naar de bespreking van BWV 77

Du sollt Gott, deinen Herren, lieben (BWV 77)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

»Du sollt Gott, deinen Herren,Gij zult de Heer, uw God,
lieben von ganzem Herzen,liefhebben met heel uw hart,
von ganzer Seele, von allen Kräftenmet heel uw ziel, met heel uw kracht
und von ganzem Gemüteen met heel uw innerlijk,
und deinen Nächsten als dich selbst.«en uw naaste als uzelf.

2. Recitatief (B)

So muß es sein!Zo moet het zijn!
Gott will das Herz vor sich alleine haben.God wil ons hart voor zich alleen hebben.
Man muß den Herrn von ganzer SeelenMen moet de Heer verkiezen
zu seiner Lust erwählentot zijn vreugde met heel zijn ziel
und sich nicht mehr erfreu’n,en zich evenzeer verheugen
als wenn er das Gemüteals wanneer hij ons binnenste
durch seinen Geist entzündt,door zijn Geest doet ontvlammen,
weil wir nun seiner Huld und Güteomdat wij van zijn genade en goedheid
alsdenn erst recht versichert sind.pas dan werkelijk verzekerd zijn.

3. Aria (S)

Mein Gott, ich liebe dich von Herzen,Mijn God, ik heb u van harte lief,
mein ganzes Leben hangt dir an.mijn hele leven is u toegewijd.
Laß mich doch dein Gebot erkennenLaat mij toch uw gebod onderkennen
und in Liebe so entbrennenen laat mij zodanig in liefde ontbranden,
daß ich dich ewig lieben kann.dat ik u eeuwig kan liefhebben.

4. Recitatief (T)

Gib mir dabei, mein Gott! Geef mij daarbij, mijn God,
ein Samariterherz, het hart van een Samaritaan,
daß ich zugleich den Nächsten liebe opdat ik tegelijk de naaste liefheb,
und mich bei seinem Schmerz en het mij ook bedroeft
auch über ihn betrübe, wanneer hij pijn heeft,
damit ich nicht bei ihm vorübergeh opdat ik niet aan hem voorbij ga
und ihn in seiner Not nicht lasse. en hem aan zijn nood overlaat.
Gib, daß ich Eigenliebe hasse, Geef, dat ik zelfzucht haat
so wirst du mir dereinst das Freudenleben dan zult u mij eens het leven in vreugde
nach meinem Wunsch, jedoch aus Gnaden geben.schenken naar mijn wens, maar uit genade.

5. Aria (A)

Ach, es bleibt in meiner LiebeAch, in mijn liefde blijft
lauter Unvollkommenheit!alles onvolmaakt!
Hab ich oftmals gleich den Willen,Vaak heb ik wel de wil
was Gott saget, zu erfüllen,om wat God zegt ook werkelijk te doen,
fehlt mirs doch an Möglichkeit.maar ontbreekt het mij toch aan de mogelijkheid.

6. Koraal

Herr, durch den Glauben wohn in mir, Heer, woon door het geloof in mij,
laß ihn sich immer stärken, maak dat steeds weer sterk,
daß er sei fruchtbar für und für zodat het voortdurend vruchtbaar is
und reich in guten Werken; en rijk in goede werken;
daß er sei tätig durch die Lieb, zodat het werkzaam is door de liefde,
mit Freuden und Geduld sich üb, zich oefent in vreugde en geduld
dem Nächsten fort zu dienen. om de naaste te blijven dienen.
alternatief (BGA)
Du stellst, mein Jesu, selber dich U bent, mijn Jezus, zelf
Zum Vorbild wahrer Liebe. het voorbeeld van ware liefde.
Gib mir auch Gnad und Kraft, dass ich Geef mij ook genade en kracht, zodat ik
Gott und den Nächsten liebe, God en de naaste liefheb,
Dass ich bei allem, wo ich kann zodat ik bij alles, waar ik maar kan,
Stets lieb und helfe jedermann steeds iedereen liefheb en help
Nach deinem Wort und Weise.zoals u dat zegt en doet.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Leo de Leeuw

Kale tekst origineel

1. Koor

»Du sollt Gott, deinen Herren,
lieben von ganzem Herzen,
von ganzer Seele, von allen Kräften
und von ganzem Gemüte
und deinen Nächsten als dich selbst.«

2. Recitatief (B)

So muß es sein!
Gott will das Herz vor sich alleine haben.
Man muß den Herrn von ganzer Seelen
zu seiner Lust erwählen
und sich nicht mehr erfreu’n,
als wenn er das Gemüte
durch seinen Geist entzündt,
weil wir nun seiner Huld und Güte
alsdenn erst recht versichert sind.

3. Aria (S)

Mein Gott, ich liebe dich von Herzen,
mein ganzes Leben hangt dir an.
  Laß mich doch dein Gebot erkennen
  und in Liebe so entbrennen
  daß ich dich ewig lieben kann.

4. Recitatief (T)

Gib mir dabei, mein Gott!
 ein Samariterherz,
daß ich zugleich den Nächsten liebe
und mich bei seinem Schmerz
auch über ihn betrübe,
damit ich nicht bei ihm vorübergeh
und ihn in seiner Not nicht lasse.
Gib, daß ich Eigenliebe hasse,
so wirst du mir dereinst das Freudenleben
nach meinem Wunsch, jedoch aus Gnaden geben.

5. Aria (A)

Ach, es bleibt in meiner Liebe
lauter Unvollkommenheit!
  Hab ich oftmals gleich den Willen,
  was Gott saget, zu erfüllen,
  fehlt mirs doch an Möglichkeit.

6. Koraal

Herr, durch den Glauben wohn in mir,
laß ihn sich immer stärken,
daß er sei fruchtbar für und für
und reich in guten Werken;
daß er sei tätig durch die Lieb,
mit Freuden und Geduld sich üb,
dem Nächsten fort zu dienen.
 alternatief (BGA)
  Du stellst, mein Jesu, selber dich
  Zum Vorbild wahrer Liebe.
  Gib mir auch Gnad und Kraft, dass ich
  Gott und den Nächsten liebe,
  Dass ich bei allem, wo ich kann
  Stets lieb und helfe jedermann
  Nach deinem Wort und Weise.


Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

Gij zult de Heer, uw God,
liefhebben met heel uw hart,
met heel uw ziel, met heel uw kracht
en met heel uw innerlijk,
en uw naaste als uzelf.

2. Recitatief (B)

Zo moet het zijn!
God wil ons hart voor zich alleen hebben.
Men moet de Heer verkiezen
tot zijn vreugde met heel zijn ziel
en zich evenzeer verheugen
als wanneer hij ons binnenste
door zijn Geest doet ontvlammen,
omdat wij van zijn genade en goedheid
pas dan werkelijk verzekerd zijn.

3. Aria (S)

Mijn God, ik heb u van harte lief,
mijn hele leven is u toegewijd.
Laat mij toch uw gebod onderkennen
en laat mij zodanig in liefde ontbranden,
dat ik u eeuwig kan liefhebben.

4. Recitatief (T)

Geef mij daarbij, mijn God, 
het hart van een Samaritaan, 
opdat ik tegelijk de naaste liefheb,
en het mij ook bedroeft
wanneer hij pijn heeft,
opdat ik niet aan hem voorbij ga
en hem aan zijn nood overlaat.
Geef, dat ik zelfzucht haat
dan zult u mij eens het leven in vreugde
schenken naar mijn wens, maar uit genade.

5. Aria (A)

Ach, in mijn liefde blijft
alles onvolmaakt!
Vaak heb ik wel de wil
om wat God zegt ook werkelijk te doen,
maar ontbreekt het mij toch aan de mogelijkheid.

6. Koraal

Heer, woon door het geloof in mij,
maak dat steeds weer sterk,
zodat het voortdurend vruchtbaar is
en rijk in goede werken;
zodat het werkzaam is door de liefde,
zich oefent in vreugde en geduld
om de naaste te blijven dienen.

Vertaling: Leo de Leeuw