acht woorden van de cantatetitel vormen de enige tekst voor het eerste deel (1) waarin de bas, de Vox Christi, wordt begeleid door drie strijkers en drie hobo's die de strijkerspartijen volgen. Het stuk kan - aangezien het hier om een bijbeltekst gaat - niet als ‘aria' worden aangeduid, en verloopt ook niet als zodanig; het opent weliswaar met een uitgebreide instrumentale inleiding, die een derde van het stuk beslaat, maar die fungeert niet als een ritornel in een aria: ze komt nergens meer terug, zelfs niet wanneer de bas zijn laatste noot heeft gezongen. De tekst wordt vijfmaal herhaald, waarbij de muziek achtereenvolgens de woorden Bisher, in meinen Namen en gebeten accentueert. De muziek is zoals de nadrukkelijk vermanende tekst: ernstig maar niet onvriendelijk: aantrekkelijk en ritmische zodat bijkans wordt verhuld dat hier een streng polyfoon stemmenweefsel wordt gesponnen tussen de hoge instrumentalisten en de bassolist.

2. Recitatief (A)

alt, continuo

O Wort, das Geist und Seel erschreckt.O woord dat geest en ziel doet schrikken!
Ihr Menschen,O mensen,
merkt den Zuruf, was dahinter steckt!luister naar die kreet, naar wat daarachter zit!
Ihr habt Gesetz und EvangeliumU hebt de wet en het evangelie
vorsätzlich übertreten,opzettelijk overtreden,
und diesfalls möcht' ihr ungesäumten daarom moet u onverwijld
in Buß und Andacht beten.boetvaardig en vroom bidden.
Koopman
beluister: Koopman

Dankzij het abrupte slot van (1) volgt in het alt-recitatief (2) terstond de verontrustende interpretatie die Von Ziegler aan de openingstekst geeft: gij zult vergeving vragen.

3. Aria (A)

alt, hobo da caccia 1/2, continuo

Vergib, o Vater, unsre Schuld,Vergeef ons onze schuld, o Vader,
und habe noch mit uns Geduld,en heb nog geduld met ons
wenn wir in Andacht betenals wij vroom bidden
und sagen: Herr, auf dein Geheiß,
en zeggen: Heer, op uw bevel,
ach, rede nicht mehr sprüchwortsweis,
ach, spreek niet meer in spreekwoorden,
hilf uns vielmehr vertreten!
maar help ons en kom voor ons op!
Harnoncourt
beluister: Koopman

En dat gebeurt in de lange en berouwvolle altaria (3). De alt wordt begeleid door de donkere sound van de twee althobo's, de oboi da caccia (letterlijk: jachthobo's); zij opereren niet polyfoon, maar veelal in parallelle tertsen en sexten. Hun belangrijkste motief is de klaaglijke Seufzer, twee stijgend of dalend gebonden achtste noten, waaraan de alt het woord Vergib zal verbinden (muziekvoorbeeld links). Maar er is ook een langzaam omhoogstrevende reeks rollende zestienden (muziekvoorbeeld rechts), die het Geduld blijken te illustreren bij het moeizame streven naar geconcentreerd gebed. Het continuo begeleidt de alt en de caccia's met een hardnekkige figuur: het smekende gebaar van een stijgend gebroken akkoord (arpeggio). Alle tekstuitbeeldende figuren zijn vervat in opvallend rijke harmonieën. Het woord sprüchwortsweis is geciteerd uit de evangelielezing (Joh. 16:25), waarin Jezus verklaart tot dan toe 'in beelden' te hebben gesproken maar belooft zich weldra directer te zullen uiten.

4.   Recitatief  (T)

tenor, strijkers, continuo

Wenn unsre SchuldAls onze schuld
bis an den Himmel steigt,tot aan de hemel stijgt,
du siehst und kennest ja mein Herz,u ziet en kent immers mijn hart,
das nichts vor dir verschweigt;dat niets voor u verzwijgt,
drum suche mich zu trösten.probeer mij dus te troosten!
Koopman
beluister: Koopman

In recitatief (4) bekent ook de tenor schuld, en vraagt om troost. Zijn recitatief wordt door strijkers begeleid die met name zijn kronkelig suchen van kleurrijke (chromatische) harmonieën voorzien. De tekst werd door Bach zelf in het libretto van Mariane von Ziegler ingevoegd, waarschijnlijk om alvast enige muzikale troost te bieden tussen de sombere aria (3) en de ascetisch getoonzette, belerende evangelietekst (5).

5. Arioso (B)

bas, continuo

»In der Welt habt ihr Angst;'In de wereld bent u bevreesd;
aber seid getrost,maar wees getroost,
ich habe die Welt überwunden.«ik heb de wereld overwonnen.'
beluister: Koopman

Het tweede Jezuswoord (Joh. 16:33) waarom de cantate draait (5) wordt opnieuw aan de Vox Christi toevertrouwd. Alle aardse luister ontbreekt in de sobere continuobegeleiding, die voortdurend eenzelfde figuur herhaalt. Angst wordt met schrijnende halve noten onderstreept, en ook de smartelijke harmonieën op Ich habe die Welt überwunden illustreren hoeveel strijd en pijn die overwinning kost. Alleen bij aber seid getrost wordt even naar een majeur toonsoort gemoduleerd. Met twee achtereenvolgende grote sprongen (none omlaag, decime omhoog) naar een lage G wordt de Welt ten slotte in haar afgrondelijkheid weggezet door de bas. Ondanks een herhaling van het instrumentale ritornel aan het slot heeft deze driedelige zetting van een Christuswoord wederom niet het karakter van een aria; het wordt door Bach aangeduid als basso solo.

6. Aria  (T)

tenor, strijkers, continuo

Ich will leiden, ich will schweigen,Ik wil lijden, ik wil zwijgen,
Jesus wird mir Hülf erzeigen,Jezus zal mij hulp bieden,
denn er tröst' mich nach dem Schmerz.want hij troost mij na de smart.
Weicht, ihr Sorgen, Trauer, Klagen,Verdwijn, zorgen, verdriet en geklaag,
denn warum sollt ich verzagen?want waarom zou ik de moed verliezen?
Fasse dich betrübtes Herz!Kom tot bedaren, bedroefd hart!
beluister: Koopman

Met de troostende tenoraria (6), het enige in een majeur toonsoort staande deel, is de toon weliswaar aanmerkelijk opgeklaard, maar de vreugde blijft gereserveerd en ingetogen: hier heerst de vredige acceptatie van het lijden, in het besef van Christus' hulp en bemoediging. Louter strijkers begeleiden de tenor, op het gracieuze 12/8-ritme van de siciliano dat een pastorale stemming schept, al ontbreken de dissonanten niet.

7. Koraal

tutti

Muß ich sein betrübet?Moet ik bedroefd zijn?
So mich Jesus liebet,Als Jezus mij liefheeft
ist mir aller Schmerzis alle smart voor mij
über Honig süße,zoeter dan honing,
tausend Zuckerküsseduizend suikerkussen
drücket er ans Herz.drukt hij op mijn hart.
Wenn die Pein sich stellet ein,Als de pijn komt,
seine Liebe macht zur Freudenverandert zijn liefde
auch das bittre Leiden.ook bitter leed in vreugde.
Harnoncourt
beluister: Koopman

Tot slotkoraal (7) dient vers 9 van Heinrich Müllers weinig bekende lied Selig ist die Seele (1659), dat werd gezongen op de veel bekender melodie van Jesu, meine Freude. De gemeente bevestigt de conclusie dat Christus' liefde het lijden tot een vreugde maakt. Met het donkere coloriet van de lage houtblazers en de mineur toonsoort keert de bedachtzame sfeer van het begin weer terug. Maar het slotakkoord is D-groot.

(NB In het veelgebruikte klavieruittreksel op basis van de oude Bachausgabe zijn, zonder goede reden, de regels über Honig süsse,/ tausend Zuckerküsse/ drücket er ans Hertz vervangen door nichts als lauter Wonne,/ seiner Liebe Sonne/ füllet mir das Herz.)

 

t  e  k  s  t  v  e  r  g  e  l  ij  k  i  n  g :
Mariane von Ziegler

 

2. O Wort! Das Geist und Hertz erschreckt,

Ach Menschen=Kinder! Merckt,

was wohl darhinter steckt;

Ihr habet das Gesetz

vorsätzlich übertreten

Und dißfals möcht ihr Tag und Nacht,

wann das Gewissen aufgewacht

In Buß und Andacht beten:

Bach

 

2. O Wort, das Geist und Seel erschreckt,

ihr Menschen, merckt den Zuruf,

was dahinter steckt!

Ihr habt Gesetz und Evangelium

vorsetzlich übertreten,

und diesfals möcht ihr ungesäumt

in Buß und Andacht beten.

 

 

6. Ich will leiden, ich will schweigen,

 

Jesus wird mir Hülff erzeigen

Denn er tröst mich nach dem Schmertz.

Weicht ihr Sorgen! Flieht ihr Klagen!

Seele, du darffst nicht verzagen,

Fasse dich betrübtes Hertz.

6. idem

 

idem

idem

Weicht, ihr Sorgen, Trauer, Klagen!

Denn warum solt ich verzagen?

fasse dich betrübtes Hertz!

 

 

Spreektekst Utrecht 5/5/13