naar de bespreking van BWV 82

Ich habe genung (BWV 82)

Johann Sebastian Bach

1. Aria (B)

Ich habe genung, Ik heb niets meer te wensen,
ich habe den Heiland, das Hoffen der Frommen, ik heb de Heiland, de hoop van de vromen,
auf meine begierigen Arme genommen; in mijn verlangende armen genomen;
Ich habe genung! ik heb niets meer te wensen,
Ich hab ihn erblickt, ik heb hem gezien,
mein Glaube hat Jesum ans Herze gedrückt; in geloof heb ik Jezus aan mijn hart gedrukt;
nun wünsch ich, noch heute mit Freuden nu verlang ik vandaag nog,
von hinnen zu scheiden. met vreugde van hier te gaan.
Ich habe genung!Ik heb niets meer te wensen.

2. Recitatief (B)

Ich habe genung!Ik heb niets meer te wensen!
Mein Trost ist nur allein,Mijn troost is dit alleen,
daß Jesus mein und ich sein eigen möchte sein.dat Jezus van mij en ik van hem mag zijn.
Im Glauben halt ich ihn,In geloof houd ik hem vast,
da seh ich auch mit Simeon,en dan zie ik net zoals Simeon
die Freude jenes Lebens schon.nu al de vreugde van dat leven.
Laßt uns mit diesem Manne ziehn!Laten wij deze man volgen!
Ach! möchte mich von meines Leibes KettenAch! mocht de Heer mij bevrijden
der Herr erretten;van de ketenen van mijn lichaam;
ach! wäre doch mein Abschied hier,ach, was mijn afscheid maar hier,
mit Freuden sagt ich, Welt, zu dir:dan zou ik, wereld, met vreugde tegen je zeggen:
Ich habe genung!Ik heb niets meer te wensen!

3. Aria (B)

Schlummert ein, ihr matten Augen,Slaap maar in, vermoeide ogen,
fallet sanft und selig zu!val maar zacht en zalig dicht!
Welt, ich bleibe nicht mehr hier,Wereld, ik blijf hier niet langer,
hab ich doch kein Teil an dir,er is toch niets in je
das der Seele könnte taugen.dat goed voor mijn ziel zou kunnen zijn.
Hier muß ich das Elend bauen,Hier moet ik het met ellende doen,
aber dort, dort werd ich schauenmaar daar, daar zal ik aanschouwen
süßen Friede, stille Ruh.zoete vrede, stille rust.

4. Recitatief (B)

Mein Gott! wenn kömmt das schöne: Nun!Mijn God! wanneer komt het heerlijke ‘Nu!’
da ich im Friede fahren werdewaarop ik in vrede zal heengaan
und in dem Sande kühler Erdeen zal rusten in het zand van de koele aarde
und dort bei dir im Schoße ruhn?en daar bij u in uw schoot?
Der Abschied ist gemacht,Het afscheid is genomen,
Welt, gute Nacht!wereld, goede nacht!

5. Aria (B)

Ich freue mich auf meinen Tod,Ik verheug mij op mijn dood,
ach! hätt er sich schon eingefunden.ach, was hij maar vast gekomen.
Da entkomm ich aller Not,Dan ontkom ik aan alle nood
die mich noch auf der Welt gebunden.die mij nog in de wereld gevangen houdt.
  
Libretto: Christoph Birkmann Vertaling: Jaap van der Laan

Kale tekst origineel

1. Aria (B)

Ich habe genung,
ich habe den Heiland, das Hoffen der Frommen,
auf meine begierigen Arme genommen;
Ich habe genung!
Ich hab ihn erblickt,
mein Glaube hat Jesum ans Herze gedrückt;
nun wünsch ich, noch heute mit Freuden
von hinnen zu scheiden.
Ich habe genung!

2. Recitatief (B)

Ich habe genung!
Mein Trost ist nur allein,
daß Jesus mein und ich sein eigen möchte sein.
Im Glauben halt ich ihn,
da seh ich auch mit Simeon,
die Freude jenes Lebens schon.
Laßt uns mit diesem Manne ziehn!
Ach! möchte mich von meines Leibes Ketten
der Herr erretten;
ach! wäre doch mein Abschied hier,
mit Freuden sagt ich, Welt, zu dir:
Ich habe genung!

3. Aria (B) 

Schlummert ein, ihr matten Augen,
fallet sanft und selig zu!
  Welt, ich bleibe nicht mehr hier,
  hab ich doch kein Teil an dir,
  das der Seele könnte taugen.
  Hier muß ich das Elend bauen,
  aber dort, dort werd ich schauen
  süßen Friede, stille Ruh.

4. Recitatief (B)

Mein Gott! wenn kömmt das schöne: Nun!
da ich im Friede fahren werde
und in dem Sande kühler Erde
und dort bei dir im Schoße ruhn?
Der Abschied ist gemacht,
Welt, gute Nacht!

5. Aria (B)

Ich freue mich auf meinen Tod,
ach! hätt er sich schon eingefunden.
  Da entkomm ich aller Not,
  die mich noch auf der Welt gebunden.


Libretto: Christoph Birkmann
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Aria (B)

Ik heb niets meer te wensen,
ik heb de Heiland, de hoop van de vromen,
in mijn verlangende armen genomen;
ik heb niets meer te wensen,
ik heb hem gezien,
in geloof heb ik Jezus aan mijn hart gedrukt;
nu verlang ik vandaag nog,
met vreugde van hier te gaan.
Ik heb niets meer te wensen.

2. Recitatief (B)

Ik heb niets meer te wensen!
Mijn troost is dit alleen,
dat Jezus van mij en ik van hem mag zijn.
In geloof houd ik hem vast,
en dan zie ik net zoals Simeon
nu al de vreugde van dat leven.
Laten wij deze man volgen!
Ach! mocht de Heer mij bevrijden
van de ketenen van mijn lichaam;
ach, was mijn afscheid maar hier,
dan zou ik, wereld, met vreugde tegen je zeggen: 
Ik heb niets meer te wensen!

3. Aria (B) 

Slaap maar in, vermoeide ogen,
val maar zacht en zalig dicht!
Wereld, ik blijf hier niet langer,
er is toch niets in je
dat goed voor mijn ziel zou kunnen zijn.
Hier moet ik het met ellende doen,
maar daar, daar zal ik aanschouwen
zoete vrede, stille rust.

4. Recitatief (B)

Mijn God! wanneer komt het heerlijke ‘Nu!’
waarop ik in vrede zal heengaan
en zal rusten in het zand van de koele aarde
en daar bij u in uw schoot?
Het afscheid is genomen,
wereld, goede nacht!

5. Aria (B)

Ik verheug mij op mijn dood,
ach, was hij maar vast gekomen.
Dan ontkom ik aan alle nood
die mij nog in de wereld gevangen houdt.


		Vertaling: Jaap van der Laan