naar de bespreking van BWV 25

Es ist nichts Gesundes an meinem Leibe (BWV 25)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

Es ist nichts Gesundes an meinem LeibeVoor uw dreiging
vor deinem Dräuenis er niets gezond aan mijn lichaam
und ist kein Friede in meinen Gebeinenen er is geen vrede in mijn gebeente
vor meiner Sünde.vanwege mijn zonde.

2. Recitatief (T)

Die ganze Welt ist nur ein Hospital,De hele wereld is slechts een hospitaal,
wo Menschen von unzählbar großer Zahlwaar talloos vele mensen
und auch die Kinder in der Wiegenen ook kinderen in hun wieg
an Krankheit hart darniederliegen.ziek terneer liggen.
Den einen quälet in der BrustBij de één wordt zijn borst gekweld
ein hitzges Fieber böser Lust;door een hevige koorts van boze begeerte,
der andre lieget krankde ander lijdt aan de afschuwelijke stank
an eigner Ehre häßlichem Gestank;van zijn eigen eer,
den dritten zehrt die Geldsucht abde derde kwijnt weg door zijn geldzucht,
und stürzt ihn vor der Zeit ins Grab.die hem voortijdig in het graf stort.
Der erste Fall hat jedermann beflekketDe zondeval heeft iedereen aangetast
und mit dem Sündenaussatz angestekket.en besmet met de zondenmelaatsheid.
Ach! dieses Gift durchwühlt auch meine Glieder.Ach, dat gift raast ook door mijn ledematen.
Wo find ich Armer Arzenei?Waar vind ik, stakker, een medicijn?
Wer stehet mir in meinem Elend bei?Wie staat mij bij in mijn ellende?
Wer ist mein Arzt, wer hilft mir wieder?Wie is mijn dokter, wie wil mij helpen?

3. Aria (B)

Ach, wo hol ich Armer Rat?Ach, waar krijg ik, stakker, goede raad?
Meinen Aussatz, meine BeulenGeen kruiden of pleisters
kann kein Kraut noch Pflaster heilenkunnen mijn melaatsheid, mijn builen genezen,
als die Salb aus Gilead.alleen de balsem van Gilead.
Du, mein Arzt, Herr Jesu, nurAlleen u, mijn dokter, Heer Jezus,
weißt die beste Seelenkur.weet wat de beste kuur voor de ziel is.

4. Recitatief (S)

O Jesu, lieber Meister,O Jezus, lieve meester,
zu dir flieh ich;tot u neem ik mijn toevlucht;
ach, stärke die geschwächten Lebensgeister!ach, sterk de verzwakte levensgeesten!
Erbarme dich,Ontferm u,
du Arzt und Helfer aller Kranken,o dokter en helper van alle zieken,
verstoß mich nichtverstoot mij niet
von deinem Angesicht!van uw aangezicht!
Mein Heiland, mache mich von Sündenaussatz rein,Mijn Heiland, reinig mij van de zondenmelaatsheid
so will ich dirdan zal ik daarvoor
mein ganzes Herz dafürmijn hele hart aan u wijden
zum steten Opfer weihnals een voortdurend offer
und lebenslang vor deine Hülfe danken.en u mijn leven lang danken voor uw hulp.

5. Aria (S)

Öffne meinen schlechten Liedern,Open voor mijn zwakke liederen,
Jesu, dein Genadenohr!Jezus, uw genadige oren!
Wenn ich dort im höhern ChorAls ik daarginds in het hoge koor
werde mit den Engeln singen,met de engelen samen zal zingen,
soll mein Danklied besser klingen.zal mijn danklied beter klinken.

6. Koraal

Ich will alle meine TageIk wil al mijn dagen
rühmen deine starke Hand,uw sterke hand roemen,
daß du meine Plag und Klageomdat u mijn ellende en mijn klachten
hast so herzlich abgewandt.zo hartelijk hebt afgewend.
Nicht nur in der SterblichkeitNiet alleen in mijn sterfelijk leven
soll dein Ruhm sein ausgebreit':moet ik uw roem verspreiden,
ich wills auch hernach erweisenook hierna wil ik die tonen
und dort ewiglich dich preisen.en u daarginds eeuwig prijzen.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Koor

Es ist nichts Gesundes an meinem Leibe
vor deinem Dräuen
und ist kein Friede in meinen Gebeinen
vor meiner Sünde.

2. Recitatief (T)

Die ganze Welt ist nur ein Hospital,
wo Menschen von unzählbar großer Zahl
und auch die Kinder in der Wiegen
an Krankheit hart darniederliegen.
Den einen quälet in der Brust
ein hitzges Fieber böser Lust;
der andre lieget krank
an eigner Ehre häßlichem Gestank;
den dritten zehrt die Geldsucht ab
und stürzt ihn vor der Zeit ins Grab.
Der erste Fall hat jedermann beflekket
und mit dem Sündenaussatz angestekket.
Ach! dieses Gift durchwühlt auch meine Glieder.
Wo find ich Armer Arzenei?
Wer stehet mir in meinem Elend bei?
Wer ist mein Arzt, wer hilft mir wieder?

3. Aria (B)

Ach, wo hol ich Armer Rat?
Meinen Aussatz, meine Beulen
kann kein Kraut noch Pflaster heilen
als die Salb aus Gilead.
Du, mein Arzt, Herr Jesu, nur
weißt die beste Seelenkur.

4. Recitatief (S)

O Jesu, lieber Meister,
zu dir flieh ich;
ach, stärke die geschwächten Lebensgeister!
Erbarme dich,
du Arzt und Helfer aller Kranken,
verstoß mich nicht
von deinem Angesicht!
Mein Heiland, mache mich von Sündenaussatz rein,
so will ich dir
mein ganzes Herz dafür
zum steten Opfer weihn
und lebenslang vor deine Hülfe danken.

5. Aria (S)

Öffne meinen schlechten Liedern,
Jesu, dein Genadenohr!
Wenn ich dort im höhern Chor
werde mit den Engeln singen,
soll mein Danklied besser klingen.

6. Koraal

Ich will alle meine Tage
rühmen deine starke Hand,
daß du meine Plag und Klage
hast so herzlich abgewandt.
Nicht nur in der Sterblichkeit
soll dein Ruhm sein ausgebreit':
ich wills auch hernach erweisen
und dort ewiglich dich preisen.


Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

Voor uw dreiging
is er niets gezond aan mijn lichaam
en er is geen vrede in mijn gebeente
vanwege mijn zonde.

2. Recitatief (T)

De hele wereld is slechts een hospitaal,
waar talloos vele mensen
en ook kinderen in hun wieg
ziek terneer liggen.
Bij de één wordt zijn borst gekweld
door een hevige koorts van boze begeerte,
de ander lijdt aan de afschuwelijke stank
van zijn eigen eer,
de derde kwijnt weg door zijn geldzucht,
die hem voortijdig in het graf stort.
De zondeval heeft iedereen aangetast
en besmet met de zondenmelaatsheid.
Ach, dat gift raast ook door mijn ledematen.
Waar vind ik, stakker, een medicijn?
Wie staat mij bij in mijn ellende?
Wie is mijn dokter, wie wil mij helpen?

3. Aria (B)

Ach, waar krijg ik, stakker, goede raad?
Geen kruiden of pleisters
kunnen mijn melaatsheid, mijn builen genezen,
alleen de balsem van Gilead.
Alleen u, mijn dokter, Heer Jezus,
weet wat de beste kuur voor de ziel is.

4. Recitatief (S)

O Jezus, lieve meester,
tot u neem ik mijn toevlucht;
ach, sterk de verzwakte levensgeesten!
Ontferm u,
o dokter en helper van alle zieken,
verstoot mij niet
van uw aangezicht!
Mijn Heiland, reinig mij van de zondenmelaatsheid
dan zal ik daarvoor
mijn hele hart aan u wijden
als een voortdurend offer
en u mijn leven lang danken voor uw hulp.

5. Aria (S)

Open voor mijn zwakke liederen,
Jezus, uw genadige oren!
Als ik daarginds in het hoge koor
met de engelen samen zal zingen,
zal mijn danklied beter klinken.

6. Koraal

Ik wil al mijn dagen
uw sterke hand roemen,
omdat u mijn ellende en mijn klachten
zo hartelijk hebt afgewend.
Niet alleen in mijn sterfelijk leven
moet ik uw roem verspreiden,
ook hierna wil ik die tonen
en u daarginds eeuwig prijzen.


		Vertaling: Ria van Hengel