Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Markus-Passion (BWV 247)

Geschreven voor Goede Vrijdag

Voor het eerst uitgevoerd: 23 mrt 1731

Libretto: Christian Friedrich Henrici (alias Picander)

Koor SATB

Totaal 46 delen, 17 koorwerken, 17 koralen

Vertaling: Ria van Hengel

beluister

downloads uitleg

Bespreking

Van het bestaan van een Markus-Passion weten we slechts uit Band 3 van de verzamelde werken van Bachs trouwe tekstdichter, de hoofdpostbeambte Christian Friedrich Henrici, alias Picander. Zijn bundel Ernst-,Schertzhaffte und Satyrische Gedichte uit 1732 vermeldt de volledige (hieronder weergegeven) tekst van een Markus-Passion die op Goede Vrijdag, 23 maart 1731, zou zijn uitgevoerd in een toonzetting en onder leiding van de Thomaskantor Johann Sebastian Bach. Behalve de door hem gedichte aria's en koren drukt Picander ook de volledige evangelietekst en de koraalcoupletten af!
Op grond van de tekst alleen al kun je vaststellen dat deze passie een geheel ander karakter heeft gehad dan de Matthäus- en de Johannes-Passion die Bach resp. vier en zeven jaar eerder schreef. In plaats van 15 aria's in de Matthäus (MP) bevat de Markus-Passion er slechts 6; ook ontbreken alle arioso’s die in de MP de verbinding leggen tussen evangelietekst en aria’s, maar daar staat tegenover dat de Markus-Passion wel 16 koralen bevat (op een lengte van anderhalf à twee uur), tegen 13 in de MP van drie uur. De verschuiving van aria’s naar koralen is betekenisvol. In aria’s klinkt het subjectieve commentaar van de gelovige op de voorafgaande gebeurtenissen of uitspraken. Aria’s verschenen in de kerkmuziek pas vanaf 1700, onder muzikale invloed van de Italiaanse opera, en onder het theologisch gesternte van het opkomend piëtisme, dat Bachs orthodoxe Leipziger omgeving niet beviel. In koralen daarentegen klinkt de stem van de kerk en de christelijke gemeente; hun teksten zijn veel ouder, soms meer dan twee eeuwen en dus minder onderhevig aan het sentiment van de dag. Het is goed denkbaar dat Bachs met koralen verzadigde Markus-Passion van 1731 een reactie was op onvrede bij zijn superieuren over “teveel opera” en te weinig liturgisch karakter in de Matthäus-Passion van 1727 en ‘29. (De MP kreeg pas in 1736 de consequent dubbelkorige vorm, met extra ripiënisten (jongenskoor) die nu meestal wordt uitgevoerd.)
Helaas echter is ons van de Markus-Passion dus geen noot muziek in Bachs handschrift overgeleverd, en het enig bekende en nooit gepubliceerde afschrift ging bij een brand in 1945 verloren. Maar reeds in de negentiende eeuw ontdekte de oude Bachgesellschaft dat de teksten van de twee grote koren (1 en 46) en van drie aria’s qua metrum en versstructuur zodanig overeenkwamen met teksten van Bachs Trauerode (BWV 198) van 1727 dat het voor de hand ligt te veronderstellen dat hij de muziek daarvan heeft hergebruikt. Immers, we weten niet alleen dat Bach in de jaren ‘30 regelmatig aan geslaagde stukken voor éénmalige gelegenheden, vaak uit wereldse cantates, een nieuwe gebruiksmogelijkheid gaf door ze te ‘parodiëren’ (= van nieuwe tekst voorzien) in Lutherse missen, de Hohe Messe en het Weihnachts-Oratorium; Bach had ook goede redenen om de prachtige muziek van zijn Trauerode een nieuwe toekomst te bieden. De uitvoering ervan in de Universiteitskerk was een hoogtepunt in Bachs openbare leven geweest; het stuk herdacht de overleden koningin Christiane Eberhardine, echtgenote van August der Starke, die zich in Leipzig zeer geliefd had gemaakt door protestant te blijven toen haar man, ter verwerving van de Poolse koningskroon katholiek werd.
Het besef dat Bach voor zijn Markus-Passion eigen muziek recyclede, heeft intussen een groot aantal musici en musicologen aangemoedigd volgens vergelijkbare principes een uitvoerbare versie van de Markus-Passion te reconstrueren. Ton Koopman ging daarin het verst: hij tracteerde het publiek in het Bachjaar 2000 op - wat wij noemen - een pasticcio-passion: hij componeerde zelf recitatieven en zette Picanders teksten onder vrijelijk uit Bachs oeuvre gekozen composities, waarbij hij zelfs de goed gefundeerde aanwijzingen in de richting van de Trauerode negeerde. Jos van Veldhoven (1997) verkoos het onderscheid tussen echt en niet-Bach hoorbaar houden door de evangelietekst uit te voeren op gregoriaanse melodieën van de katholieke Marco Peranda. Diethard Hellmann (1964) beperkte zich tot de onmiskenbare ontleningen en suggereerde de verbindende bijbelpassages te doen voorlezen. G. A. Theil (1984) componeerde zelf recitatieven. Simon Heighes (1995) wiens reconstructie ik hier volg, en Austin H. Gomme (1997) besloten de recitatieven over te nemen uit een, in 1707 te Hamburg uitgevoerde Markus-Passion, een werk dat Bach niet alleen eigenhandig heeft kopiëerd maar ook tenminste tweemaal (in 1713 en 1726) heeft uitgevoerd en dat hij - en tot 1999 iedereen - beschouwde als een compositie van de Hamburger operadirigent Reinhard Keiser (1674-1739); in 1999 werd duidelijk dat het werk in 1702 is gecomponeerd door Friedrich Nicolaus Brauns (of Bruhns, 1637-1718), kantor van de Dom te Hamburg. Vooral waar de teksten van het Matteüs- en het Marcus-evangelie veel op elkaar lijken kan men vaststellen dat Bachs compositiestijl van recitatieven duidelijk is beïnvloed door zijn ervaring met Brauns passie; dat betreft niet alleen het strijkers-aureool rond de Christuswoorden, een in de Venetiaanse opera gebruikelijke omlijsting voor woorden van hooggeplaatsten.
Om een geheel uitvoerbare Markus-Passion te realiseren moest Heighes nog wel een aantal verdere keuzes maken.
1. Vierstemmige harmoniseringen van de koraalteksten lijken eenvoudig te vinden: de teksten zijn steeds coupletten van koralen waarvan Bach de melodie altijd wel ergens heeft geharmoniseerd, en soms zelfs meer dan eens. Maar Bach was gewend eenzelfde koraalmelodie steeds weer anders te harmoniseren om met die specifieke harmonieën en stemvoering belangrijke tekstwoorden te illustreren. Omdat de specifieke harmoniseringen van de Markus-koralen verloren gingen zal de tekst-muziekrelatie in de gereconstrueerde koralen minder hecht zijn. Wanneer Heighes een uit één der passionen bekende tekst tegenkomt, kiest hij voor afwisseling en verrassing door soms de daarbij behorende bekende harmonisering te gebruiken (30) maar soms een andere (5, 7), of zelfs een andere melodie waarop de bekende tekst ook wel werd gezongen (28); in (15) klinkt een harmonisering uit de Johannes-Passion op een andere tekst. Om aan het slot van Deel I het nodige gewicht te geven plaatst Heighes de tekst van het slotkoraal in een grootschaliger, concertante bewerking van de koraalmelodie uit Cantate 135.
2. Over de herkomst van de eerste vier aria’s bestaat weinig musicologische twijfel. Voor de laatste twee doet Heighes een persoonlijke keuze uit Bachs cantate-aria’s.
3. Heighes besluit om de vertolking van de evangelietekst (recitatieven en turbae, groepskoren) te ontlenen aan de Markus-Passion van Brauns-/Keiser laat nog twee problemen open. (a) Terwijl Bachs passie het Marcus-evangelie volgt vanaf  het begin van hoofdstuk 14, begint Brauns pas bij vers 26; Heighes heeft de recitatieven voor de eerste 25 verzen zelf moeten componeren, en heeft voor de turbae en een arioso dat daarin voorkomt parodiemodellen gezocht in cantates van Bach. (b) Anderzijds bestaat het vermoeden dat Bach drie turbae (nrs 2b, 33b/d en 39b) twee jaar later heeft hergebruikt in zijn Weihnachts-Oratorium; reden om deze Weihnachtsmuziek hier “terug te parodiëren” naar hun vermoedelijke origineel in 1731. De onderscheiden herkomst van de muziek weerspiegelt zich in de instrumentale bezetting. Van de Trauerode (Tombeau de S.M. la Reine de Pologne) erft de Markus-Passion een zeer uitgebreid, opvallend Frans aandoend ensemble: buiten de gebruikelijke vierstemmige vocale en strijkers-koren en continuo telkens twee traverso's, oboi (d'amore), viole da gamba en luiten; instrumenten wier zachte timbres zeer geschikt zijn voor een plechtige treurmuziek. In de op Brauns teruggaande delen treffen we echter de, ouderwets zeventiende-eeuwse gesplitste altviolen aan.

 

Een overzicht van de ontleningen in Heighes'reconstructie vindt u hier.

1. Koor

SATB

Geh, Jesu, geh zu deiner Pein! Ga, Jezus, ga naar uw pijn!
Ich will so lange dich beweinen, Ik wil u net zo lang bewenen
bis mir dein Trost wird wieder scheinen, tot ik weer word beschenen door uw troost
da ich versöhnet werde seyn.dat ik verzoend zal zijn.

2. Marcus 14:1-5

Evangelist
Und nach zween Tagen war Ostern En na twee dagen was het Pasen
und die Tage der süssen Brote. en de dagen van het ongezuurde brood.
Und die Hohenpriester und Schriftgelehrten En de hogepriesters en schriftgeleerden
suchten, wie sie ihn zonnen op een mogelijkheid
mit Listen griffen und töteten. om hem met een list te grijpen en te doden.
Sie sprachen aber: Maar ze zeiden:
Chor
Ja nicht auf das Fest, In geen geval op het feest,
daß nicht ein Aufruhr im Volk werde. want er moet geen opschudding komen onder het volk.
Evangelist
Und da er zu Bethanien war, En toen hij in Bethanië was,
in Simons, des Aussätzigen Hause, in het huis van Simon de melaatse,
und saß zu Tische, da kam ein Weib, en aan tafel zat, kwam er een vrouw,
die hatte ein Glas mit ungefälschtem die had een flesje met zuiver
und köstlichen Narden-Wasser, en kostbaar narduswater,
und sie zerbrach das Glas en ze brak het flesje
und goss es auf sein Haupt. en goot het water uit op zijn hoofd.
Da waren etliche die wurden unwillig und sprachen: En sommigen ergerden zich en zeiden:
Chor
Was soll doch dieser Unrath? Waar is die verspilling goed voor?
Man könnte dieses Wasser Dit water had voor meer
um mehr denn dreihundert Groschen verkauft haben, dan driehonderd schellingen verkocht
und dasselbe den Armen geben. en aan de armen gegeven kunnen worden.
Evangelist
Und murreten über sie.En ze mopperden op haar.

3. Koraal

tutti

Sie stellen uns wie Ketzern nach, Zij achtervolgen ons als ketters,
nach unsern Blut sie trachten, ze zijn op ons bloed uit;
noch rühmen sie sich Christen auch, en zij noemen zich ook nog christenen
die Gott allein groß achten. die uitsluitend God vereren.
Ach Gott, der teure Name dein Ach God, uw dierbare naam
muß ihrer Schalkheit Dekkel sein, moet de dekmantel voor hun sstreken zijn,
du wirst einmal aufwachen.eens zult u ontwaken.

4. Marcus 14: 6-11

Evangelist
Jesus aber sprach: Maar Jezus zei:
Jesus:
Lasset sie zufrieden, Laat haar met rust,
was bekümmert ihr sie? waarom maken jullie je druk over haar?
Sie hat ein gutes Werk an mir getan. Zij heeft iets goeds voor mij gedaan.
Ihr habt allezeit Arme bei euch, Armen hebben jullie altijd bij je,
und wenn ihr wollt, könnt ihr ihnen Gutes tun; en jullie kunnen hun naar believen weldoen,
mich aber habt ihr nicht allezeit! maar mij hebben jullie niet altijd!
Sie hat getan was sie konnte; Zij heeft gedaan wat ze kon;
sie ist zuvorkommen, ze heeft nu al mijn lichaam
meinen Leichnam zu salben zu meinem Begräbnis. gezalfd voor mijn begrafenis.
Wahrlich ich sage euch: Ik verzeker jullie:
Wo dies Evangelium geprediget wird waar dit evangelie wordt gepredikt
in aller Welt, in de hele wereld,
da wird man auch das sagen zu ihrem Gedächtnis daar zal men ook tot haar nagedachtenis vertellen
was sie jetzt getan hat. wat zij heeft gedaan.
Evangelist
Und Judas Ischarioth, einer von den Zwölfen, En Judas Iskariot, een van de twaalf,
ging hin zu den Hohenpriestern, dass er ihn verriete. ging naar de hogepriesters om hem te verraden.
Da sie dies höreten wurden sie froh Toen ze dat hoorden, werden ze blij
und verhiessen, ihm Geld zu geben. en ze beloofden hem geld te geven.
Und er suchte, wie er ihn füglich verriete.En hij zocht naar een geschikt moment om hem te verraden.

5. Koraal

tutti

Mir hat die Welt trüglich gericht't Mij heeft de wereld bedrieglijk gevonnist
mit Lügen und mit falschem G'dicht, met leugens en met valse verzinsels,
viel Netz und heimlich Strikken. veel vallen en heimelijke strikken.
Herr, nimm mein' wahr, in dieser G'fahr, Heer, bekommer u om mij in dit gevaar,
b'hüt mich vor falschen Tükken.behoed mij voor valse streken.

6. Marcus 14: 12-19

Evangelist
Und am ersten Tage der süssen Brote, En op de eerste dag van het ongezuurde brood,
da man das Osterlamm opferte, waarop het paaslam werd geofferd,
sprachen seine Jünger zu ihm: zeiden zijn discipelen tegen hem:
Chor
Wo willst du, daß wir hingehen und bereiten, Waar wilt u dat wij de voorbereidingen gaan treffen
dass du das Osterlamm essest? voor het eten van het paaslam?
Evangelist
Und er sandte seiner Jünger zween En hij stuurde twee van zijn discipelen op weg
und sprach zu ihnen: en zei tegen hen:
Jesus
Gehet hin in die Stadt, Ga naar de stad,
und es wird euch ein Mensch begegnen, en daar zullen jullie iemand tegenkomen
der trägt einen Krug mit Wasser. die een kruik met water draagt.
Folget ihm nach, und wo er eingeht, Volg hem, en waar hij naar binnen gaat,
da sprecht zu dem Hauswirt: moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen:
Der Meister lässt dir sagen: De meester laat u vragen:
'Wo ist das Gasthaus, 'Waar is het vertrek waar ik
darin ich das Osterlamm esse mit meinen Jüngern?' het paaslam kan eten met mijn discipelen?'
Und er wird euch einen grossen Saal zeigen, En hij zal jullie een grote zaal wijzen
der gepflastert und bereitet ist, die betegeld is en waar alles klaarstaat,
daselbst richtet für uns zu. maak die voor ons gereed.
Evangelist
Und die Jünger gingen aus En de discipelen gingen op weg
und kamen in die Stadt en kwamen in de stad
und funden, wie er ihnen gesaget hatte, en vonden het zoals hij tegen hen had gezegd,
und bereiteten das Osterlamm. en bereidden het paaslam.
Am Abend aber kam er mit den Zwölfen. En 's avonds kwam hij daar met de twaalf.
Und als sie zu Tische sassen und assen En toen ze aan tafel zaten te eten
sprach Jesus: zei Jezus:
Jesus
Wahrlich, ich sage euch: Ik verzeker jullie,
Der mit mir isset, wird mich verraten. Degene die samen met mij eet zal mij verraden.
Evangelist
Und sie wurden traurig und sagten zu ihm, En ze werden bedroefd en vroegen,
einer nach dem andern: de een na de ander:
Chor
Bin ich's? Ben ik het?
Evangelist
Und der andere: En de ander:
Alterus
Bin ich's?Ben ik het?

7. Koraal

tutti

Ich, ich und meine Sünden, Ik, ik en mijn zonden,
die sich wie Körnlein finden waarvan er zoveel zijn
des Sandes an dem Meer, als korrels zand bij de zee,
die haben dir erreget die zijn de oorzaak
das Elend, das dich schläget, van de ellende die u treft
und das betrübte Marterheer.en het bedroefde leger martelaren.

8. Marcus 14: 20-25

Evangelist
Er antwortete, und sprach zu ihnen: Hij antwoordde:
Jesus
Einer aus den Zwölfen, Een van de twaalf,
der mit mir in die Schüssel tauchet. die uit dezelfde kom eet als ik.
Zwar des Menschen Sohn gehet hin, De mensenzoon zal weliswaar sterven
wie von ihm geschrieben stehet. zoals over hem geschreven staat,
Wehe aberdem Menschen, maar wee de mens
durch welchen des Menschen Sohn verraten wird; door wie de mensenzoon wordt verraden;
Es wäre demselben Menschen besser, voor die mens zou het beter zijn
daß er nie geboren wäre. als hij nooit geboren was.
Evangelist
Und indem sie assen, nahm Jesus das Brot, En terwijl ze aten, nam Jezus het brood,
dankte und brach's, und gab's ihnen, und sprach: dankte en brak het, en gaf het hun en zei:
Jesus
Nehmet, esset, das ist mein Leib. Neem, eet, dit is mijn lichaam.
Evangelist
Und nahm den Kelch, und dankte, En hij nam de beker en dankte
und gab ihnen den; en gaf hem aan hen;
und sie trunken alle daraus. en ze dronken er allemaal uit.
Und er sprach zu ihnen: En hij zei:
Jesus
Das ist mein Blut des Neuen Testaments, Dit is mijn bloed van het nieuwe testament,
das für viele vergossen wird. dat voor velen wordt vergoten.
Wahrlich, ich sage euch, daß ich hinfort Ik verzeker u dat ik van nu af
nicht trinken werde vom Gewächse des Weinstocks, niet zal drinken van de vrucht van de wijnstok
biß auf den Tag, tot aan de dag
da ichs neu trinke in dem Reich Gottes.dat ik het opnieuw drink in het rijk van God.

9. Aria (A)

Mein Heyland, dich vergeß ich nicht,Mijn Heiland, u vergeet ik niet,
Ich habe dich in mich verschlossen,ik heb u in mij opgenomen,
Und deinen Leib und Blut genossen,en uw lichaam en bloed genoten,
Und meinen Trost auf dich gericht.en mijn troost op u gericht.

10. Marcus 14: 26-28

Evangelist
Und da sie den Lobgesang gesprochen hatten, En toen ze de lofzang hadden uitgesproken,
gingen sie hinaus an den Ölberg, gingen ze naar de Olijfberg,
und Jesus sprach zu ihnen: en Jezus zei tegen hen:
Jesus
Ihr werdet euch in dieser Nacht In deze nacht zullen jullie je
alle an mir ärgern, allemaal aan mij ergeren,
denn es stehet geschrieben: want er staat geschreven:
Ich werde den Hirten schlagen, Ik zal de herder doodslaan
und die Schafe werden sich zerstreuen; en de schapen zullen verstrooid worden;
aber nachdem ich auferstehe, maar als ik ben opgestaan,
will ich vor euch hingehen in Galiläam.zal ik jullie voorgaan naar Galilea.

11. Koraal

tutti

Wach auf, O Mensch, vom Sündenschlaf, Ontwaak, o mens uit je zondenslaap,
ermuntre dich, verlornes Schaf word wakker, verloren schaap
und bessre bald dein Leben! en beter snel je leven!
Wach auf, es ist doch hohe Zeit, Ontwaak, het is toch de hoogste tijd,
es kömmt heran die Ewigkeit, de eeuwigheid nadert
dir deinen Lohn zu geben. om je je loon te geven.
Vielleicht ist heut der letzte Tag, Misschien is het vandaag de laatste dag,
wer weiss noch, wie man sterben mag!wie weet wanneer je gaat sterven!

12. Marcus 14: 29-34

Evangelist
Petrus aber sagte zu ihm: Maar Petrus zei tegen hem:
Petrus
Und wenn sie sich alle ärgerten, Ook al ergerden ze zich allemaal,
so wollte ich doch mich nicht ärgern. ik zou me toch niet ergeren.
Evangelist
Und Jesus sprach zu ihm: En Jezus zei tegen hem:
Jesus
Wahrlich, ich sage dir, heute, in dieser Nacht, Ik verzeker je, vandaag, in deze nacht,
ehe denn der Hahn zweimal krähet, nog voordat dat haan tweemaal heeft gekraaid,
wirst du mich dreimal verleugnen. zul je mij driemaal verloochenen.
Evangelist
Der redet aber noch weiter: Maar hij gaat door:
Petrus
Ja, wenn ich mit dir auch sterben müßte, Al moest ik met u sterven,
wollt ich dich nicht verleugnen. ik zou u niet verloochenen.
Evangelist
Dasselbe gleichen sagten sie alle. Iets dergelijks zeiden ze allemaal.
Und sie kamen zu dem Hofe mit Nahmen Gethsemane. En ze kwamen bij de hof met de naam Getsemane.
Und er sprach zu seinen Jüngern: En hij zei tegen zijn discipelen:
Jesus
Setzet euch hier, bis ich hingehe und bete. Ga hier zolang zitten, ik ga daarginds bidden.
Evangelist
Und nahm zu sich Petrum und Jacobum und Johannem, En hij nam Petrus en Jacobus en Johannes mee
und fing an zu zittern und zu zagen, und sprach: en begon te trillen en te beven en zei:
Jesus
Meine Seele ist betrübt bis in den Tod, Mijn ziel is dodelijk bedroefd,
enthaltet euch hier, und wachet.blijf hier waken.

13. Koraal

tutti

Betrübtes Herz, sei wohlgemut, Bedroefd hart, wees welgemoed,
tu nicht so gar verzagen. verlies de moed niet.
Es wird noch alles werden gut, Alles zal nog goed komen,
all dein Kreuz, Not und Klagen al je lijden, nood en geklaag
wird sich in lauter Fröhlichkeit zal binnenkort in louter
verwandeln in gar kurzer Zeit, vrolijkheid veranderen,
das wirst du wohl erfahren.dat zul je wel merken.

14. Marcus 14: 35-36

Evangelist
Und ging ein wenig fürbaß, En hij liep wat verder,
fiel auf die Erde und betete, viel op de grond en bad
daß, wenn es möglich wäre, of, als het mogelijk was,
die Stunde vorüber ginge, het uur voorbij mocht gaan
und sprach: en hij zei:
Jesus
Abba, mein Vater, es ist dir alles möglich, Abba, mijn vader, bij u is alles mogelijk,
überhebe mich dieses Kelchs! laat deze beker aan mij voorbijgaan!
doch nicht wie ich will, sondern wie du willst.Doch niet zoals ik wil, maar zoals u wilt.

15. Koraal

tutti

Mach's mit mir, Gott, nach deiner Güt, Doe met mij, God, wat u goeddunkt,
hilf mir in meinen Leiden! help mij in mijn lijden!
Was ich dich bitt', versag mich nicht; Wat ik u smeek, laat mij niet in de steek;
wenn sich mein Seel soll scheiden, wanneer mijn ziel heengaat,
so nimm sie, Herr, in deine Händ', neem die dan, Heer in uw handen,
ist alles gut, wenn gut das End'.alles is goed als het einde goed is.

16. Marcus 14: 37-42

Evangelist
Und kam und fand sie schlafend, En toen hij terugkwam, trof hij hen slapend aan,
und sprach zu Petro: en hij zei tegen Petrus:
Jesus
Simon, schläfest du? Vermöchtest du nicht Simon, slaap je? Kon je niet één uur met mij waken?
eine Stunde mit mir zu wachen? Waak en bid,
Wachet und betet, daß ihr nicht in Versuchung fallet, zodat jullie niet in verzoeking worden gebracht,
der Geist ist willig, aber das Fleisch ist schwach. de geest is gewillig, maar het vlees is zwak.
Evangelist
Und ging wieder hin, und sprach dieselben Worte: En hij liep weer weg, en sprak dezelfde woorden,
und kam wieder en toen hij terugkwam
und fand sie abermal schlafend, trof hij hen weer slapend aan,
und ihre Augen waren voll Schlaf's, en hun ogen waren vol slaap,
und wußten nicht was sie ihm antworteten. en ze wisten niet wat ze hem moesten antwoorden.
Und er kam zum drittenmal, En toen hij voor de derde keer terugkwam,
und sprach zu ihnen: zei hij tegen hen:
Jesus
Ach! Wollt ihr nun schlafen und ruhen, Ach, willen jullie nog steeds slapen en rusten?
es ist genug, die Stunde ist kommen: siehe, Het is genoeg, het uur is gekomen, kijk,
des Menschen Sohn wird überantwortet de mensenzoon wordt overgeleverd
in der Sünder Hände; in de handen van de zondaren;
stehet auf, laßt uns gehen, sta op, laten we gaan,
siehe, der mich verrät, ist nahe.kijk, degene die mij verraadt is dichtbij.

17. Aria (S)

Er kommt, er kommt, er ist vorhanden!Hij komt, hij komt, hij is er al!
Mein Jesu, ach! er suchet dich,Mijn Jezus, ach, hij zoekt u,
Entfliehe doch, und lasse michvlucht toch, en laat mij, mijn heil,
Mein Heyl, statt deiner in den Banden.in uw plaats in de boeien slaan.

18. Marcus 14: 43-45

Evangelist
Und alsbald, da er noch redete, kam herzu Judas, En terwijl hij nog sprak, kwam Judas,
der Zwölfen einer, und eine große Schar mit ihm, een van de twaalf, naar hem toe
mit Schwertern und mit Stangen, met een hele bende, met zwaarden en stokken,
von den Hohenpriestern und Schriftgelehrten van de hogepriesters en schriftgeleerden
und Ältesten: und der Verräter hatte ihnen en oudsten. En de verrader had hun
ein Zeichen gegeben und gesagt: een teken gegeven en gezegd:
Judas
Welchen ich küssen werde, der ist's, Degene die ik zal kussen, die is het,
den greiffet und führet ihn gewiß. grijp hem en neem hem welverzekerd mee.
Evangelist
Und da er kam, trat er bald zu ihm, En hij liep snel op hem af
und sprach zu ihm: en zei tegen hem:
Judas
Rabbi, Rabbi. Rabbi, rabbi,
Evangelist
und küsset ihn.en kuste hem.

19. Aria (A)

Falsche Welt, dein schmeichelnd Küssen,Valse wereld, jouw vleiend kussen
Ist der Frommen Seelen Gift.is gif voor de zielen van de vromen.
Deine Zungen sind voll Stechen,Jouw tongen zitten vol stekels
Und die Worte, die sie sprechen,en de woorden die ze spreken
Sind zu Fallen angestift.zijn tot vallen gemaakt.

20. Marcus 14: 46-49

SATB

Evangelist
Die aber legten ihre Hände an ihn, En zij strekten hun handen naar hem uit
und griffen ihn. en grepen hem.
Einer aber von denen, die dabei stunden, Maar een van degenen die erbij stonden
zog sein Schwerd aus, trok zijn zwaard
und schlug des Hohenpriesters Knecht, en sloeg de knecht van de hogepriester
und hieb ihm ein Ohr ab. en hakte hem een oor af.
Und Jesus antwortete und sprach zu ihnen: En Jezus zei tegen hen:
Jesus
Ihr seid ausgegangen, Jullie zijn erop uitgetrokken
als zu einem Mörder, als tegen een moordenaar,
mit Schwerten und mit Stangen, met zwaarden en met stokken
mich zu fahen. om mij gevangen te nemen.
Ich bin täglich im Tempel bei euch gesessen Ik heb dagelijks in de tempel bij jullie gezeten
und habe gelehret, en onderwijs gegeven
und ihr habt mich nicht gegriffen; en toen hebben jullie mij niet gegrepen;
aber auf dass die Schrift erfüllet würde.maar dat was opdat de Schrift vervuld zou worden.

21. Koraal

tutti

Jesu ohne Missetat, Jezus, zonder misdaad
im Garten vorhanden, in de hof aanwezig,
da man dich gebunden hat waar ze u in harde boeien
fest mit harten Banden. hebben geslagen.
Wenn uns will der böse Feind Als de boze vijand ons
mit der Sünde binden, in de boeien van de zonde wil slaan,
so laß uns, O Menschenfreund, laat ons dan, o mensenvriend,
dadurch Lösung finden.daardoor verlossing vinden.

22. Marcus 14: 50-52

Evangelist
Und die Jünger verliessen ihn alle En de discipelen verlieten hem allemaal
und flohen. en vluchtten.
Und es war ein Jüngling, der folgete ihm nach, En er was een jongeling die hem volgde,
der war mit Leinwand bekleidet und der bloßen Haut, die droeg een linnen gewaad over zijn blote huid,
und diesen Jüngling griffen sie; en die jongeling grepen ze;
er aber ließ die Leinwand fahren maar hij liet het gewaad schieten
und flohe nackt von ihnen.en vluchtte naakt.

23. Koraal

tutti

Ich will hier bei dir stehen, Ik wil hier bij u blijven,
verlasse mich doch nicht, veracht mij toch niet,
von dir will ich nicht gehen, u wil ik niet verlaten
wenn dir dein Herze bricht, wanneer uw hart breekt,
wenn dein Haupt wird erblassen wanneer uw hoofd verbleekt
im letzten Todesstoß, in de laatste doodsteek,
alsdann will ich dich fassen dan wil ik u in mijn armen
in meinen Arm und Schoß.en in mijn schoot nemen.

24. Aria (T)

Nach der Predigt

Mein Tröster ist nicht mehr bei mir, Mijn trooster is niet meer bij mij,
Mein Jesu, soll ich dich verliehren, mijn Jezus, moet ik u verliezen
Und zum Verderben sehen führen? en toezien hoe u in het verderf wordt gestort?
Das kömmt der Seele schmerzlich für. Dat is pijnlijk voor de ziel.
Der Unschuld, welche nichts verbrochen, Over de onschuld die niets heeft misdaan,
Dem Lamm, das ohne Missetat, over het lam dat geen misdaad kent
Wird in dem ungerechten Rath wordt door de onrechtvaardige raad
Ein Todes-Urtheil zugesprochen.een doodvonnis uitgesproken.

25. Marcus 14: 53-59

Evangelist
Und sie führeten Jesum zu den Hohenpriestern En ze brachten Jezus naar de hogepriesters
und Ältesten und Schriftgelehrten. en de oudsten en de schriftgeleerden.
Petrus aber folgete ihnen nach von ferne En Petrus volgde hen van een afstand
bis hinein in des Hohenpriesters tot in het paleis van de hogepriester
Palast, und saß bei den Knechten en hij zat bij de knechten
und wärmete sich bei den Licht. en warmde zich bij het vuur.
Aber die Hohenpriester und der ganze Rat En de hogepriesters en de hele raad
suchten Zeugnis wider Jesum, zochten getuigenis tegen Jezus
und funden nichts. maar vonden niets.
Viel gaben falsches Zeugnis wider Jesum, Velen legden valse getuigenissen af tegen Jezus,
aber ihr Zeugnis stimmete nicht überein. maar hun getuigenissen stemden niet overeen.
Und etliche stunden auf En enkelen stonden op
und gaben falsches Zeugnis wider ihn, om een valse getuigenis tegen hem af te leggen
und sprachen: en zij zeiden:
Chor
Wir haben gehöret, daß er saget: Wij hebben gehoord dat hij zei:
Ich will den Tempel, Ik wil de tempel,
der mit Händen gemacht ist, abbrechen, die met handen is gemaakt, afbreken
und in dreien Tagen einen andern bauen, en in drie dagen een andere bouwen
der nicht mit Händen gemacht ist. die niet met handen is gemaakt.
Evangelist
Aber ihr Zeugnis stimmet noch nicht überein.Maar ook hun getuigenissen klopten niet.

26. Koraal

tutti

Was Menschenkraft und Witz anfäht, Wat menselijke kracht en sluwheid doet,
soll uns billig nicht schrekken, hoeft ons geen angst aan te jagen,
er sitzet an der höchsten Stätt, hij zit op de hoogste plek,
er wird ihr'n Rat aufdekken. hij zal hun plannen openbaren.
Wenn sie's aufs klügste greiffen an, Als zij heel slim aanvallen,
so geht doch Gott ein andre Bahn, dan kiest God een andere baan,
es steht in seinen Händen.het ligt in zijn handen.

27. Marcus 14: 60-61A

Evangelist
Und der Hohenpriester stund unter ihnen auf En de hogepriester stond op
und fragete Jesum und sprach: en vroeg aan Jezus:
Pontifex
Antwortest du nicht zu dem, Antwoordt u niet
was diese wider dich zeugen? op wat deze mensen tegen u getuigen?
Evangelist
Er aber schwieg stille und antwortete nichts.Maar hij zweeg en gaf geen antwoord.

28. Koraal

tutti

Befiehl du deine Wege Vertrouw uw wegen
und was dein Herze kränkt, en dat wat uw hart krenkt
der allertreusten Pflege toe aan de allertrouwste zorg
des, der den Himmel lenkt. van hem die de hemel bestuurt.
Der Wolken, Luft und Winden Hij die wolken, lucht en winden
gibt Wege, Lauf und Bahn, hun weg, hun loop en hun baan geeft,
der wird auch Wege finden, zal ook wel wegen vinden
da dein Fuß gehen kann.waarlangs uw voet kan gaan.

29. Marcus 14: 61B-65

Evangelist
Da fraget ihn der Hohepriester abermal Toen stelde de hogepriester hem
und sprach zu ihm: opnieuw een vraag en zei:
Pontifex
Bist du Christus, der Sohn des Hochgelobten? Bent u Christus, de zoon van de Hooggeprezene?
Evangelist
Jesus sprach: Jezus zei:
Jesus
Ich bin's, und ihr werdet sehen des Menschen Sohn Dat ben ik, en u zult de mensenzoon zien,
sitzen zur rechten Hand der Kraft, zittend aan de rechterhand van de Machtige
und kommen auf des Himmels Wolken. en komend op de wolken van de hemel.
Evangelist
Da zerriß der Hohepriester seine Kleider und sprach: Toen scheurde de hogepriester zijn kleren en zei:
Pontifex
Was dürfen wir weiter Zeugen? Wat hebben we nog verdere getuigen nodig?
Ihr habt gehöret die Gottes-lästerung! U hebt de godslastering gehoord,
Was dünket euch? wat vindt u?
Evangelist
Sie aber verdammten ihn alle, En ze vervloekten hem allemaal en zeiden
daß er des Todes schuldig wäre. dat hij de doodstraf verdiende.
Da fingen an etliche ihn zu verspeien En sommigen begonnen hem te bespuwen
und mit Fäusten zu schlagen en met hun vuisten te slaan
und zu ihm zu sagen: en ze zeiden tegen hem:
Chor
Weissage uns! Profeteer dan!
Evangelist
Und die Knechte schlugen ihn ins Angesicht.En de knechten sloegen hem in zijn gezicht.

30. Koraal

tutti

Du edles Angesichte, O edel gelaat,
dafür sonst schrickt und scheut waarvoor anders de hele wereld
das grosse Weltgerichte, vreest en schroomt,
wie bist du so bespeit, hoe komt u zo bespuwd,
wie bist du so erbleichet, hoe komt u zo bleek,
wer hat dein Augenlicht, wie heeft het licht van uw ogen
dem sonst kein Licht nicht gleichet, dat met geen enkel licht te vergelijken is,
so schändlich zugericht't?zo schandelijk toegetakeld?

31. Marcus 14: 66-72

Evangelist
Und Petrus war da nieder im Palast, da kam En Petrus zat daar in het paleis, toen kwam
des Hohenpriesters Mägde eine, er een van de dienstmeisjes van de hogepriester,
und da sie sahe Petrum sich wärmen, en toen ze zag dat Petrus zich daar zat te warmen,
schauet sie ihn an und sprach: keek ze hem aan en zei:
Ancilla (Dienstmeisje:)
Und du warest auch mit Jesu von Nazareth! Jij was ook bij Jezus van Nazareth!
Evangelist
Er leugnete aber und sprach: Maar hij ontkende het en zei:
Petrus
Ich kenne ihn nicht, weiß auch nicht, was du sagest. Ik ken hem niet en ik weet ook niet wat je zegt.
Evangelist
Und er ging hinaus in den Vorhof; En hij ging naar de voorhof
und der Hahn krähet. en de haan kraaide.
Und die Magd sahe ihn, und hub abermal an zu sagen En het dienstmeisje zag hem en zei
zu den'n die dabei stunden: tegen de omstanders:
Ancilla
Dieser ist der einer! Hij hoort er ook bij!
Evangelist
Und er leugnet abermal; En hij ontkende het opnieuw
und nach einer kleinen Weile en na een poosje
sprachen abermal zu Petro, die dabei stunden: zeiden de omstanders weer tegen Petrus;
Chor
Wahrlich, du bist der einer; Werkelijk, jij hoort er ook bij;
denn du bist ein Galiläer want je bent een Galileeër,
und deine Sprache lautet gleich also. en zo klinkt je accent ook.
Evangelist
Er aber fing an sich zu verfluchen und schwören: Toen begon hij zichzelf te vervloeken en te zweren:
Petrus
Ich kenne des Menschen nicht, von dem ihr redet. Ik ken de man niet over wie jullie praten.
Evangelist
Und der Hahn krähet zum andernmal. En opnieuw kraaide de haan.
Da gedachte Petrus an das Wort, Toen herinnerde Petrus zich de woorden
das Jesus zu ihm saget: die Jezus tegen hem had gezegd:
Ehe der Hahn zweimal krähet, Voordat de haan tweemaal kraait,
wirst du mich dreimal verleugnen. zul je mij driemaal verloochenen.
Und er hub an zu weinen.En hij barstte in huilen uit.

32. Koraal

tutti

Herr, ich habe missgehandelt, Heer, ik heb kwaad gedaan,
ja mich drückt der Sünden Last, ja, de last van de zonden drukt op mij,
ich bin nicht den Weg gewandelt, ik heb niet de weg bewandeld
den du mir gezeiget hast, die u mij hebt gewezen,
und jetzt wollt ich gern aus Schrekken en nu zou ik mij graag uit angst
mich vor deinem Zorn verstekken.voor uw toorn willen verbergen.

33. Marcus 15: 1-14

Evangelist
Und bald am Morgen hielten die Hohenpriester einen Rat En in de ochtend beraadslaagden de hogepriesters
mit den Ältesten und Schriftgelehrten, met de oudsten en de schriftgeleerden
dazu der ganze Rat, en de hele raad,
und banden Jesum und führeten ihn hin en ze boeiden Jezus en namen hem mee
und überantworteten ihn Pilato, en leverden hem over aan Pilatus,
und Pilatus fraget ihn: en Pilatus vroeg hem:
Pilatus
Bist du der König der Juden? Bent u de koning van de Joden?
Evangelist
Er antwortete und sprach: Hij antwoordde:
Jesus
Du sagests. U zegt het.
Evangelist
Und die Hohenpriester beschuldigten ihn hart. En de hogepriesters beschuldigden hem zwaar.
Pilatus aber fragte ihn abermals und sprach: En Pilatus vroeg hem:
Pilatus
Antwortest du nichts? Geeft u geen antwoord?
Siehe, wie hart sie dich verklagen! Kijk toch hoe zwaar ze u beschuldigen.
Evangelist
Jesus aber antwortete nichts mehr, Maar Jezus gaf geen antwoord meer,
also, daß sich auch Pilatus verwunderte. zodat ook Pilatus verbaasd was.
Er pflegte aber, ihnen auf das Osterfest Nu was hij gewoon op het paasfeest
einen Gefangenen loszugeben, een gevangene naar hun keuze vrij te laten.
welchen sie begehrten. Es war aber einer, En er was er één, Barabbas genaamd,
genannt Barrabas, gefangen mit den Aufrührischen, die gevangen was genomen met de oproerlingen
die im Aufruhr einen Mord begangen hatten. die tijdens het oproer een moord hadden gepleegd.
Und das Volk ging hinauf und bat, En het volk stroomde toe en vroeg hem te doen
daß er tät, wie er pfleget. wat hij gewend was.
Pilatus aber antwortet ihnen: En Pilatus antwoordde:
Pilatus
Wollt ihr, daß ich euch den König der Juden los gebe. Willen jullie dat ik de koning van de Joden vrijlaat?
Evangelist
Denn er wusste, daß ihn Want hij wist dat de hogepriesters
die Hohenpriester aus Neid überantwortet hatten. hem uit afgunst hadden overgeleverd.
Aber die Hohenpriester reizeten das Volk, Maar de hogepriesters hitsten het volk op te zeggen
daß er ihnen viel lieber Barrabam los gebe. dat hij maar liever Barabbas moest vrijlaten.
Pilatus aber antwortet wiederum und sprach: En Pilatus antwoordde:
Pilatus
Was wollt ihr denn, Wat willen jullie dan dat ik doe
das ich tue dem, den ihr schuldiget, met de man die jullie ervan beschuldigen
er sei ein König der Juden? dat hij een koning van de Joden is?
Evangelist
Sie schreien abermals: Ze schreeuwden:
Chor
Kreuzige Ihn ! Kruisig hem!
Evangelist
Pilatus aber sprach zu ihnen: En Pilatus vroeg hen:
Pilatus
Was hat er denn Übels getan? Wat heeft hij dan voor kwaad gedaan?
Evangelist
Aber sie schreien noch vielmehr: Maar ze schreeuwden nog veel harder:
Chor
Kreuzige Ihn !Kruisig hem!

34. Aria (S)

Angenehmes Mord-Geschrey!Aangenaam moordgeschreeuw!
Jesus soll am Kreuze sterben,Jezus moet aan het kruis sterven
Nur damit ich vom Verderbenalleen maar opdat mijn vervloekte ziel
Der verdammten Seelen frey,wordt verlost van de ondergang,
damit mir Kreuz und Leidenopdat ik kruis en leed
Sanfte zu ertragen sey.gemakkelijk kan dragen.

35. Marcus 15: 15-19

Evangelist
Pilatus aber gedachte dem Volk genug zu tun, En Pilatus wilde het volk tegemoetkomen
und gab ihnen Barrabam los en liet Barabbas vrij
und überantwortet ihnen Jesum, en gaf Jezus aan hen over
dass er gegeisselt und gekreuziget würde. om hem te laten geselen en kruisigen.
Die Kriegesknechte aber führeten ihn hinein En de soldaten brachten hem
in das Richthaus naar het gerechtsgebouw
und riefen zusammen die ganze Schar en riepen de hele bende bij elkaar
und zogen ihm einen Purpur an, en trokken hem een purperen kleed aan
und flochten eine Dornenkrone en vlochten een doornenkroon
und setzten sie ihm auf. en zetten hem die op.
Und fingen an, ihn zu grüssen. En ze begonnen hem te groeten.
Chor
Gegrüsset seist du, der Juden König! Wees gegroet, koning van de Joden!
Evangelist
Und schlugen ihm das Haupt mit dem Rohr En ze sloegen hem op zijn hoofd met een rietstengel
und verspeieten ihn und fielen auf die Knie en bespuwden hem en vielen op hun knieën
und beteten ihn an.en aanbaden hem.

36. Koraal

tutti

Man hat dich sehr hart verhöhnet, Ze hebben u erg hard bespot,
dich mit grossem Schimpf belegt, u lelijk uitgescholden,
und mit Dornen gar gekrönet. en zelfs met doornen gekroond.
Was hat dich dazu bewegt? Wat heeft u daartoe bewogen?
Daß du möchtest mich ergötzen, Dat u mij genoegen wilde doen,
mir die Ehrenkron aufsetzen. mij de erekroon wilde opzetten.
Tausend, tausendmahl sei dir, Duizend, duizendmaal, liefste Jezus,
liebster Jesu, Dank dafür!dank ik u daarvoor!

37. Marcus 15: 20-24

Evangelist
Und da sie ihn verspottet hatten, En toen ze hem hadden bespot,
zogen sie ihm den Purpur aus trokken ze hem het purperen kleed uit
und legten ihm seine eigenen Kleider an en ze deden hem zijn eigen kleren aan
und führeten ihn hinaus, daß sie ihn kreuzigten en namen hem mee om hem te kruisigen,
und zwangen einen, der vorüber ging, en ze dwongen een voorbijganger met de naam
mit Namen Simon von Cyrene, der vom Felde kam, Simon van Cyrene, die van het veld kwam
(der ein Vater war, Alexandri und Ruffi,) (hij was de vader van Alexander en Rufus)
daß er ihm das Kreuz nachtrüge. om het kruis achter hem aan te dragen.
Und sie brachten ihn an die Stätte Golgatha, En ze brachten hem naar Golgota,
das ist verdolmetscht Schädelstätt. in onze taal Schedelplaats geheten.
Und sie gaben ihm Myrrhen in Wein zu trinken, En ze gaven hem mirre in wijn te drinken
und er nahm's nicht zu sich. maar hij dronk het niet.
Und da sie ihn gekreuziget hatten, En toen ze hem hadden gekruisigd,
teilten sie seine Kleider und warfen verdeelden ze zijn kleren en lootten erom
das Los drum, welcher was überkäme.wie wat zou krijgen.

38. Koraal

tutti

Das Wort sie sollen lassen stahn, Het woord moeten ze laten staan
und kein Dank darzu haben: zonder daarvoor bedankt te worden:
Er ist bei uns wohl auf dem Plan, Hij verschijnt aan ons
mit seinem Geist und Gaben. met zijn geest en zijn gaven.
Nehmen sie uns den Leib, Als ze ons beroven van ons lichaam,
Gut, Ehr, Kind und Weib, van goed, eer, kind en vrouw,
laß fahren dahin, trek het je niet aan,
sie haben's kein Gewinn, het levert hun niets op,
das Reich Gotts muß uns bleiben.wij behouden het rijk van God,

39. Marcus 15: 25-34

Evangelist
Und es war um die dritte Stunde, En het was rond het derde uur
da sie ihn kreuzigten. toen ze hem kruisigden.
Und es war oben über ihm geschrieben, En boven hem stond geschreven
was man ihm Schuld gab, waarvan hij was beschuldigd,
nämlich 'Ein König der Jüden.' namelijk 'een koning van de Joden'.
Und sie kreuzigten mit ihm zween Mörder, En ze kruisigden met hem twee moordenaars,
einen zu seiner Rechten und einen zur Linken. één rechts van hem en één links.
Da ward die Schrift erfüllet, die da saget: Daarmee werd de Schrift vervuld die zegt:
'Er ist unter die übeltäter gerechnet.' 'Hij is onder de misdadigers geteld.'
Und die vorüber gingen, lästerten ihn En de voorbijgangers scholden hem uit
und schüttelten ihre Häupter und sprachen: en schudden het hoofd en zeiden:
Chor
Pfui dich, wie fein zerbrechtst du den Tempel, Schaam je, jij die de tempel mooi afbreekt
und bauest ihn in dreien Tagen. en hem in drie dagen weer opbouwt.
Hilf dir nun selber, und steig herab vom Kreuze! Help nu maar jezelf, en kom van het kruis!
Evangelist
Desselben gleichen die Hohenpriester En evenzo spotten de hogepriesters
verspotteten ihn untereinander, onder elkaar met hem,
sammt den Schriftgelehrten und sprachen: en ook de schriftgeleerden en ze zeiden:
Chor
Er hat andern geholfen, Anderen heeft hij geholpen,
und kan ihm selber nich helfen. maar zichzelf kan hij niet helpen.
Ist er Christus und König in Israel, Als hij Christus is en koning in Israël,
so steige er nun vom Kreuze, laat hij dan van het kruis af komen,
daß wir sehen und gläuben. zodat wij het zien en geloven.
Evangelist
Und die mit ihm gekreuziget waren, En ook zij die met hem waren gekruisigd
schmäheten ihn auch. beschimpten hem.
Und nach der sechsten Stunde En na het zesde uur
ward eine Finsternis über das ganze Land, kwam er duisternis over het hele land
bis um die neunte Stunde; tot aan het negende uur;
und um die neunte Stunde rief Jesus laut, und sprach: en rond het negende uur riep Jezus luid:
Jesus
Eli, Eli, lama asabthani? Eli, Eli, lama asabthani?
Evangelist
Das ist verdolmetsch't: Dat is in onze taal:
Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?

40. Koraal

Keinen hat Gott verlassen, God heeft nooit iemand verlaten
der ihm vertraut allzeit. die op hem vertrouwt.
und ob ihn gleich viel hassen, Ook al haten velen hem,
geschieht ihm doch kein Leid. hem overkomt toch geen kwaad.
Gott will die Seinen schützen, God wil de zijnen beschermen,
zuletzt erheben hoch, en aan het eind hoog verheffen
und geben, was ihn'n nützet, en geven wat goed voor hen is,
hier zeitlich und auch dort.hier op aarde en ook daarginds.

41. Marcus 15: 35-37

SATB

Evangelist
Und etliche, die dabei stunden, En sommige omstanders
da sie das höreten, sprachen sie: die dat hoorden, zeiden:
Chor
Siehe, er rufet dem Elias. Kijk, hij roept Elia.
Evangelist
Da lief einer und füllet einen Schwamm mit Essig Toen drenkte iemand snel een spons in zure wijn
und steckte ihn auf ein Rohr en stak die op een rietstengel
und tränket ihn und sprach: en gaf hem te drinken en zei:
Soldat
Halt, laßt sehen, ob Elias komme und ihm helfe. Wacht, laten we kijken of Elia hem komt helpen.
Evangelist
Aber Jesus schrie laut und verschied.En Jezus schreeuwde luid en gaf de geest.

42. Aria (B) & Koraal (S)

Welt und Himmel nehmt zu Ohren Aarde en hemel, luister,
Jesus schreiet über laut. Jezus schreeuwt zeer luid.
Allen Sündern sagt er an, Hij zegt tegen alle zondaren
Daß er nun genug getan, dat hij nu genoeg heeft gedaan,
Daß das Eden aufgebaut dat het Eden is opgebouwd
Welches wir zuvor verlohren. dat wij eerder waren kwijtgeraakt.

Koraal
Jesu, deine Passion Jezus, uw lijden
Ist mir lauter Freude, is louter vreugde voor mij,
Deine Wunden, Kron und Hohn uw wonden, kroon en hoon
Meines Herzens Weide; voeden mijn hart;
Meine Seel auf Rosen geht, mijn ziel wandelt over rozen
Wenn ich dran gedenke, als ik eraan denk,
In dem Himmel eine Stätt geef mij daarom een plek
Mir deswegen schenke.in de hemel.

43. Marcus 15: 38-45

Evangelist
Und der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück, En het gordijn in de tempel scheurde in tweeën,
von oben an bis unten aus. van boven tot onder.
Der Hauptmann aber, En de commandant
der dabei stund ihm gegenüber und sahe, die tegenover hem stond en zag
daß er mit solchem Geschrei verschied, sprach er: dat hij met zulk geschreeuw de geest gaf, zei:
Centurio
Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen! Waarlijk, hij was Gods zoon!
Evangelist
Und es waren auch Weiber da, En er waren daar ook vrouwen,
die von fern solches schaueten, die van verre toekeken,
unter welchen waren Maria Magdalena en onder hen waren Maria Magdalena
und Maria des kleinen Jacobs und Joses Mutter en Maria de moeder van de kleine Jacob
und Salome, die ihm auch nachgefolget, en van Joses, en Salome; zij waren ook
da er in Galiläa war, volgelingen van hem geweest toen hij in Galilea was
und gedienet hatten, und viel andere, en hadden hem gediend, en er waren veel anderen
die mit ihm hinauf gen Jerusalem gegangen waren. die met hem mee waren gegaan naar Jeruzalem.
Und am Abend, dieweil es der Rüsttag war, En 's avonds, omdat het Voorbereidingsdag was
(welcher ist der Vorsabbath) (dat is de dag vóór de sabbat), kwam Jozef
kam Joseph von Arimathia, ein ehrbarer Ratsherr, van Arimathea, een achtenswaardige raadsheer,
welcher auch auf das Reich Gottes wartete; die ook het rijk van God verwachtte;
der wagt's und ging hinein zu Pilato die waagde het om naar Pilatus te gaan
und bat um den Leichnam Jesu. en het lichaam van Jezus te vragen.
Pilatus aber verwundert' sich, En Pilatus was verbaasd
daß er schon tot war, dat hij al dood was
und rief den Hauptmann, und fraget ihn, en hij liet de commandant komen en vroeg hem
ob er schon gestorben wäre; of hij al gestorven was;
und als er's erkundet von dem Hauptmann, en toen hij het van de commandant had gehoord,
gab er Joseph den Leichnam.gaf hij Jozef het lichaam.

44. Koraal

tutti

O Jesu du, mein Hilf und Ruh, O Jezus, mijn hulp en mijn rust,
ich bitte dich mit Tränen: ik vraag u in tranen:
Hilf, daß ich mich bis ins Grab Help mij dat ik tot in het graf
nach dir möge sehnen!naar u mag verlangen!

45. Marcus 15: 46-47

Evangelist
Und er kaufte ein Leinwand und nahm ihn ab En hij kocht linnen en haalde hem van het kruis
und wikkelt' ihn in die Leinwand en wikkelde hem in het linnen
und legte ihn in ein Grab, en legde hem in een graf
das war in einen Felsen gehauen, dat in een rots was uitgehouwen,
und wälzte einen Stein vor des Grabes Tür. en wentelde een steen voor de ingang van het graf.
Aber Maria Magdalena und Maria Joses En Maria Magdalena en Maria van Joses
schaueten zu, wo er hingeleget ward.keken toe waar hij werd neergelegd.

46. Koor

Bey deinem Grab und LeichensteinBij uw graf en lijksteen
Will ich mich stets mein Jesu weiden,wil ik steeds van u, mijn Jezus, genieten,
und über dein verdienstlich Leiden,en om uw verdienstelijk lijden
Von Herzen froh und dankbar seyn.van harte blij en dankbaar zijn.
Schau, diese Grabschrift soll'st du haben:Kijk, dit grafschrift moet u krijgen:
Mein Leben kömmt aus deinem Tod,Mijn leven komt uit uw dood,
Hier hab ich meine Sünden-Nothhier heb ik mijn zondennood
Und Jesum selbst in mich begraben.en Jezus zelf in mij begraven.