naar de bespreking van BWV 70

Wachet! betet! betet! wachet! (BWV 70)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

Wachet! betet! betet! wachet!Waak! Bid! Bid! Waak!
Seid bereitWees bereid
allezeit,altijd
bis der Herr der Herrlichkeittotdat de Heer der heerlijkheid
dieser Welt ein Ende machet.een eind aan deze wereld maakt.

2.   Recitatief (B)

Erschrecket, ihr verstockten Sünder!Schrik, verstokte zondaars!
Ein Tag bricht an,Er breekt een dag aan
vor dem sich niemand bergen kann:waarvoor niemand zich in veiligheid kan brengen;
Er eilt mit dir zum strengen Rechte,die dag haast zich met jou naar het strenge gericht,
o! sündliches Geschlechte,o zondig geslacht,
zum ewgen Herzeleide.naar het eeuwige harteleed.
Doch euch, erwählte Gotteskinder,Maar voor jullie, uitverkoren kinderen van God,
ist er ein Anfang wahrer Freude.is die dag een begin van ware vreugde.
Der Heiland holet euch,De Heiland haalt jullie,
wenn alles fällt und bricht,wanneer verder alles valt en breekt,
vor sein erhöhtes Angesicht;naar zijn verhoogde aangezicht;
drum zaget nicht!verlies de moed dus niet!

3. Aria (A)

Wenn kömmt der Tag, an dem wir ziehenWanneer komt de dag waarop wij wegtrekken
aus dem Ägypten dieser Welt?uit het Egypte van deze wereld?
Ach! laßt uns bald aus Sodom fliehen,Ach, laat ons snel uit Sodom wegvluchten
eh uns das Feuer überfällt!voordat het vuur ons overvalt!
Wacht, Seelen, auf von SicherheitZielen, word wakker uit je veilige gevoel,
und glaubt, es ist die letzte Zeit!en wees ervan overtuigd dat het vijf voor twaalf is!

4.   Recitatief (T)

Auch bei dem himmlischen VerlangenOndanks ons  hemelse verlangen
hält unser Leib den Geist gefangen;houdt ons lichaam onze geest gevangen;
es legt die Welt durch ihre Tückede wereld spant met haar listen
den Frommen Netz und Stricke.netten en strikken voor de vromen.
Der Geist ist willig,De geest is wel gewillig
doch das Fleisch ist schwach;maar het vlees is zwak;
dies preßt uns aus ein jammervolles Ach!dit perst een ellendig Ach! uit ons tevoorschijn.

5. Aria (S)

Laßt der Spötter Zungen schmähen,Laat de tongen van de spotters maar honen,
es wird doch und muß geschehen,het zal en moet toch gebeuren
daß wir Jesum werden sehendat wij Jezus zullen zien
auf den Wolken, in den Höhen.op de wolken, in den hoge.
Welt und Himmel mag vergehen,Al vergaan wereld en hemel,
Christi Wort muß fest bestehen.het woord van Christus staat vast.

6.   Recitatief (T)

Jedoch bei dem unartigen GeschlechteMaar terwijl dat volk zich misdraagt
denkt Gott an seine Knechte,denkt God aan zijn knechten,
daß diese böse Artzodat die booswichten
sie ferner nicht verletzet,hun verder geen kwaad doen;
indem er sie in seiner Hand bewahrthij bewaart hen in zijn hand
und in ein himmlisch Eden setzet.en brengt hen in een hemels paradijs.

7. Koraal

Freu dich sehr, o meine Seele,Verheug je, mijn ziel
und vergiß all Not und Qual,en vergeet alle nood en ellende,
weil dich nun Christus, dein Herre,want Christus, je Heer,
ruft aus diesem Jammertal!roept je weg uit dit jammerdal!
Seine Freud und HerrlichkeitZijn vreugde en heerlijkheid
sollt du sehn in Ewigkeit,zul je eeuwig aanschouwen,
mit den Engeln jubilieren,je zult met de engelen juichen
in Ewigkeit triumphieren.en eeuwig triomferen.

8. Aria (T)

Hebt euer Haupt emporHef je hoofd op
und seid getrost, ihr Frommen,en wees getroost, o vromen,
zu eurer Seelen Flor!zodat je ziel opbloeit!
Ihr sollt in Eden grünen,Jullie zullen opleven in het paradijs
Gott ewiglich zu dienen.om eeuwig God te dienen.

9. Recitatief (B)

Ach, soll nicht dieser große Tag, Ach, zal die grote dag -
der Welt Verfall de ondergang van de wereld
und der Posaunen Schall, het geschal van de bazuinen,
der unerhörte letzte Schlag, de ongehoorde laatste klap,
des Richters ausgesprochne Worte, de woorden die de rechter uitspreekt,
des Höllenrachens offne Pforte de open poort van de hellemuil
in meinem Sinn viel Zweifel, in mijn hart niet heel veel twijfel,
Furcht und Schrecken, angst en schrik wekken
der ich ein Kind der Sünden bin, erwecken? omdat ik een kind van de zonden ben?
Jedoch, es gehet meiner Seelen Maar nee, voor mijn ziel
ein Freudenschein, gaat een schijnsel van vreugde op,
ein Licht des Trostes auf. een licht van troost.
Der Heiland kann sein Herze nicht verhehlen, De Heiland kan zijn hart niet verborgen houden
so vor Erbarmen bricht, dat breekt van ontferming,
sein Gnadenarm verläßt mich nicht. zijn genadige arm verlaat mij niet.
Wohlan, so ende ich Welaan, dan beëindig ik
mit Freuden meinen Lauf. met vreugde mijn levensloop.

impliciete koraaltekst:
Es ist gewißlich an der Zeit,
Daß Gottes Sohn wird kommen
In seiner großen Herrlichkeit,
Zu richten Bös' und Frommen.
Dann wird das Lachen werden teu'r,
Wenn alles wird vergehn in Feu'r,
Wie Petrus davon schreibet.

10. Aria (B)

Seligster Erquickungstag, Zalige dag van verkwikking,
führe mich zu deinen Zimmern! breng mij naar uw vertrekken!
Schalle, knalle, letzter Schlag, Schal maar, knal maar, laatste klap,
Welt und Himmel, geht zu Trümmern! val maar in puin, wereld en hemel!
Jesus führet mich zur Stille, Jezus leidt mij naar de stilte,
An den Ort, da Lust die Fülle.naar het oord van overvloedige vreugde.

11. Koraal

Nicht nach Welt, nach Himmel nichtNiet naar wereld en niet naar hemel
meine Seele wünscht und sehnet,verlangt en smacht mijn ziel,
Jesum wünsch ich und sein Licht,ik wil alleen Jezus en zijn licht,
der mich hat mit Gott versöhnet,Jezus, die mij met God heeft verzoend,
der mich freiet vom Gericht,die mij bevrijdt van het oordeel,
meinen Jesum laß ich nicht.mijn Jezus verlaat ik niet.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Koor

Wachet! betet! betet! wachet!
Seid bereit
allezeit,
bis der Herr der Herrlichkeit
dieser Welt ein Ende machet.

2.   Recitatief (B)

Erschrecket, ihr verstockten Sünder!
Ein Tag bricht an,
vor dem sich niemand bergen kann:
Er eilt mit dir zum strengen Rechte,
o! sündliches Geschlechte,
zum ewgen Herzeleide.
Doch euch, erwählte Gotteskinder,
ist er ein Anfang wahrer Freude.
Der Heiland holet euch,
wenn alles fällt und bricht,
vor sein erhöhtes Angesicht;
drum zaget nicht!

3. Aria (A)

Wenn kömmt der Tag, an dem wir ziehen
aus dem Ägypten dieser Welt?
Ach! laßt uns bald aus Sodom fliehen,
eh uns das Feuer überfällt!
Wacht, Seelen, auf von Sicherheit
und glaubt, es ist die letzte Zeit!

4.   Recitatief (T)

Auch bei dem himmlischen Verlangen
hält unser Leib den Geist gefangen;
es legt die Welt durch ihre Tücke
den Frommen Netz und Stricke.
Der Geist ist willig,
doch das Fleisch ist schwach;
dies preßt uns aus ein jammervolles Ach!

5. Aria (S)

Laßt der Spötter Zungen schmähen,
es wird doch und muß geschehen,
  daß wir Jesum werden sehen
  auf den Wolken, in den Höhen.
  Welt und Himmel mag vergehen,
  Christi Wort muß fest bestehen.

6.   Recitatief (T) 

Jedoch bei dem unartigen Geschlechte
denkt Gott an seine Knechte,
daß diese böse Art
sie ferner nicht verletzet,
indem er sie in seiner Hand bewahrt
und in ein himmlisch Eden setzet.

7. Koraal

Freu dich sehr, o meine Seele,
und vergiß all Not und Qual,
weil dich nun Christus, dein Herre,
ruft aus diesem Jammertal!
Seine Freud und Herrlichkeit
sollt du sehn in Ewigkeit,
mit den Engeln jubilieren,
in Ewigkeit triumphieren.

8. Aria (T)

Hebt euer Haupt empor
und seid getrost, ihr Frommen,
zu eurer Seelen Flor!
  Ihr sollt in Eden grünen,
  Gott ewiglich zu dienen.

9. Recitatief (B)

Ach, soll nicht dieser große Tag,
der Welt Verfall
und der Posaunen Schall,
der unerhörte letzte Schlag,
des Richters ausgesprochne Worte,
des Höllenrachens offne Pforte
in meinem Sinn viel Zweifel, 
Furcht und Schrecken,
der ich ein Kind der Sünden bin, erwecken?
Jedoch, es gehet meiner Seelen
ein Freudenschein, 
ein Licht des Trostes auf. 
Der Heiland kann sein Herze nicht verhehlen, 
so vor Erbarmen bricht,
sein Gnadenarm verläßt mich nicht.
Wohlan, so ende ich 
mit Freuden meinen Lauf.


Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

Waak! Bid! Bid! Waak!
Wees bereid
altijd
totdat de Heer der heerlijkheid
een eind aan deze wereld maakt.

2.   Recitatief (B)

Schrik, verstokte zondaars!
Er breekt een dag aan
waarvoor niemand zich in veiligheid kan brengen;
die dag haast zich met jou naar het strenge gericht,
o zondig geslacht,
naar het eeuwige harteleed.
Maar voor jullie, uitverkoren kinderen van God,
is die dag een begin van ware vreugde.
De Heiland haalt jullie,
wanneer verder alles valt en breekt,
naar zijn verhoogde aangezicht;
verlies de moed dus niet!

3. Aria (A)

Wanneer komt de dag waarop wij wegtrekken
uit het Egypte van deze wereld?
Ach, laat ons snel uit Sodom wegvluchten
voordat het vuur ons overvalt!
Zielen, word wakker uit je veilige gevoel,
en wees ervan overtuigd dat het vijf voor twaalf is!

4.   Recitatief (T)

Ondanks ons  hemelse verlangen
houdt ons lichaam onze geest gevangen;
de wereld spant met haar listen
netten en strikken voor de vromen.
De geest is wel gewillig
maar het vlees is zwak;
dit perst een ellendig Ach! uit ons tevoorschijn.

5. Aria (S)

Laat de tongen van de spotters maar honen,
het zal en moet toch gebeuren
dat wij Jezus zullen zien
op de wolken, in den hoge.
Al vergaan wereld en hemel,
het woord van Christus staat vast.

6.   Recitatief (T) 

Maar terwijl dat volk zich misdraagt
denkt God aan zijn knechten,
zodat die booswichten
hun verder geen kwaad doen;
hij bewaart hen in zijn hand
en brengt hen in een hemels paradijs.

7. Koraal

Verheug je, mijn ziel
en vergeet alle nood en ellende,
want Christus, je Heer,
roept je weg uit dit jammerdal!
Zijn vreugde en heerlijkheid
zul je eeuwig aanschouwen,
je zult met de engelen juichen
en eeuwig triomferen.

8. Aria (T)

Hef je hoofd op
en wees getroost, o vromen,
zodat je ziel opbloeit!
Jullie zullen opleven in het paradijs
om eeuwig God te dienen.

9. Recitatief (B)

Ach, zal die grote dag -
de ondergang van de wereld
het geschal van de bazuinen,
de ongehoorde laatste klap,
de woorden die de rechter uitspreekt,
de open poort van de hellemuil
in mijn hart niet heel veel twijfel,
angst en schrik wekken
omdat ik een kind van de zonden ben?
Maar nee, voor mijn ziel
gaat een schijnsel van vreugde op,
een licht van troost.
De Heiland kan zijn hart niet verborgen houden
dat breekt van ontferming,
zijn genadige arm verlaat mij niet.
Welaan, dan beëindig ik
met vreugde mijn levensloop.

10. Aria (B)

Zalige dag van verkwikking,
breng mij naar uw vertrekken!
Schal maar, knal maar, laatste klap,
val maar in puin, wereld en hemel!
Jezus leidt mij naar de stilte,
naar het oord van overvloedige vreugde.

11. Koraal

Niet naar wereld en niet naar hemel
verlangt en smacht mijn ziel,
ik wil alleen Jezus en zijn licht,
Jezus, die mij met God heeft verzoend,
die mij bevrijdt van het oordeel,
mijn Jezus verlaat ik niet.


		Vertaling: Ria van Hengel