naar de bespreking van BWV 245

Johannes-Passion (BWV 245)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

Herr, unser Herrscher, dessen RuhmHeer, onze heerser, wiens roem
in allen Landen herrlich ist!in alle landen heerlijk is!
Zeig uns durch deine Passion,Toon ons door uw lijden
daß du, der wahre Gottessohn,dat u, de ware Zoon van God,
zu aller Zeit,altijd,
auch in der größten Niedrigkeit,zelfs in de grootste vernedering,
verherrlicht worden bist!verheerlijkt bent.

2. Johannes 18:1-8

Evangelist Evangelist
Jesus ging mit seinen Jüngern über den Bach Kidron, da war ein Garte, darein ging Jesus und seine Jünger. Judas aber, der ihn verriet, wußte den Ort auch, denn Jesus versammlete sich oft daselbst mit seinen Jüngern. Jezus stak met zijn discipelen de beek Kidron over. Daar was een hof, waar Jezus binnenging met zijn discipelen. En Judas, zijn verrader, kende die plaats ook, want Jezus kwam daar vaak samen met zijn discipelen.
Da nun Judas zu sich hatte genommen die Schar und der Hohenpriester und Pharisäer Diener, kommt er dahin mit Fakkeln, Lampen und mit Waffen. Als nun Jesus wußte alles, was ihm begegnen sollte, ging er hinaus und sprach zu ihnen: Nu had Judas een troep soldaten meegenomen en dienaren van de hogepriesters en de farizeeërs, en daar kwam hij, met fakkels, lampen en met wapens. En Jezus, die alles wist wat er met hem zou gebeuren, liep naar hen toe en zei tegen hen:
Jesus Jezus
Wen suchet ihr? Wie zoeken jullie?
Evangelist Evangelist
Sie antworteten ihm: Zij antwoordden:
Chorus Koor
Jesum von Nazareth! Jezus van Nazareth.
Evangelist Evangelist
Jesus spricht zu ihnen: Jezus zei tegen hen:
Jesus Jezus
Ich bins. Dat ben ik.
Evangelist Evangelist
Judas aber, der ihn verriet, stund auch bei ihnen. Als nun Jesus zu ihnen sprach: Ich bins, wichen sie zurükke und fielen zu Boden. Da fragete er sie abermal: En Judas, zijn verrader, stond ook bij hen. Toen nu Jezus tegen hen zei: 'Dat ben ik,' deinsden zij terug en vielen op de grond. Toen vroeg hij weer:
Jesus Jezus
Wen suchet ihr? Wie zoeken jullie?
Evangelist Evangelist
Sie aber sprachen: En zij zeiden:
Chorus Koor
Jesum von Nazareth! Jezus van Nazareth.
Evangelist Evangelist
Jesus antwortete: Jezus antwoordde:
Jesus Jezus
Ich habs euch gesagt, daß ichs sei; suchet ihr denn mich, so lasset diese gehen!Ik heb jullie gezegd dat ik dat was. Als jullie mij zoeken, laat hen dan gaan.

3. Koraal

O große Lieb, o Lieb ohn alle Maße, O grote liefde, o onmetelijke liefde,
die dich gebracht auf diese Marterstraße! die u op deze martelweg heeft gebracht!
Ich lebte mit der Welt in Lust und Freuden, Ik leefde met de wereld in lust en vreugde
und du mußt leiden.en u moet lijden.

4. Johannes 18:9-11

Evangelist Evangelist
Auf daß das Wort erfüllet würde, welches er sagte: Ich habe der keine verloren, die du mir gegeben hast. Opdat het woord vervuld zou worden dat hij had gesproken: 'Ik heb niemand verloren van hen die u mij hebt gegeven.'
Da hatte Simon Petrus ein Schwert und zog es aus und schlug nach des Hohenpriesters Knecht und hieb ihm sein recht Ohr ab; und der Knecht hieß Malchus. Da sprach Jesus zu Petro: Nu had Simon Petrus een zwaard, hij trok dat en sloeg naar de knecht van de hogepriester en hakte diens rechteroor af; en die knecht heette Malchus. Toen zei Jezus tegen Petrus:
Jesus Jezus
Stekke dein Schwert in die Scheide! Soll ich den Kelch nicht trinken, den mir mein Vater gegeben hat?Steek je zwaard in zijn schede! Moet ik de beker niet drinken die mijn vader mij heeft gegeven?

5. Koraal

Dein Will gescheh, Herr Gott, zugleich Uw wil geschiede, God, zowel
auf Erden wie im Himmelreich. op aarde als in het hemelrijk.
Gib uns Geduld in Leidenszeit, Geef ons geduld in lijdenstijd,
Gehorsam sein in Lieb und Leid; gehoorzaamheid in lief en leed;
wehr und steur allem Fleisch und Blut, bestrijd en stuit alle vlees en bloed
das wider deinen Willen tut!dat tegen uw wil ingaat.

6. Johannes 18:12-14

Evangelist Evangelist
Die Schar aber und der Oberhauptmann und die Diener der Jüden nahmen Jesum und bunden ihn und führeten ihn aufs erste zu Hannas, der war Kaiphas Schwäher, welcher des Jahres Hoherpriester war. Es war aber Kaiphas, der den Jüden riet, es wäre gut, daß ein Mensch würde umbracht für das Volk.En de troep soldaten en hun aanvoerder en de dienaren van de Joden grepen Jezus en boeiden hem en brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was. En het was Kajafas die de Joden had voorgehouden dat het goed zou zijn als één mens om het leven werd gebracht voor het hele volk.

7. Aria (A)

Von den StrikkenOm mij van de strikken
meiner Sünden mich zu entbinden,van mijn zonden te bevrijden
wird mein Heil gebunden.wordt mijn Heil geboeid.
Mich von allen LasterbeulenOm mij van alle zondebuilen
völlig zu heilen,volkomen te genezen
läßt er sich verwunden.laat hij zich verwonden.

8. Johannes 18:15

Evangelist Evangelist
Simon Petrus aber folgete Jesu nach und ein ander Jünger.En Simon Petrus volgde Jezus, en ook een andere discipel.

9. Aria (S)

Ich folge dir gleichfallsIk volg u eveneens
mit freudigen Schrittenmet verheugde stappen
und lasse dich nicht,en ik laat u niet los,
mein Leben, mein Licht.mijn leven, mijn licht.
Befördre den LaufOndersteun mijn schreden
und höre nicht auf,en houd niet op
selbst an mir zu ziehen,zelf aan mij te trekken,
zu schieben, zu bitten!te duwen, te vragen.

10. Johannes 18:15-23

Evangelist Evangelist
Derselbige Jünger war dem Hohenpriester bekannt und ging mit Jesu hinein in des Hohenpriesters Palast. Petrus aber stund draußen für der Tür. Da ging der andere Jünger, der dem Hohenpriester bekannt war, hinaus und redete mit der Türhüterin und führete Petrum hinein. Da sprach die Magd, die Türhüterin, zu Petro: Deze discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen. En Petrus bleef buiten bij de poort staan. Toen kwam de andere discipel, de bekende van de hogepriester, naar buiten en hij praatte met de portierster en nam Petrus mee naar de binnenplaats. Toen zei het dienstmeisje dat de poort bewaakte tegen Petrus:
Ancilla Dienstmeisje
Bist du nicht dieses Menschen Jünger einer? Ben jij niet een van de discipelen van die man?
Evangelist Evangelist
Er sprach: Hij zei:
Petrus Petrus
Ich bins nicht! Dat ben ik niet.
Evangelist Evangelist
Es stunden aber die Knechte und Diener und hatten ein Kohlfeu'r gemacht (denn es war kalt) und wärmeten sich. Petrus aber stund bei ihnen und wärmete sich. De knechten en dienaren die daar stonden hadden een kolenvuur gemaakt, want het was koud, en zij warmden zich. En Petrus stond bij hen en ook hij warmde zich.
Aber der Hohepriester fragte Jesum um seine Jünger und um seine Lehre. Jesus antwortete ihm: En de hogepriester ondervroeg Jezus over zijn discipelen en over zijn leer. Jezus antwoordde:
Jesus Jezus
Ich habe frei, öffentlich geredet für der Welt. Ich habe allezeit gelehret in der Schule und in dem Tempel, da alle Juden zusammenkommen, und habe nichts im Verborgnen geredt. Was fragest du mich darum? Frage die darum, die gehöret haben, was ich zu ihnen geredet habe! Siehe, dieselbigen wissen, was ich gesaget habe! Ik heb vrijuit en in het openbaar voor de wereld gesproken. Ik heb voortdurend onderwezen in de synagoge en in de tempel, waar alle Joden samenkomen, en ik heb niets in het geheim gezegd. Waarom vraagt u mij dit? Vraag het aan hen die gehoord hebben wat ik tot hen heb gesproken. Zij weten wat ik gezegd heb.
Evangelist Evangelist
Als er aber solches redete, gab der Diener einer, die dabeistunden, Jesu einen Bakkenstreich und sprach: En toen hij dat zei, gaf een van de dienaren die erbij stonden Jezus een klap in zijn gezicht en zei:
Servus Dienaar
Solltest du dem Hohenpriester also antworten? Zo praat je niet tegen de hogepriester!
Evangelist Evangelist
Jesus aber antwortete: En Jezus antwoordde:
Jesus Jezus
Hab ich übel geredt, so beweise es, daß es böse sei, hab ich aber recht geredt, was schlägest du mich?Als ik iets verkeerds heb gezegd, bewijs dan dat het slecht was. Maar als het goed was wat ik zei, waarom sla je me dan?

11. Koraal

Wer hat dich so geschlagen, Wie heeft u zo geslagen,
mein Heil, und dich mit Plagen mijn Heil, en u met klappen
so übel zugericht'? zo toegetakeld?
Du bist ja nicht ein Sünder, U bent toch geen zondaar
wie wir und unsre Kinder, zoals wij en onze kinderen,
von Missetaten weißt du nicht. van misdaden weet u niets.
Ich, ich und meine Sünden, Ik, ik en mijn zonden,
die sich wie Körnlein finden waarvan er zoveel zijn
des Sandes an dem Meer, als korrels zand bij de zee,
die haben dir erreget die zijn de oorzaak
das Elend, das dich schläget, van de ellende die u treft
und das betrübte Marterheer.en het bedroefde leger martelaren.

12. Johannes 18:24-27 [+ Matthäus 26:75]

Evangelist Evangelist
Und Hannas sandte ihn gebunden zu dem Hohenpriester Kaiphas. En Annas stuurde hem geboeid naar hogepriester Kajafas.
Simon Petrus stund und wärmete sich, da sprachen sie zu ihm: Petrus stond zich te warmen, en ze zeiden tegen hem:
Chorus Koor
Bist du nicht seiner Jünger einer? Ben jij niet één van zijn discipelen?
Evangelist Evangelist
Er leugnete aber und sprach: Hij ontkende het en zei:
Petrus Petrus
Ich bins nicht. Dat ben ik niet.
Evangelist Evangelist
Spricht des Hohenpriesters Knecht' einer, ein Gefreundter des, dem Petrus das Ohr abgehauen hatte: Toen zei een van de knechten van de hogepriester, een familielid van degene van wie Petrus het oor had afgehakt:
Servus Dienaar
Sahe ich dich nicht im Garten bei ihm? Heb ik jou niet bij hem in de hof gezien?
Evangelist Evangelist
Da verleugnete Petrus abermal, und alsobald krähete der Hahn. Da gedachte Petrus an die Worte Jesu und ging hinaus und weinete bitterlich.Toen ontkende Petrus het opnieuw, en meteen kraaide de haan. Toen herinnerde Petrus zich de woorden van Jezus en hij ging de poort uit en huilde bitter.

13. Aria (T)

Ach, mein Sinn, wo willt du endlich hin,Ach, waar moet ik het toch zoeken,
wo soll ich mich erquicken?waar vind ik troost?
Bleib ich hier, oder wünsch ich mirBlijf ik hier of wens ik
Berg und Hügel auf den Rükken?berg en heuvels op mijn rug?
Bei der Welt ist gar kein Rat,De wereld kan mij echt niet helpen,
und im Herzen stehn die Schmerzenen in mijn hart zit de pijn
meiner Missetat,van mijn misdaad
weil der Knecht den Herrnomdat de knecht zijn Heer
verleugnet hat.heeft verloochend.

14. Koraal

Petrus, der nicht denkt zurück, Petrus, die het zich niet herinnert
seinen Gott verneinet, en zijn God verloochent,
der doch auf ein' ernsten Blick maar die op een ernstige blik
bitterlichen weinet. bitter begint te huilen.
Jesu, blikke mich auch an, Jezus, kijk ook mij aan
wenn ich nicht will büßen; als ik niet wil boeten,
wenn ich Böses hab getan, als ik kwaad heb gedaan,
rühre mein Gewissen!raak dan mijn geweten aan.

15. Koraal

Christus, der uns selig macht, Christus, die ons zalig maakt,
kein Bös' hat begangen, niets kwaads heeft gedaan,
der ward für uns in der Nacht die is voor ons in de nacht
als ein Dieb gefangen, als een dief gevangen,
geführt für gottlose Leut voorgeleid aan goddeloze mensen
und fälschlich verklaget, en vals beschuldigd,
verlacht, verhöhnt und verspeit, uitgelachen, bespot en bespuwd,
wie denn die Schrift saget.zoals de Schrift zegt.

16. Johannes 18:28-36

Evangelist Evangelist
Da führeten sie Jesum von Kaipha vor das Richthaus, und es war frühe. Und sie gingen nicht in das Richthaus, auf daß sie nicht unrein würden, sondern Ostern essen möchten. Da ging Pilatus zu ihnen heraus und sprach: Toen brachten ze Jezus van Kajafas naar het gerechtsgebouw, en het was vroeg. En ze gingen het gerechtsgebouw niet binnen om niet onrein te worden maar het paasmaal te kunnen eten. En Pilatus kwam naar buiten en zei:
Pilatus Pilatus
Was bringet ihr für Klage wider diesen Menschen? Waarvan beschuldigen jullie deze mens?
Evangelist Evangelist
Sie antworteten und sprachen zu ihm: Zij antwoordden:
Chorus Koor
Wäre dieser nicht ein Übeltäter, wir hätten dir ihn nicht überantwortet! Als hij geen misdadiger was, hadden we hem niet aan u overgeleverd.
Evangelist Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihnen: Toen zei Pilatus:
Pilatus Pilatus
So nehmet ihr ihn hin Neem hem dan mee
und richtet ihn nach eurem Gesetze! en berecht hem volgens jullie eigen wet!
Evangelist Evangelist
Da sprachen die Jüden zu ihm: Toen zeiden de Joden:
Chorus Koor
Wir dürfen niemand töten. Wij mogen niemand doden.
Evangelist Evangelist
Auf daß erfüllet würde das Wort Jesu, welches er sagte, da er deutete, welches Todes er sterben würde. Opdat vervuld zou worden het woord van Jezus toen hij voorspelde welke dood hij zou sterven.
Da ging Pilatus wieder hinein in das Richthaus und rief Jesu und sprach zu ihm: Toen ging Pilatus het gerechtsgebouw weer in en riep Jezus en zei tegen hem:
Pilatus Pilatus
Bist du der Jüden König? Bent u de koning der Joden?
Evangelist Evangelist
Jesus antwortete: Jezus antwoordde:
Jesus Jezus
Redest du das von dir selbst, oder habens dir andere von mir gesagt? Zegt u dat uit uzelf of hebben anderen dat over mij gezegd?
Evangelist Evangelist
Pilatus antwortete: Pilatus antwoordde:
Pilatus Pilatus
Bin ich ein Jüde? Dein Volk und die Hohenpriester haben dich mir überantwortet; was hast du getan? Ben ik soms een Jood? Uw volk en de hogepriesters hebben u aan mij overgeleverd; wat hebt u gedaan?
Evangelist Evangelist
Jesus antwortete: Jezus antwoordde:
Jesus Jezus
Mein Reich ist nicht von dieser Welt; wäre mein Reich von dieser Welt, meine Diener würden darob kämpfen, daß ich den Jüden nicht überantwortet würde; aber nun ist mein Reich nicht von dannen.Mijn rijk is niet van deze wereld. Als mijn rijk van deze wereld was, zouden mijn dienaren ervoor vechten dat ik niet aan de Joden werd overgeleverd; maar nu is mijn rijk niet van hier.

17. Koraal

Ach großer König, groß zu allen Zeiten, Ach, grote koning, groot in alle tijden,
wie kann ich gnugsam diese Treu ausbreiten? hoe kan ik die trouw genoeg verbreiden?
Keins Menschen Herze mag indes ausdenken, Niemands hart kan bedenken
was dir zu schenken. wat het u moet schenken.
Ich kann's mit meinen Sinnen nicht erreichen, Met mijn verstand weet ik niet
womit doch dein Erbarmen zu vergleichen. waarmee ik uw ontferming moet vergelijken.
Wie kann ich dir denn deine Liebestaten Hoe kan ik uw liefdesdaden
im Werk erstatten?met daden terugbetalen?

18. Johannes 18:37 - 19:1

Evangelist Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihm: Toen zei Pilatus tegen hem:
Pilatus Pilatus
So bist du dennoch ein König? Bent u dan toch een koning?
Evangelist Evangelist
Jesus antwortete: Jezus antwoordde:
Jesus Jezus
Du sagsts, ich bin ein König. Ich bin dazu geboren und in die Welt kommen, daß ich die Wahrheit zeugen soll. Wer aus der Wahrheit ist, der höret meine Stimme. U zegt het, ik ben een koning. Ik ben geboren en in de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen. Wie uit de waarheid is, die hoort mijn stem.
Evangelist Evangelist
Spricht Pilatus zu ihm: Pilatus zei:
Pilatus Pilatus
Was ist Wahrheit? Wat is waarheid?
Evangelist Evangelist
Und da er das gesaget, ging er wieder hinaus zu den Jüden und spricht zu ihnen: En toen hij dat gezegd had, ging hij weer naar buiten naar de Joden en hij zei tegen hen:
Pilatus Pilatus
Ich finde keine Schuld an ihm. Ihr habt aber eine Gewohnheit, daß ich euch einen losgebe; wollt ihr nun, daß ich euch der Jüden König losgebe? Ik kan geen schuld in hem vinden. Maar jullie hebben een gewoonte dat ik [met Pasen] iemand vrijlaat; willen jullie nu dat ik de koning der Joden vrijlaat?
Evangelist Evangelist
Da schrieen sie wieder allesamt Toen begonnen ze weer allemaal te schreeuwen
und sprachen: en ze riepen:
Chorus Koor
Nicht diesen, sondern Barrabam! Niet hem, maar Barabbas!
Evangelist Evangelist
Barrabas aber war ein Mörder. En Barabbas was een moordenaar.
Da nahm Pilatus Jesum und geißelte ihn.Toen nam Pilatus Jezus en geselde hem.

19. Arioso (B)

Betrachte, meine Seel,Aanschouw, mijn ziel,
mit ängstlichem Vergnügen,met angstig genoegen,
mit bittrer Lustmet bittere lust
und halb beklemmten Herzen,en een half beklemd hart
dein höchstes Guthoe jouw hoogste goed
in Jesu Schmerzen,in Jezus' smarten ligt, hoe
wie dir auf Dornen, so ihn stechen,voor jou op de doornen die hem steken
die Himmelsschlüsselblumen blühn!de hemelsleutelbloemen bloeien!
Du kannst viel süße FruchtJe kunt veel zoete vruchten
von seiner Wermut brechen,van zijn bitterheid plukken,
drum sieh ohn Unterlaß auf ihn!dus zie hem onafgebroken aan!

20. Aria (T)

Erwäge, wie sein blutgefärbter RükkenOverdenk hoe zijn met bloed gekleurde rug
in allen Stükken dem Himmel gleiche geht,in alle opzichten op de hemel lijkt,
daran, nachdem die Wasserwogenwaaraan, nadat de golven
von unsrer Sündflut sich verzogen,van onze zondvloed zijn verdwenen,
der allerschönste Regenbogende allermooiste regenboog staat
als Gottes Gnadenzeichen steht!als teken van Gods genade!

21. Johannes 19:2-12

Evangelist Evangelist
Und die Kriegsknechte flochten eine Krone von Dornen und satzten sie auf sein Haupt und legten ihm ein Purpurkleid an und sprachen: En de soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op zijn hoofd, en ze trokken hem een purperen mantel aan en zeiden:
Chorus Koor
Sei gegrüßet, lieber Jüdenkönig! Wees gegroet, lieve Jodenkoning!
Evangelist Evangelist
Und gaben ihm Bakkenstreiche. En ze sloegen hem in het gezicht.
Da ging Pilatus wieder heraus und sprach zu ihnen: Toen ging Pilatus weer naar buiten en zei:
Pilatus Pilatus
Sehet, ich führe ihn heraus zu euch, daß ihr erkennet, daß ich keine Schuld an ihm finde. Kijk, ik breng hem nu naar buiten, zodat jullie zien dat ik geen schuld in hem kan vinden.
Evangelist Evangelist
Also ging Jesus heraus und trug eine Dornenkrone und Purpurkleid. Dus kwam Jezus naar buiten en hij droeg een doornenkroon en een purperen mantel.
Und er sprach zu ihnen: En Pilatus zei tegen hen:
Pilatus Pilatus
Sehet, welch ein Mensch! Kijk toch, wat een mens!
Evangelist Evangelist
Da ihn die Hohenpriester und die Diener sahen, schrieen sie und sprachen: Toen de hogepriesters en de dienaren hem zagen, schreeuwden ze:
Chorus Koor
Kreuzige, kreuzige! Kruisigen, kruisigen!
Evangelist Evangelist
Pilatus sprach zu ihnen: Pilatus zei tegen hen:
Pilatus Pilatus
Nehmet ihr ihn hin und kreuziget ihn; Neem hem dan maar mee en kruisig hem;
denn ich finde keine Schuld an ihm! want ik kan geen schuld in hem vinden.
Evangelist Evangelist
Die Jüden antworteten ihm: De Joden antwoordden:
Chorus Koor
Wir haben ein Gesetz, und nach dem Gesetz soll er sterben; denn er hat sich selbst zu Gottes Sohn gemacht. Wij hebben een wet, en volgens die wet moet hij sterven. Want hij heeft zichzelf tot Gods zoon uitgeroepen.
Evangelist Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete, fürchtet' er sich noch mehr und ging wieder hinein in das Richthaus, und spricht zu Jesu: Toen Pilatus dat hoorde, werd hij nog angstiger, en hij ging het gerechtsgebouw weer binnen en zei tegen Jezus:
Pilatus Pilatus
Von wannen bist du? Waar komt u vandaan?
Evangelist Evangelist
Aber Jesus gab ihm keine Antwort. Maar Jezus gaf geen antwoord.
Da sprach Pilatus zu ihm: Toen zei Pilatus:
Pilatus Pilatus
Redest du nicht mit mir? Weißest du nicht, daß ich Macht habe, dich zu kreuzigen, und Macht habe, dich loszugeben? Praat u niet met mij? Weet u niet dat ik de macht heb u te laten kruisigen en de macht heb om u vrij te laten?
Evangelist Evangelist
Jesus antwortete: Jezus antwoordde:
Jesus Jezus
Du hättest keine Macht über mich, wenn sie dir nicht wäre von oben herab gegeben; darum, der mich dir überantwortet hat, der hat's größ're Sünde. U zou geen macht over mij hebben als die niet van bovenaf aan u was gegeven; daarom begaat degene die mij aan u heeft overgeleverd een grotere zonde.
Evangelist Evangelist
Von dem an trachtete Pilatus, wie er ihn losließe.Vanaf dat moment probeerde Pilatus hem vrij te laten.

22. Koraal

Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn, Door uw gevangenschap, zoon van God,
muß uns die Freiheit kommen; moeten wij de vrijheid krijgen;
dein Kerker ist der Gnadenthron, uw kerker is de genadetroon,
die Freistatt aller Frommen; de vrijplaats voor alle vromen;
denn gingst du nicht die Knechtschaft ein, want als u de slavernij niet had aanvaard,
müßt unsre Knechtschaft ewig sein.zou onze slavernij eeuwig moeten zijn.

23. Johannes 19:12-17

Evangelist Evangelist
Die Jüden aber schrieen und sprachen: Maar de Joden riepen:
Chorus Koor
Lässest du diesen los, so bist du des Kaisers Freund nicht; denn wer sich zum Könige machet, der ist wider den Kaiser. Als u deze man vrijlaat, bent u geen vriend van de keizer; want wie zichzelf tot koning uitroept, die is tegen de keizer.
Evangelist Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete, führete er Jesum heraus, und satzte sich auf den Richtstuhl, an der Stätte, die da heißet: Hochpflaster, auf Ebräisch aber: Gabbatha. Es war aber der Rüsttag in Ostern um die sechste Stunde, und er spricht zu den Jüden: Toen Pilatus die woorden hoorde, bracht hij Jezus naar buiten en ging zitten op de rechterstoel, op de plaats die Hoogterras heet, in het Hebreeuws Gabbatha. En het was de voorbereidingsdag voor Pasen, rond het zesde uur, en hij zei tegen de Joden:
Pilatus Pilatus
Sehet, das ist euer König! Kijk, dit is jullie koning.
Evangelist Evangelist
Sie schrieen aber: Maar zij schreeuwden:
Chorus Koor
Weg, weg mit dem, kreuzige ihn! Weg, weg met hem, kruisig hem!
Evangelist Evangelist
Spricht Pilatus zu ihnen: Pilatus zei tegen hen:
Pilatus Pilatus
Soll ich euren König kreuzigen? Moet ik jullie koning kruisigen?
Evangelist Evangelist
Die Hohenpriester antworteten: De hogepriesters antwoordden:
Chorus Koor
Wir haben keinen König denn den Kaiser. Wij hebben geen koning, alleen de keizer.
Evangelist Evangelist
Da überantwortete er ihn, daß er gekreuziget würde. Sie nahmen aber Jesum und führeten ihn hin. Und er trug sein Kreuz und ging hinaus zur Stätte, die da heißet Schädelstätt, welche heißet auf Ebräisch: Golgatha.Toen leverde hij hem over om hem te laten kruisigen. En ze grepen Jezus en namen hem mee. En hij droeg zijn kruis en liep naar de plaats die Schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgotha.

24. Aria (B) & Koor

Eilt, ihr angefochtnen Seelen,Haast je, beproefde zielen,
geht aus euren Marterhöhlen,verlaat je martelkelders,
eilthaast je
(Chor:) wohin? (koor:) waarheen?
nach Golgatha!naar Golgotha.
Nehmet an des Glaubens Flügel,Gord aan de vleugels van het geloof,
fliehtvlucht
(Chor:) wohin? (koor:) waarheen?
zum Kreuzeshügel,naar de kruisheuvel,
eure Wohlfahrt blüht allda!daar kunnen jullie gedijen.

25. Johannes 19:18-22

Evangelist Evangelist
Allda kreuzigten sie ihn, und mit ihm zween andere zu beiden Seiten, Jesum aber mitten inne. Daar kruisigden ze hem, en met hem twee anderen aan weerszijden, en Jezus in het midden.
Pilatus aber schrieb eine Überschrift und satzte sie auf das Kreuz, und war geschrieben: ‘Jesus von Nazareth, der Jüden König’. Diese Überschrift lasen viel Jüden, denn die Stätte war nahe bei der Stadt, da Jesus gekreuziget ist. Und es war geschrieben auf ebräische, griechische und lateinische Sprache. Da sprachen die Hohenpriester der Jüden zu Pilato: En Pilatus had een opschrift laten maken dat hij op het kruis liet bevestigen, en er stond: 'Jezus van Nazareth. Koning der Joden'. Dat opschrift lazen veel Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd was, was dichtbij de stad. En het stond er in het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn. Toen zeiden de hogepriesters van de Joden tegen Pilatus:
Chorus Koor
Schreibe nicht: der Jüden König, sondern daß er gesaget habe: Ich bin der Jüden König. Schrijf niet 'Koning der Joden', maar dat hij gezégd heeft: 'Ik ben de koning der Joden'.
Evangelist Evangelist
Pilatus antwortet: Pilatus antwoordde:
Pilatus Pilatus
Was ich geschrieben habe, das habe ich geschrieben.Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.

26.Koraal

In meines Herzens Grunde, Op de bodem van mijn hart
dein Nam und Kreuz allein zijn het uw naam en uw kruis alleen
funkelt all Zeit und Stunde, die altijd en elk uur fonkelen,
drauf kann ich fröhlich sein. daar kan ik blij om zijn.
Erschein mir in dem Bilde Laat het beeld in mij verschijnen
zu Trost in meiner Not, tot troost in mijn ellende
wie du, Herr Christ, so milde van hoe u, Christus,
dich hast geblut' zu Tod!zo mild bent doodgebloed.

27. Johannes 19:23-27

Evangelist Evangelist
Die Kriegsknechte aber, da sie Jesum gekreuziget hatten, nahmen seine Kleider und machten vier Teile, einem jeglichen Kriegesknechte sein Teil, dazu auch den Rock. Der Rock aber war ungenähet, von oben an gewürket durch und durch. Da sprachen sie untereinander: En toen de soldaten Jezus hadden gekruisigd, namen ze zijn kleren en verdeelden ze in vieren, voor elke soldaat een deel, en ook het onderkleed. Maar het onderkleed was zonder naad, van bovenaf aan één stuk geweven. Toen zeiden ze tegen elkaar:
Chorus Koor
Lasset uns den nicht zerteilen, sondern darum losen, wes er sein soll. Laten we dat niet scheuren, maar erom loten wie het krijgt.
Evangelist Evangelist
Auf daß erfüllet würde die Schrift, die da saget ‘Sie haben meine Kleider unter sich geteilet und haben über meinen Rock das Los geworfen.’ Solches taten die Kriegsknechte. Opdat de Schrift vervuld zou worden, die zegt: 'Zij hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld en over mijn kleed hebben ze het lot geworpen.' Dat deden de soldaten.
Es stund aber bei dem Kreuze Jesu seine Mutter und seiner Mutter Schwester, Maria, Kleophas Weib, und Maria Magdalena. Da nun Jesus seine Mutter sahe und den Jünger dabei stehen, den er lieb hatte, spricht er zu seiner Mutter: En bij het kruis stonden zijn moeder en de zus van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen nu Jezus zijn moeder zag en naast haar de discipel die hij liefhad, zei hij tegen zijn moeder:
Jesus Jezus
Weib, siehe, das ist dein Sohn! Vrouw, kijk, dat is je zoon.
Evangelist Evangelist
Darnach spricht er zu dem Jünger: Daarna zei hij tegen de discipel:
Jesus Jezus
Siehe, das ist deine Mutter!Kijk, dat is je moeder.

28.Koraal

Er nahm alles wohl in acht Hij zorgde voor alles
in der letzten Stunde, in zijn laatste uur.
seine Mutter noch bedacht, Hij dacht nog aan zijn moeder,
setzt ihr ein' Vormunde. gaf haar een voogd.
O Mensch, mache Richtigkeit, O mens, stel orde op zaken,
Gott und Menschen liebe, heb God en de mensen lief,
stirb darauf ohn alles Leid, sterf daarna zonder enig leed,
und dich nicht betrübe!en wees niet bedroefd!

29. Johannes 19:27-30

Evangelist Evangelist
Und von Stund an nahm sie der Jünger zu sich. En vanaf dat moment nam de discipel haar bij zich.
Darnach, als Jesus wußte, daß schon alles vollbracht war, daß die Schrift erfüllet würde, spricht er: Daarna, toen Jezus wist dat alles al volbracht was, zei hij, opdat de Schrift vervuld zou worden:
Jesus Jezus
Mich dürstet! Ik heb dorst.
Evangelist Evangelist
Da stund ein Gefäße voll Essigs. Sie fülleten aber einen Schwamm mit Essig und legten ihn um einen Isopen, und hielten es ihm dar zum Munde. Da nun Jesus den Er stond daar een vat met zure wijn. En ze drenkten een spons in de zure wijn en staken die op een hysoptak en hielden die voor zijn mond. En toen Jezus de zure wijn had genomen, zei hij:
Essig genommen hatte, sprach er:
Jezus
Jesus Het is volbracht.
Es ist vollbracht!

30. Aria (A)

Es ist vollbracht!Het is volbracht!
O Trost vor die gekränkten Seelen!O troost voor de gekwetste zielen.
Die TrauernachtDe droeve nacht
läßt nun die letzte Stunde zählen.telt nu haar laatste uur.
Der Held aus Juda siegt mit MachtDe held uit Juda wint met macht
und schließt den Kampf.en beslecht de strijd.
Es ist vollbracht!Het is volbracht!

31. Johannes 19:30

Evangelist Evangelist
Und neiget das Haupt und verschied.En hij boog het hoofd en stierf.

32. Aria (B) & Koraal

Mein teurer Heiland, laß dich fragen,Mijn dierbare Heiland, mag ik vragen,
Jesu, der du warest tot,Jezus, u die dood was,
da du nunmehr ans Kreuz geschlagennu u aan het kruis bent genageld
und selbst gesagt: Es ist vollbracht,en zelf hebt gezegd: Het is volbracht,
lebest nun ohn Ende,leeft nu eeuwig,
bin ich vom Sterben frei gemacht?ben ik nu van het sterven bevrijd?
in der letzten Todesnotin mijn laatste doodsnood
nirgend mich hinwendericht ik mij nergens anders op
Kann ich durch deine Pein und SterbenKan ik door uw pijn en uw dood
das Himmelreich ererben?het hemelrijk erven?
Ist aller Welt Erlösung da?Is er nu verlossing voor iedereen?
als zu dir, der mich versühnt,dan op u, die mij verzoent,
o du lieber Herre!o mijn dierbare Heiland!
Du kannst vor Schmerzen zwar nichts sagen;U kunt van pijn weliswaar niets zeggen,
Gib mir nur, was du verdient,Geef mij slechts wat u hebt verdiend,
doch neigest du das Hauptmaar u buigt het hoofd
und sprichst stillschweigend: ja.en zegt stilzwijgend: Ja.
mehr ich nicht begehre!meer verlang ik niet.

33. Matthäus 27:51-52

Evangelist Evangelist
Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück von oben an bis unten aus. Und die Erde erbebete, und die Felsen zerrissen, und die Gräber täten sich auf, und stunden auf viel Leiber der Heiligen.En kijk, het gordijn in de tempel scheurde in tweeën, van boven naar beneden. En de aarde beefde, en de rotsen spleten, en de graven gingen open, en veel lichamen van de heiligen stonden op.

34. Arioso (T)

Mein Herz, indem die ganze WeltMijn hart, nu de hele wereld
bei Jesu Leiden gleichfalls leidet,met Jezus' lijden meelijdt,
die Sonne sich in Trauer kleidet,nu de zon rouwkleding aantrekt,
der Vorhang reißt, der Fels zerfällt,het gordijn scheurt, de rots uiteenvalt,
die Erde bebt, die Gräber spalten,de aarde beeft, de graven splijten
weil sie den Schöpfer sehn erkalten,omdat ze de Schepper zien verstijven,
was willst du deines Ortes tun?wat wil jij op jouw plaats doen?

35. Aria (S)

Zerfließe, mein Herze,Smelt weg, mijn hart,
in Fluten der Zährenin stromen van tranen,
dem Höchsten zu Ehren!tot eer van de Allerhoogste!
Erzähle der Welt und dem Himmel die Not:Klaag de wereld en de hemel je nood:
Dein Jesus ist tot!Jouw Jezus is dood!

36. Johannes 19:31-37

Evangelist Evangelist
Die Jüden aber, dieweil es der Rüsttag war, daß nicht die Leichname am Kreuze blieben den Sabbath über (denn desselbigen Sabbaths Tag war sehr groß), baten sie Pilatum, daß ihre Beine brochen und sie abgenommen würden. En de Joden, omdat het de voorbereidingsdag voor Pasen was en ze niet wilden dat de lichamen op de sabbat aan het kruis bleven hangen (want deze sabbat was een grote dag), vroegen Pilatus of hun benen gebroken konden worden en ze van het kruis konden worden gehaald.
Da kamen die Kriegsknechte und brachen dem ersten die Beine und dem andern, der mit ihm gekreuziget war. Als sie aber zu Jesu kamen, da sie sahen, daß er schon gestorben war, brachen sie ihm die Beine nicht; sondern der Kriegsknechte einer eröffnete seine Seite mit einem Speer, und alsobald ging Blut und Wasser heraus. Toen kwamen de soldaten en die braken de benen van de eerste en van de andere die met hem gekruisigd was. Maar toen ze bij Jezus kwamen, zagen ze dat hij al gestorven was en braken ze zijn benen niet, maar een van de soldaten stak in zijn zij met een speer, en meteen liep er bloed en water uit.
Und der das gesehen hat, der hat es bezeuget, und sein Zeugnis ist wahr, und derselbige weiß, daß er die Wahrheit saget, auf daß ihr gläubet. Denn solches ist geschehen, auf daß die Schrift erfüllet würde: ‘Ihr sollet ihm kein Bein zerbrechen.’ Und abermal spricht eine andere Schrift: ‘Sie werden sehen, in welchen sie gestochen haben.’En hij die het gezien heeft, heeft ervan getuigd, en zijn getuigenis is waar, en hij weet dat hij de waarheid spreekt, opdat u gelooft. Want dit is gebeurd opdat de Schrifttekst 'Jullie zullen hem geen been breken', zou worden vervuld: En ook zegt een andere tekst: 'Ze zullen zien in wie ze hebben gestoken.'

37. Koraal

O hilf, Christe, Gottes Sohn, O help, Christus, Zoon van God,
durch dein bitter Leiden, met uw bittere lijden
daß wir dir stets untertan dat wij u altijd gehoorzamen,
all Untugend meiden, alle ondeugd mijden,
deinen Tod und sein Ursach uw dood en de oorzaak daarvan
fruchtbarlich bedenken, met vrucht overdenken,
dafür, wiewohl arm und schwach, en u daarvoor, hoewel arm en zwak,
dir Dankopfer schenken!dankoffers schenken!

38. Johannes 19:38-42

Evangelist Evangelist
Darnach bat Pilatum Joseph von Arimathia, der ein Jünger Jesu war (doch heimlich, aus Furcht vor den Jüden), daß er möchte abnehmen den Leichnam Jesu. Und Pilatus erlaubete es. Daarna vroeg Jozef van Arimathea, die een volgeling van Jezus was (maar in het geheim, uit vrees voor de Joden), aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus van het kruis mocht halen. En Pilatus stond het toe.
Derowegen kam er und nahm den Leichnam Jesu herab. Es kam aber auch Nikodemus, der vormals bei der Nacht zu Jesu kommen war, und brachte Myrrhen und Aloen unter einander, bei hundert Pfunden. Hij ging er dus heen en haalde het lichaam van Jezus van het kruis. En ook Nicodemus, die ooit 's nachts bij Jezus was gekomen, ging erheen, en hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd pond.
Da nahmen sie den Leichnam Jesu und bunden ihn in leinen Tücher mit Spezereien, wie die Jüden pflegen zu begraben. Es war aber an der Stätte, da er gekreuziget ward, ein Garte, und im Garten ein neu Grab, in welches niemand je geleget war. Daselbst hin legten sie Jesum, um des Rüsttags willen der Jüden, dieweil das Grab nahe war.Ze namen het lichaam van Jezus en wikkelden het in linnen doeken met specerijen, zoals de Joden dat doen als ze iemand begraven. Dichtbij de plek waar hij gekruisigd was, was een hof, en in die hof was een nieuw graf, waar nog niemand in had gelegen. Daar legden ze Jezus in, ter wille van de voorbereidingsdag van de Joden, omdat dat graf dichtbij was.

39. Koor

Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine,Rust zacht, heilige beenderen,
die ich nun weiter nicht beweine,die ik nu niet blijf bewenen,
ruht wohl und bringt auch mich zur Ruh!rust zacht en breng ook mij tot rust.
Das Grab, so euch bestimmet istHet graf, dat voor jullie bestemd is
und ferner keine Not umschließt,en nu geen nood meer kent,
macht mir den Himmel aufopent voor mij de hemel
und schließt die Hölle zu.en sluit de hel.

40. Koraal

Ach Herr, laß dein’ lieb’ Engelein Ach Heer, laten uw lieve engeltjes
am letzten End die Seele mein aan het eind van mijn leven mijn ziel
in Abrahams Schoß tragen, naar Abrahams schoot brengen,
den Leib in seim Schlafkämmerlein laat mijn lichaam in zijn slaapkamertje
gar sanft, ohn einge Qual und Pein, heel zacht en zonder enige smart en pijn
ruhn bis am jüngsten Tage! rusten tot de Jongste Dag!
Alsdenn vom Tod erwekke mich, Wek mij dan op uit de dood,
daß meine Augen sehen dich opdat mijn ogen u zien
in aller Freud, o Gottes Sohn, in alle vreugde, o Zoon van God,
mein Heiland und Genadenthron! mijn Heiland en genadetroon!
Herr Jesu Christ, erhöre mich, erhöre mich, Jezus Christus, verhoor mij, verhoor mij,
ich will dich preisen ewiglich. ik wil u eeuwig prijzen.

(Text: Neue Bachausgabe II/5, Leipzig 1972)
  
Libretto: onbekend

Kale tekst origineel

1. Koor

Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm
in allen Landen herrlich ist!
Zeig uns durch deine Passion,
daß du, der wahre Gottessohn,
zu aller Zeit,
auch in der größten Niedrigkeit,
verherrlicht worden bist!

2. Johannes 18:1-8

Evangelist
Jesus ging mit seinen Jüngern über den Bach Kidron, da war ein Garte, darein ging Jesus und seine Jünger. Judas aber, der ihn verriet, wußte den Ort auch, denn Jesus versammlete sich oft daselbst mit seinen Jüngern.
Da nun Judas zu sich hatte genommen die Schar und der Hohenpriester und Pharisäer Diener, kommt er dahin mit Fakkeln, Lampen und mit Waffen. Als nun Jesus wußte alles, was ihm begegnen sollte, ging er hinaus und sprach zu ihnen:

Jesus
Wen suchet ihr?

Evangelist
Sie antworteten ihm:

Chorus
Jesum von Nazareth!

Evangelist
Jesus spricht zu ihnen:

Jesus
Ich bins.

Evangelist
Judas aber, der ihn verriet, stund auch bei ihnen. Als nun Jesus zu ihnen sprach: Ich bins, wichen sie zurükke und fielen zu Boden. Da fragete er sie abermal:

Jesus
Wen suchet ihr?

Evangelist
Sie aber sprachen:

Chorus
Jesum von Nazareth!

Evangelist
Jesus antwortete:

Jesus
Ich habs euch gesagt, daß ichs sei; suchet ihr denn mich, so lasset diese gehen!

3. Koraal

O große Lieb, o Lieb ohn alle Maße,
die dich gebracht auf diese Marterstraße!
Ich lebte mit der Welt in Lust und Freuden,
und du mußt leiden.

4. Johannes 18:9-11

Evangelist
Auf daß das Wort erfüllet würde, welches er sagte: Ich habe der keine verloren, die du mir gegeben hast.
Da hatte Simon Petrus ein Schwert und zog es aus und schlug nach des Hohenpriesters Knecht und hieb ihm sein recht Ohr ab; und der Knecht hieß Malchus. Da sprach Jesus zu Petro:

Jesus
Stekke dein Schwert in die Scheide! Soll ich den Kelch nicht trinken, den mir mein Vater gegeben hat?

5. Koraal

Dein Will gescheh, Herr Gott, zugleich
auf Erden wie im Himmelreich.
Gib uns Geduld in Leidenszeit,
Gehorsam sein in Lieb und Leid;
wehr und steur allem Fleisch und Blut,
das wider deinen Willen tut!

6. Johannes 18:12-14

Evangelist
Die Schar aber und der Oberhauptmann und die Diener der Jüden nahmen Jesum und bunden ihn und führeten ihn aufs erste zu Hannas, der war Kaiphas Schwäher, welcher des Jahres Hoherpriester war. Es war aber Kaiphas, der den Jüden riet, es wäre gut, daß ein Mensch würde umbracht für das Volk.

7. Aria (A)

Von den Strikken
meiner Sünden mich zu entbinden,
wird mein Heil gebunden.
Mich von allen Lasterbeulen
völlig zu heilen,
läßt er sich verwunden.

8. Johannes 18:15

Evangelist
Simon Petrus aber folgete Jesu nach und ein ander Jünger.

9. Aria (S)

Ich folge dir gleichfalls
mit freudigen Schritten
und lasse dich nicht,
mein Leben, mein Licht.
Befördre den Lauf
und höre nicht auf,
selbst an mir zu ziehen,
zu schieben, zu bitten!

10. Johannes 18:15-23

Evangelist
Derselbige Jünger war dem Hohenpriester bekannt und ging mit Jesu hinein in des Hohenpriesters Palast. Petrus aber stund draußen für der Tür. Da ging der andere Jünger, der dem Hohenpriester bekannt war, hinaus und redete mit der Türhüterin und führete Petrum hinein. Da sprach die Magd, die Türhüterin, zu Petro:

Ancilla
Bist du nicht dieses Menschen Jünger einer?

Evangelist
Er sprach:

Petrus
Ich bins nicht!

Evangelist
Es stunden aber die Knechte und Diener und hatten ein Kohlfeu'r gemacht (denn es war kalt) und wärmeten sich. Petrus aber stund bei ihnen und wärmete sich.
Aber der Hohepriester fragte Jesum um seine Jünger und um seine Lehre. Jesus antwortete ihm:

Jesus
Ich habe frei, öffentlich geredet für der Welt. Ich habe allezeit gelehret in der Schule und in dem Tempel, da alle Juden zusammenkommen, und habe nichts im Verborgnen geredt. Was fragest du mich darum? Frage die darum, die gehöret haben, was ich zu ihnen geredet habe! Siehe, dieselbigen wissen, was ich gesaget habe!

Evangelist
Als er aber solches redete, gab der Diener einer, die dabeistunden, Jesu einen Bakkenstreich und sprach:

Servus
Solltest du dem Hohenpriester also antworten?

Evangelist
Jesus aber antwortete:

Jesus
Hab ich übel geredt, so beweise es, daß es böse sei, hab ich aber recht geredt, was schlägest du mich?

11. Koraal

Wer hat dich so geschlagen,
mein Heil, und dich mit Plagen
so übel zugericht'?
Du bist ja nicht ein Sünder,
wie wir und unsre Kinder,
von Missetaten weißt du nicht.

Ich, ich und meine Sünden,
die sich wie Körnlein finden
des Sandes an dem Meer,
die haben dir erreget
das Elend, das dich schläget,
und das betrübte Marterheer.

12. Johannes 18:24-27 [+ Matthäus 26:75]

Evangelist
Und Hannas sandte ihn gebunden zu dem Hohenpriester Kaiphas.
Simon Petrus stund und wärmete sich, da sprachen sie zu ihm:

Chorus
Bist du nicht seiner Jünger einer?

Evangelist
Er leugnete aber und sprach:

Petrus
Ich bins nicht.

Evangelist
Spricht des Hohenpriesters Knecht' einer, ein Gefreundter des, dem Petrus das Ohr abgehauen hatte:

Servus
Sahe ich dich nicht im Garten bei ihm?

Evangelist
Da verleugnete Petrus abermal, und alsobald krähete der Hahn. Da gedachte Petrus an die Worte Jesu und ging hinaus und weinete bitterlich.

13. Aria (T)

Ach, mein Sinn, wo willt du endlich hin,
wo soll ich mich erquicken?
Bleib ich hier, oder wünsch ich mir
Berg und Hügel auf den Rükken?
Bei der Welt ist gar kein Rat,
und im Herzen stehn die Schmerzen
meiner Missetat,
weil der Knecht den Herrn
verleugnet hat.

14. Koraal

Petrus, der nicht denkt zurück,
seinen Gott verneinet,
der doch auf ein' ernsten Blick
bitterlichen weinet.
Jesu, blikke mich auch an,
wenn ich nicht will büßen;
wenn ich Böses hab getan,
rühre mein Gewissen!

15. Koraal

Christus, der uns selig macht,
kein Bös' hat begangen,
der ward für uns in der Nacht
als ein Dieb gefangen,
geführt für gottlose Leut
und fälschlich verklaget,
verlacht, verhöhnt und verspeit,
wie denn die Schrift saget.

16. Johannes 18:28-36

Evangelist
Da führeten sie Jesum von Kaipha vor das Richthaus, und es war frühe. Und sie gingen nicht in das Richthaus, auf daß sie nicht unrein würden, sondern Ostern essen möchten. Da ging Pilatus zu ihnen heraus und sprach:


Pilatus
Was bringet ihr für Klage wider diesen Menschen?

Evangelist
Sie antworteten und sprachen zu ihm:

Chorus
Wäre dieser nicht ein Übeltäter, wir hätten dir ihn nicht überantwortet!

Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihnen:

Pilatus
So nehmet ihr ihn hin 
und richtet ihn nach eurem Gesetze!

Evangelist
Da sprachen die Jüden zu ihm:

Chorus
Wir dürfen niemand töten.

Evangelist
Auf daß erfüllet würde das Wort Jesu, welches er sagte, da er deutete, welches Todes er sterben würde.
Da ging Pilatus wieder hinein in das Richthaus und rief Jesu und sprach zu ihm:

Pilatus
Bist du der Jüden König?

Evangelist
Jesus antwortete:

Jesus
Redest du das von dir selbst, oder habens dir andere von mir gesagt?

Evangelist
Pilatus antwortete:

Pilatus
Bin ich ein Jüde? Dein Volk und die Hohenpriester haben dich mir überantwortet; was hast du getan?

Evangelist
Jesus antwortete:

Jesus
Mein Reich ist nicht von dieser Welt; wäre mein Reich von dieser Welt, meine Diener würden darob kämpfen, daß ich den Jüden nicht überantwortet würde; aber nun ist mein Reich nicht von dannen.

17. Koraal

Ach großer König, groß zu allen Zeiten,
wie kann ich gnugsam diese Treu ausbreiten?
Keins Menschen Herze mag indes ausdenken,
was dir zu schenken.

Ich kann's mit meinen Sinnen nicht erreichen,
womit doch dein Erbarmen zu vergleichen.
Wie kann ich dir denn deine Liebestaten
im Werk erstatten?

18. Johannes 18:37 - 19:1

Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihm:

Pilatus
So bist du dennoch ein König?

Evangelist
Jesus antwortete:

Jesus
Du sagsts, ich bin ein König. Ich bin dazu geboren und in die Welt kommen, daß ich die Wahrheit zeugen soll. Wer aus der Wahrheit ist, der höret meine Stimme.

Evangelist
Spricht Pilatus zu ihm:

Pilatus
Was ist Wahrheit?

Evangelist
Und da er das gesaget, ging er wieder hinaus zu den Jüden und spricht zu ihnen:

Pilatus
Ich finde keine Schuld an ihm. Ihr habt aber eine Gewohnheit, daß ich euch einen losgebe; wollt ihr nun, daß ich euch der Jüden König losgebe?

Evangelist
Da schrieen sie wieder allesamt 
und sprachen:

Chorus
Nicht diesen, sondern Barrabam!

Evangelist
Barrabas aber war ein Mörder.
Da nahm Pilatus Jesum und geißelte ihn.

19. Arioso (B)

Betrachte, meine Seel,
mit ängstlichem Vergnügen,
mit bittrer Lust
und halb beklemmten Herzen,
dein höchstes Gut
in Jesu Schmerzen,
wie dir auf Dornen, so ihn stechen,
die Himmelsschlüsselblumen blühn!
Du kannst viel süße Frucht
von seiner Wermut brechen,
drum sieh ohn Unterlaß auf ihn!

20. Aria (T)

Erwäge, wie sein blutgefärbter Rükken
in allen Stükken dem Himmel gleiche geht,
daran, nachdem die Wasserwogen
von unsrer Sündflut sich verzogen,
der allerschönste Regenbogen
als Gottes Gnadenzeichen steht!

21. Johannes 19:2-12

Evangelist
Und die Kriegsknechte flochten eine Krone von Dornen und satzten sie auf sein Haupt und legten ihm ein Purpurkleid an und sprachen:

Chorus
Sei gegrüßet, lieber Jüdenkönig!

Evangelist
Und gaben ihm Bakkenstreiche.
Da ging Pilatus wieder heraus und sprach zu ihnen:

Pilatus
Sehet, ich führe ihn heraus zu euch, daß ihr erkennet, daß ich keine Schuld an ihm finde.

Evangelist
Also ging Jesus heraus und trug eine Dornenkrone und Purpurkleid. 
Und er sprach zu ihnen:

Pilatus
Sehet, welch ein Mensch!

Evangelist
Da ihn die Hohenpriester und die Diener sahen, schrieen sie und sprachen:

Chorus
Kreuzige, kreuzige!

Evangelist
Pilatus sprach zu ihnen:

Pilatus
Nehmet ihr ihn hin und kreuziget ihn; 
denn ich finde keine Schuld an ihm!

Evangelist
Die Jüden antworteten ihm:

Chorus
Wir haben ein Gesetz, und nach dem Gesetz soll er sterben; denn er hat sich selbst zu Gottes Sohn gemacht.

Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete, fürchtet' er sich noch mehr und ging wieder hinein in das Richthaus, und spricht zu Jesu:

Pilatus
Von wannen bist du?

Evangelist
Aber Jesus gab ihm keine Antwort. 
Da sprach Pilatus zu ihm:

Pilatus
Redest du nicht mit mir? Weißest du nicht, daß ich Macht habe, dich zu kreuzigen, und Macht habe, dich loszugeben?

Evangelist
Jesus antwortete:

Jesus
Du hättest keine Macht über mich, wenn sie dir nicht wäre von oben herab gegeben; darum, der mich dir überantwortet hat, der hat's größ're Sünde.

Evangelist
Von dem an trachtete Pilatus, wie er ihn losließe.

22. Koraal

Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn,
muß uns die Freiheit kommen;
dein Kerker ist der Gnadenthron,
die Freistatt aller Frommen;
denn gingst du nicht die Knechtschaft ein,
müßt unsre Knechtschaft ewig sein.

23. Johannes 19:12-17

Evangelist
Die Jüden aber schrieen und sprachen:

Chorus
Lässest du diesen los, so bist du des Kaisers Freund nicht; denn wer sich zum Könige machet, der ist wider den Kaiser.

Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete, führete er Jesum heraus, und satzte sich auf den Richtstuhl, an der Stätte, die da heißet: Hochpflaster, auf Ebräisch aber: Gabbatha. Es war aber der Rüsttag in Ostern um die sechste Stunde, und er spricht zu den Jüden:

Pilatus
Sehet, das ist euer König!

Evangelist
Sie schrieen aber:

Chorus
Weg, weg mit dem, kreuzige ihn!

Evangelist
Spricht Pilatus zu ihnen:

Pilatus
Soll ich euren König kreuzigen?

Evangelist
Die Hohenpriester antworteten:

Chorus
Wir haben keinen König denn den Kaiser.

Evangelist
Da überantwortete er ihn, daß er gekreuziget würde. Sie nahmen aber Jesum und führeten ihn hin. Und er trug sein Kreuz und ging hinaus zur Stätte, die da heißet Schädelstätt, welche heißet auf Ebräisch: Golgatha.

24. Aria (B) & Koor

Eilt, ihr angefochtnen Seelen,
geht aus euren Marterhöhlen,
eilt
    (Chor:) wohin?
nach Golgatha!
Nehmet an des Glaubens Flügel,
flieht
    (Chor:) wohin?
zum Kreuzeshügel,
eure Wohlfahrt blüht allda!

25. Johannes 19:18-22

Evangelist
Allda kreuzigten sie ihn, und mit ihm zween andere zu beiden Seiten, Jesum aber mitten inne.
Pilatus aber schrieb eine Überschrift und satzte sie auf das Kreuz, und war geschrieben: ‘Jesus von Nazareth, der Jüden König’. Diese Überschrift lasen viel Jüden, denn die Stätte war nahe bei der Stadt, da Jesus gekreuziget ist. Und es war geschrieben auf ebräische, griechische und lateinische Sprache. Da sprachen die Hohenpriester der Jüden zu Pilato:

Chorus
Schreibe nicht: der Jüden König, sondern daß er gesaget habe: Ich bin der Jüden König.

Evangelist
Pilatus antwortet:

Pilatus
Was ich geschrieben habe, das habe ich geschrieben.

26.Koraal

In meines Herzens Grunde,
dein Nam und Kreuz allein
funkelt all Zeit und Stunde,
drauf kann ich fröhlich sein.
Erschein mir in dem Bilde
zu Trost in meiner Not,
wie du, Herr Christ, so milde
dich hast geblut' zu Tod!

27. Johannes 19:23-27

Evangelist
Die Kriegsknechte aber, da sie Jesum gekreuziget hatten, nahmen seine Kleider und machten vier Teile, einem jeglichen Kriegesknechte sein Teil, dazu auch den Rock. Der Rock aber war ungenähet, von oben an gewürket durch und durch. Da sprachen sie untereinander:

Chorus
Lasset uns den nicht zerteilen, sondern darum losen, wes er sein soll.

Evangelist
Auf daß erfüllet würde die Schrift, die da saget ‘Sie haben meine Kleider unter sich geteilet und haben über meinen Rock das Los geworfen.’ Solches taten die Kriegsknechte.
Es stund aber bei dem Kreuze Jesu seine Mutter und seiner Mutter Schwester, Maria, Kleophas Weib, und Maria Magdalena. Da nun Jesus seine Mutter sahe und den Jünger dabei stehen, den er lieb hatte, spricht er zu seiner Mutter:

Jesus
Weib, siehe, das ist dein Sohn!

Evangelist
Darnach spricht er zu dem Jünger:

Jesus
Siehe, das ist deine Mutter!

28.Koraal

Er nahm alles wohl in acht
in der letzten Stunde,
seine Mutter noch bedacht,
setzt ihr ein' Vormunde.
O Mensch, mache Richtigkeit,
Gott und Menschen liebe,
stirb darauf ohn alles Leid,
und dich nicht betrübe!

29. Johannes 19:27-30

Evangelist
Und von Stund an nahm sie der Jünger zu sich.
Darnach, als Jesus wußte, daß schon alles vollbracht war, daß die Schrift erfüllet würde, spricht er:

Jesus
Mich dürstet!

Evangelist
Da stund ein Gefäße voll Essigs. Sie fülleten aber einen Schwamm mit Essig und legten ihn um einen Isopen, und hielten es ihm dar zum Munde. Da nun Jesus den
Essig genommen hatte, sprach er:

Jesus
Es ist vollbracht!

30. Aria (A)

Es ist vollbracht!
O Trost vor die gekränkten Seelen!
Die Trauernacht
läßt nun die letzte Stunde zählen.
Der Held aus Juda siegt mit Macht
und schließt den Kampf.
Es ist vollbracht!

31. Johannes 19:30

Evangelist
Und neiget das Haupt und verschied.

32. Aria (B) & Koraal

Mein teurer Heiland, laß dich fragen,
 Jesu, der du warest tot,
da du nunmehr ans Kreuz geschlagen
und selbst gesagt: Es ist vollbracht,
 lebest nun ohn Ende,
bin ich vom Sterben frei gemacht?
 in der letzten Todesnot
 nirgend mich hinwende
Kann ich durch deine Pein und Sterben
das Himmelreich ererben?
Ist aller Welt Erlösung da?
 als zu dir, der mich versühnt,
 o du lieber Herre!
Du kannst vor Schmerzen zwar nichts sagen;
 Gib mir nur, was du verdient,
doch neigest du das Haupt
und sprichst stillschweigend: ja.
 mehr ich nicht begehre!

33. Matthäus 27:51-52

Evangelist
Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück von oben an bis unten aus. Und die Erde erbebete, und die Felsen zerrissen, und die Gräber täten sich auf, und stunden auf viel Leiber der Heiligen.

34. Arioso (T)

Mein Herz, indem die ganze Welt
bei Jesu Leiden gleichfalls leidet,
die Sonne sich in Trauer kleidet,
der Vorhang reißt, der Fels zerfällt,
die Erde bebt, die Gräber spalten,
weil sie den Schöpfer sehn erkalten,
was willst du deines Ortes tun?

35. Aria (S)

Zerfließe, mein Herze,
in Fluten der Zähren
dem Höchsten zu Ehren!
Erzähle der Welt und dem Himmel die Not:
Dein Jesus ist tot!

36. Johannes 19:31-37

Evangelist
Die Jüden aber, dieweil es der Rüsttag war, daß nicht die Leichname am Kreuze blieben den Sabbath über (denn desselbigen Sabbaths Tag war sehr groß), baten sie Pilatum, daß ihre Beine brochen und sie abgenommen würden.
Da kamen die Kriegsknechte und brachen dem ersten die Beine und dem andern, der mit ihm gekreuziget war. Als sie aber zu Jesu kamen, da sie sahen, daß er schon gestorben war, brachen sie ihm die Beine nicht; sondern der Kriegsknechte einer eröffnete seine Seite mit einem Speer, und alsobald ging Blut und Wasser heraus.
Und der das gesehen hat, der hat es bezeuget, und sein Zeugnis ist wahr, und derselbige weiß, daß er die Wahrheit saget, auf daß ihr gläubet. Denn solches ist geschehen, auf daß die Schrift erfüllet würde: ‘Ihr sollet ihm kein Bein zerbrechen.’ Und abermal spricht eine andere Schrift: ‘Sie werden sehen, in welchen sie gestochen haben.’

37. Koraal

O hilf, Christe, Gottes Sohn,
durch dein bitter Leiden,
daß wir dir stets untertan
all Untugend meiden,
deinen Tod und sein Ursach
fruchtbarlich bedenken,
dafür, wiewohl arm und schwach,
dir Dankopfer schenken!

38. Johannes 19:38-42

Evangelist
Darnach bat Pilatum Joseph von Arimathia, der ein Jünger Jesu war (doch heimlich, aus Furcht vor den Jüden), daß er möchte abnehmen den Leichnam Jesu. Und Pilatus erlaubete es.
Derowegen kam er und nahm den Leichnam Jesu herab. Es kam aber auch Nikodemus, der vormals bei der Nacht zu Jesu kommen war, und brachte Myrrhen und Aloen unter einander, bei hundert Pfunden.
Da nahmen sie den Leichnam Jesu und bunden ihn in leinen Tücher mit Spezereien, wie die Jüden pflegen zu begraben. Es war aber an der Stätte, da er gekreuziget ward, ein Garte, und im Garten ein neu Grab, in welches niemand je geleget war. Daselbst hin legten sie Jesum, um des Rüsttags willen der Jüden, dieweil das Grab nahe war.

39. Koor

Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine,
die ich nun weiter nicht beweine,
ruht wohl und bringt auch mich zur Ruh!
Das Grab, so euch bestimmet ist
und ferner keine Not umschließt,
macht mir den Himmel auf
und schließt die Hölle zu.

40. Koraal

Ach Herr, laß dein’ lieb’ Engelein
am letzten End die Seele mein
in Abrahams Schoß tragen,
den Leib in seim Schlafkämmerlein
gar sanft, ohn einge Qual und Pein,
ruhn bis am jüngsten Tage!
Alsdenn vom Tod erwekke mich,
daß meine Augen sehen dich
in aller Freud, o Gottes Sohn,
mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ, erhöre mich, erhöre mich,
ich will dich preisen ewiglich.


Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

Heer, onze heerser, wiens roem
in alle landen heerlijk is!
Toon ons door uw lijden
dat u, de ware Zoon van God,
altijd,
zelfs in de grootste vernedering,
verheerlijkt bent.

2. Johannes 18:1-8

Evangelist
Jezus stak met zijn discipelen de beek Kidron over. Daar was een hof, waar Jezus binnenging met zijn discipelen. En Judas, zijn verrader, kende die plaats ook, want Jezus kwam daar vaak samen met zijn discipelen.
Nu had Judas een troep soldaten meegenomen en dienaren van de hogepriesters en de farizeeërs, en daar kwam hij, met fakkels, lampen en met wapens. En Jezus, die alles wist wat er met hem zou gebeuren, liep naar hen toe en zei tegen hen:

Jezus
Wie zoeken jullie?

Evangelist
Zij antwoordden:

Koor
Jezus van Nazareth.

Evangelist
Jezus zei tegen hen:

Jezus
Dat ben ik.

Evangelist
En Judas, zijn verrader, stond ook bij hen. Toen nu Jezus tegen hen zei: 'Dat ben ik,' deinsden zij terug en vielen op de grond. Toen vroeg hij weer:

Jezus
Wie zoeken jullie?

Evangelist
En zij zeiden:

Koor
Jezus van Nazareth.

Evangelist
Jezus antwoordde:

Jezus
Ik heb jullie gezegd dat ik dat was. Als jullie mij zoeken, laat hen dan gaan.

3. Koraal

O grote liefde, o onmetelijke liefde,
die u op deze martelweg heeft gebracht!
Ik leefde met de wereld in lust en vreugde
en u moet lijden.

4. Johannes 18:9-11

Evangelist
Opdat het woord vervuld zou worden dat hij had gesproken: 'Ik heb niemand verloren van hen die u mij hebt gegeven.'
Nu had Simon Petrus een zwaard, hij trok dat en sloeg naar de knecht van de hogepriester en hakte diens rechteroor af; en die knecht heette Malchus. Toen zei Jezus tegen Petrus:

Jezus
Steek je zwaard in zijn schede! Moet ik de beker niet drinken die mijn vader mij heeft gegeven?

5. Koraal

Uw wil geschiede, God, zowel
op aarde als in het hemelrijk.
Geef ons geduld in lijdenstijd,
gehoorzaamheid in lief en leed;
bestrijd en stuit alle vlees en bloed
dat tegen uw wil ingaat.

6. Johannes 18:12-14

Evangelist
En de troep soldaten en hun aanvoerder en de dienaren van de Joden grepen Jezus en boeiden hem en brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was. En het was Kajafas die de Joden had voorgehouden dat het goed zou zijn als één mens om het leven werd gebracht voor het hele volk.

7. Aria (A)

Om mij van de strikken
van mijn zonden te bevrijden
wordt mijn Heil geboeid.
Om mij van alle zondebuilen
volkomen te genezen
laat hij zich verwonden.

8. Johannes 18:15

Evangelist
En Simon Petrus volgde Jezus, en ook een andere discipel.

9. Aria (S)

Ik volg u eveneens
met verheugde stappen
en ik laat u niet los,
mijn leven, mijn licht.
Ondersteun mijn schreden
en houd niet op
zelf aan mij te trekken,
te duwen, te vragen.

10. Johannes 18:15-23

Evangelist
Deze discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen. En Petrus bleef buiten bij de poort staan. Toen kwam de andere discipel, de bekende van de hogepriester, naar buiten en hij praatte met de portierster en nam Petrus mee naar de binnenplaats. Toen zei het dienstmeisje dat de poort bewaakte tegen Petrus:

Dienstmeisje
Ben jij niet een van de discipelen van die man?

Evangelist
Hij zei:

Petrus
Dat ben ik niet.

Evangelist
De knechten en dienaren die daar stonden hadden een kolenvuur gemaakt, want het was koud, en zij warmden zich. En Petrus stond bij hen en ook hij warmde zich.
En de hogepriester ondervroeg Jezus over zijn discipelen en over zijn leer. Jezus antwoordde:

Jezus
Ik heb vrijuit en in het openbaar voor de wereld gesproken. Ik heb voortdurend onderwezen in de synagoge en in de tempel, waar alle Joden samenkomen, en ik heb niets in het geheim gezegd. Waarom vraagt u mij dit? Vraag het aan hen die gehoord hebben wat ik tot hen heb gesproken. Zij weten wat ik gezegd heb.

Evangelist
En toen hij dat zei, gaf een van de dienaren die erbij stonden Jezus een klap in zijn gezicht en zei:

Dienaar
Zo praat je niet tegen de hogepriester!

Evangelist
En Jezus antwoordde:

Jezus
Als ik iets verkeerds heb gezegd, bewijs dan dat het slecht was. Maar als het goed was wat ik zei, waarom sla je me dan?

11. Koraal

Wie heeft u zo geslagen,
mijn Heil, en u met klappen
zo toegetakeld?
U bent toch geen zondaar
zoals wij en onze kinderen,
van misdaden weet u niets.

Ik, ik en mijn zonden,
waarvan er zoveel zijn
als korrels zand bij de zee,
die zijn de oorzaak
van de ellende die u treft
en het bedroefde leger martelaren.

12. Johannes 18:24-27 [+ Matthäus 26:75]

Evangelist
En Annas stuurde hem geboeid naar hogepriester Kajafas.
Petrus stond zich te warmen, en ze zeiden tegen hem:

Koor
Ben jij niet één van zijn discipelen?

Evangelist
Hij ontkende het en zei:

Petrus
Dat ben ik niet.

Evangelist
Toen zei een van de knechten van de hogepriester, een familielid van degene van wie Petrus het oor had afgehakt:

Dienaar
Heb ik jou niet bij hem in de hof gezien?

Evangelist
Toen ontkende Petrus het opnieuw, en meteen kraaide de haan. Toen herinnerde Petrus zich de woorden van Jezus en hij ging de poort uit en huilde bitter.

13. Aria (T)

Ach, waar moet ik het toch zoeken,
waar vind ik troost?
Blijf ik hier of wens ik
berg en heuvels op mijn rug?
De wereld kan mij echt niet helpen,
en in mijn hart zit de pijn
van mijn misdaad
omdat de knecht zijn Heer
heeft verloochend.

14. Koraal

Petrus, die het zich niet herinnert
en zijn God verloochent,
maar die op een ernstige blik
bitter begint te huilen.
Jezus, kijk ook mij aan
als ik niet wil boeten,
als ik kwaad heb gedaan,
raak dan mijn geweten aan.

15. Koraal

Christus, die ons zalig maakt,
niets kwaads heeft gedaan,
die is voor ons in de nacht
als een dief gevangen,
voorgeleid aan goddeloze mensen
en vals beschuldigd,
uitgelachen, bespot en bespuwd,
zoals de Schrift zegt.

16. Johannes 18:28-36

Evangelist
Toen brachten ze Jezus van Kajafas naar het gerechtsgebouw, en het was vroeg. En ze gingen het gerechtsgebouw niet binnen om niet onrein te worden maar het paasmaal te kunnen eten. En Pilatus kwam naar buiten en zei:


Pilatus
Waarvan beschuldigen jullie deze mens?

Evangelist
Zij antwoordden:

Koor
Als hij geen misdadiger was, hadden we hem niet aan u overgeleverd.

Evangelist
Toen zei Pilatus:

Pilatus
Neem hem dan mee 
en berecht hem volgens jullie eigen wet!

Evangelist
Toen zeiden de Joden:

Koor
Wij mogen niemand doden.

Evangelist
Opdat vervuld zou worden het woord van Jezus toen hij voorspelde welke dood hij zou sterven.
Toen ging Pilatus het gerechtsgebouw weer in en riep Jezus en zei tegen hem:

Pilatus
Bent u de koning der Joden?

Evangelist
Jezus antwoordde:

Jezus
Zegt u dat uit uzelf of hebben anderen dat over mij gezegd?

Evangelist
Pilatus antwoordde:

Pilatus
Ben ik soms een Jood? Uw volk en de hogepriesters hebben u aan mij overgeleverd; wat hebt u gedaan?

Evangelist
Jezus antwoordde:

Jezus
Mijn rijk is niet van deze wereld. Als mijn rijk van deze wereld was, zouden mijn dienaren ervoor vechten dat ik niet aan de Joden werd overgeleverd; maar nu is mijn rijk niet van hier.

17. Koraal

Ach, grote koning, groot in alle tijden,
hoe kan ik die trouw genoeg verbreiden?
Niemands hart kan bedenken
wat het u moet schenken.

Met mijn verstand weet ik niet
waarmee ik uw ontferming moet vergelijken.
Hoe kan ik uw liefdesdaden
met daden terugbetalen?

18. Johannes 18:37 - 19:1

Evangelist
Toen zei Pilatus tegen hem:

Pilatus
Bent u dan toch een koning?

Evangelist
Jezus antwoordde:

Jezus
U zegt het, ik ben een koning. Ik ben geboren en in de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen. Wie uit de waarheid is, die hoort mijn stem.

Evangelist
Pilatus zei:

Pilatus
Wat is waarheid?

Evangelist
En toen hij dat gezegd had, ging hij weer naar buiten naar de Joden en hij zei tegen hen:

Pilatus
Ik kan geen schuld in hem vinden. Maar jullie hebben een gewoonte dat ik [met Pasen] iemand vrijlaat; willen jullie nu dat ik de koning der Joden vrijlaat?

Evangelist
Toen begonnen ze weer allemaal te schreeuwen 
en ze riepen:

Koor
Niet hem, maar Barabbas!

Evangelist
En Barabbas was een moordenaar.
Toen nam Pilatus Jezus en geselde hem.

19. Arioso (B)

Aanschouw, mijn ziel,
met angstig genoegen,
met bittere lust
en een half beklemd hart
hoe jouw hoogste goed
in Jezus' smarten ligt, hoe
voor jou op de doornen die hem steken
de hemelsleutelbloemen bloeien!
Je kunt veel zoete vruchten
van zijn bitterheid plukken,
dus zie hem onafgebroken aan!

20. Aria (T)

Overdenk hoe zijn met bloed gekleurde rug
in alle opzichten op de hemel lijkt,
waaraan, nadat de golven
van onze zondvloed zijn verdwenen,
de allermooiste regenboog staat
als teken van Gods genade!

21. Johannes 19:2-12

Evangelist
En de soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op zijn hoofd, en ze trokken hem een purperen mantel aan en zeiden:

Koor
Wees gegroet, lieve Jodenkoning!

Evangelist
En ze sloegen hem in het gezicht.
Toen ging Pilatus weer naar buiten en zei:

Pilatus
Kijk, ik breng hem nu naar buiten, zodat jullie zien dat ik geen schuld in hem kan vinden.

Evangelist
Dus kwam Jezus naar buiten en hij droeg een doornenkroon en een purperen mantel. 
En Pilatus zei tegen hen:

Pilatus
Kijk toch, wat een mens!

Evangelist
Toen de hogepriesters en de dienaren hem zagen, schreeuwden ze:

Koor
Kruisigen, kruisigen!

Evangelist
Pilatus zei tegen hen:

Pilatus
Neem hem dan maar mee en kruisig hem; 
want ik kan geen schuld in hem vinden.

Evangelist
De Joden antwoordden:

Koor
Wij hebben een wet, en volgens die wet moet hij sterven. Want hij heeft zichzelf tot Gods zoon uitgeroepen.

Evangelist
Toen Pilatus dat hoorde, werd hij nog angstiger, en hij ging het gerechtsgebouw weer binnen en zei tegen Jezus:

Pilatus
Waar komt u vandaan?

Evangelist
Maar Jezus gaf geen antwoord. 
Toen zei Pilatus:

Pilatus
Praat u niet met mij? Weet u niet dat ik de macht heb u te laten kruisigen en de macht heb om u vrij te laten?

Evangelist
Jezus antwoordde:

Jezus
U zou geen macht over mij hebben als die niet van bovenaf aan u was gegeven; daarom begaat degene die mij aan u heeft overgeleverd een grotere zonde.

Evangelist
Vanaf dat moment probeerde Pilatus hem vrij te laten.

22. Koraal

Door uw gevangenschap, zoon van God,
moeten wij de vrijheid krijgen;
uw kerker is de genadetroon,
de vrijplaats voor alle vromen;
want als u de slavernij niet had aanvaard,
zou onze slavernij eeuwig moeten zijn.

23. Johannes 19:12-17

Evangelist
Maar de Joden riepen:

Koor
Als u deze man vrijlaat, bent u geen vriend van de keizer; want wie zichzelf tot koning uitroept, die is tegen de keizer.

Evangelist
Toen Pilatus die woorden hoorde, bracht hij Jezus naar buiten en ging zitten op de rechterstoel, op de plaats die Hoogterras heet, in het Hebreeuws Gabbatha. En het was de voorbereidingsdag voor Pasen, rond het zesde uur, en hij zei tegen de Joden:

Pilatus
Kijk, dit is jullie koning.

Evangelist
Maar zij schreeuwden:

Koor
Weg, weg met hem, kruisig hem!

Evangelist
Pilatus zei tegen hen:

Pilatus
Moet ik jullie koning kruisigen?

Evangelist
De hogepriesters antwoordden:

Koor
Wij hebben geen koning, alleen de keizer.

Evangelist
Toen leverde hij hem over om hem te laten kruisigen. En ze grepen Jezus en namen hem mee. En hij droeg zijn kruis en liep naar de plaats die Schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgotha.

24. Aria (B) & Koor

Haast je, beproefde zielen,
verlaat je martelkelders,
haast je
    (koor:) waarheen?
naar Golgotha.
Gord aan de vleugels van het geloof,
vlucht
    (koor:) waarheen?
naar de kruisheuvel,
daar kunnen jullie gedijen.

25. Johannes 19:18-22

Evangelist
Daar kruisigden ze hem, en met hem twee anderen aan weerszijden, en Jezus in het midden.
En Pilatus had een opschrift laten maken dat hij op het kruis liet bevestigen, en er stond: 'Jezus van Nazareth. Koning der Joden'. Dat opschrift lazen veel Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd was, was dichtbij de stad. En het stond er in het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn. Toen zeiden de hogepriesters van de Joden tegen Pilatus:

Koor
Schrijf niet 'Koning der Joden', maar dat hij gezégd heeft: 'Ik ben de koning der Joden'.

Evangelist
Pilatus antwoordde:

Pilatus
Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.

26.Koraal

Op de bodem van mijn hart
zijn het uw naam en uw kruis alleen
die altijd en elk uur fonkelen,
daar kan ik blij om zijn.
Laat het beeld in mij verschijnen
tot troost in mijn ellende
van hoe u, Christus,
zo mild bent doodgebloed.

27. Johannes 19:23-27

Evangelist
En toen de soldaten Jezus hadden gekruisigd, namen ze zijn kleren en verdeelden ze in vieren, voor elke soldaat een deel, en ook het onderkleed. Maar het onderkleed was zonder naad, van bovenaf aan één stuk geweven. Toen zeiden ze tegen elkaar:

Koor
Laten we dat niet scheuren, maar erom loten wie het krijgt.

Evangelist
Opdat de Schrift vervuld zou worden, die zegt: 'Zij hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld en over mijn kleed hebben ze het lot geworpen.' Dat deden de soldaten.
En bij het kruis stonden zijn moeder en de zus van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen nu Jezus zijn moeder zag en naast haar de discipel die hij liefhad, zei hij tegen zijn moeder:

Jezus
Vrouw, kijk, dat is je zoon.

Evangelist
Daarna zei hij tegen de discipel:

Jezus
Kijk, dat is je moeder.

28.Koraal

Hij zorgde voor alles
in zijn laatste uur.
Hij dacht nog aan zijn moeder,
gaf haar een voogd.
O mens, stel orde op zaken,
heb God en de mensen lief,
sterf daarna zonder enig leed,
en wees niet bedroefd!

29. Johannes 19:27-30

Evangelist
En vanaf dat moment nam de discipel haar bij zich.
Daarna, toen Jezus wist dat alles al volbracht was, zei hij, opdat de Schrift vervuld zou worden:

Jezus
Ik heb dorst.

Evangelist
Er stond daar een vat met zure wijn. En ze drenkten een spons in de zure wijn en staken die op een hysoptak en hielden die voor zijn mond. En toen Jezus de zure wijn had genomen, zei hij:

Jezus
Het is volbracht.

30. Aria (A)

Het is volbracht!
O troost voor de gekwetste zielen.
De droeve nacht
telt nu haar laatste uur.
De held uit Juda wint met macht
en beslecht de strijd.
Het is volbracht!

31. Johannes 19:30

Evangelist
En hij boog het hoofd en stierf.

32. Aria (B) & Koraal

Mijn dierbare Heiland, mag ik vragen,
 Jezus, u die dood was,
nu u aan het kruis bent genageld
en zelf hebt gezegd: Het is volbracht,
 leeft nu eeuwig,
ben ik nu van het sterven bevrijd?
 in mijn laatste doodsnood
 richt ik mij nergens anders op
Kan ik door uw pijn en uw dood
het hemelrijk erven?
Is er nu verlossing voor iedereen?
 dan op u, die mij verzoent,
 o mijn dierbare Heiland!
U kunt van pijn weliswaar niets zeggen,
 Geef mij slechts wat u hebt verdiend,
maar u buigt het hoofd
en zegt stilzwijgend: Ja.
 meer verlang ik niet.

33. Matthäus 27:51-52

Evangelist
En kijk, het gordijn in de tempel scheurde in tweeën, van boven naar beneden. En de aarde beefde, en de rotsen spleten, en de graven gingen open, en veel lichamen van de heiligen stonden op.

34. Arioso (T)

Mijn hart, nu de hele wereld
met Jezus' lijden meelijdt,
nu de zon rouwkleding aantrekt,
het gordijn scheurt, de rots uiteenvalt,
de aarde beeft, de graven splijten
omdat ze de Schepper zien verstijven,
wat wil jij op jouw plaats doen?

35. Aria (S)

Smelt weg, mijn hart,
in stromen van tranen,
tot eer van de Allerhoogste!
Klaag de wereld en de hemel je nood:
Jouw Jezus is dood!

36. Johannes 19:31-37

Evangelist
En de Joden, omdat het de voorbereidingsdag voor Pasen was en ze niet wilden dat de lichamen op de sabbat aan het kruis bleven hangen (want deze sabbat was een grote dag), vroegen Pilatus of hun benen gebroken konden worden en ze van het kruis konden worden gehaald.
Toen kwamen de soldaten en die braken de benen van de eerste en van de andere die met hem gekruisigd was. Maar toen ze bij Jezus kwamen, zagen ze dat hij al gestorven was en braken ze zijn benen niet, maar een van de soldaten stak in zijn zij met een speer, en meteen liep er bloed en water uit.
En hij die het gezien heeft, heeft ervan getuigd, en zijn getuigenis is waar, en hij weet dat hij de waarheid spreekt, opdat u gelooft. Want dit is gebeurd opdat de Schrifttekst 'Jullie zullen hem geen been breken', zou worden vervuld: En ook zegt een andere tekst: 'Ze zullen zien in wie ze hebben gestoken.'

37. Koraal

O help, Christus, Zoon van God,
met uw bittere lijden
dat wij u altijd gehoorzamen,
alle ondeugd mijden,
uw dood en de oorzaak daarvan
met vrucht overdenken,
en u daarvoor, hoewel arm en zwak,
dankoffers schenken!

38. Johannes 19:38-42

Evangelist
Daarna vroeg Jozef van Arimathea, die een volgeling van Jezus was (maar in het geheim, uit vrees voor de Joden), aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus van het kruis mocht halen. En Pilatus stond het toe.
Hij ging er dus heen en haalde het lichaam van Jezus van het kruis. En ook Nicodemus, die ooit 's nachts bij Jezus was gekomen, ging erheen, en hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd pond.
Ze namen het lichaam van Jezus en wikkelden het in linnen doeken met specerijen, zoals de Joden dat doen als ze iemand begraven. Dichtbij de plek waar hij gekruisigd was, was een hof, en in die hof was een nieuw graf, waar nog niemand in had gelegen. Daar legden ze Jezus in, ter wille van de voorbereidingsdag van de Joden, omdat dat graf dichtbij was.

39. Koor

Rust zacht, heilige beenderen,
die ik nu niet blijf bewenen,
rust zacht en breng ook mij tot rust.
Het graf, dat voor jullie bestemd is
en nu geen nood meer kent,
opent voor mij de hemel
en sluit de hel.

40. Koraal

Ach Heer, laten uw lieve engeltjes
aan het eind van mijn leven mijn ziel
naar Abrahams schoot brengen,
laat mijn lichaam in zijn slaapkamertje
heel zacht en zonder enige smart en pijn
rusten tot de Jongste Dag!
Wek mij dan op uit de dood,
opdat mijn ogen u zien
in alle vreugde, o Zoon van God,
mijn Heiland en genadetroon!
Jezus Christus, verhoor mij, verhoor mij,
ik wil u eeuwig prijzen.