naar de bespreking van BWV 227

Jesu, meine Freude (BWV 227)

Johann Sebastian Bach

1. (Vers 1)

Jesu, meine Freude Jezus, mijn vreugde,
meines Herzens Weide, weide van mijn hart,
Jesu, meine Zier, Jezus, mijn sieraad,
ach wie lang, ach lange ach, hoe lang, ach, lang
ist dem Herzen bange is mijn hart al bang
und verlangt nach dir! en verlangt het naar u!
Gottes Lamm, mein Bräutigam, Lam van God, mijn bruidegom,
außer dir soll mir auf Erden niets op aarde
nichts sonst Liebers werden. zal mij dierbaarder zijn dan u.

2.(Rom. 1, 4b)

Es ist nun nichts Verdammliches Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen
an denen, die in Christo Jesu sind, die in Christus Jezus zijn,
die nicht nach dem Fleische wandeln, die niet wandelen naar het vlees,
sondern nach dem Geist.maar naar de geest.

3.(Vers 2)

Unter deinen Schirmen Onder uw bescherming
bin ich vor den Stürmen ben ik gevrijwaard
aller Feinde frei. tegen de stormen van alle vijanden.
Laß den Satan wittern, Laat Satan maar snuiven,
laß den Feind erbittern, laat de vijand maar toornen,
mir steht Jesus bei! mij staat Jezus bij.
Ob es itzt gleich kracht und blitzt, Al dondert en bliksemt het nu,
ob gleich Sünd und Hölle schrekken: al jagen zonde en hel mij angst aan:
Jesus will mich dekken. Jezus zal mij behoeden.

4. (Rom. 8:2)

Denn das Gesetz des Geistes Want de wet van de geest,
der da lebendig machet in Christo Jesu, die levend maakt in Christus Jezus,
hat mich frei gemacht heeft mij vrij gemaakt
von dem Gesetz der Sünde und des Todes.van de wet van de zonde en de dood.

5.(Vers 3)

Trotz dem alten Drachen, Trotseer de oude draak!
Trotz des Todes Rachen, Trotseer de muil van de dood!
Trotz der Furcht darzu! Trotseer de angst daarvoor!
Tobe, Welt, und springe, Raas maar, wereld, spring maar op,
ich steh hier und singe ik sta hier en ik zing
in gar sichrer Ruh. in alle rust.
Gottes Macht hält mich in acht; Gods macht zorgt voor mij,
Erd und Abgrund muß verstummen, aarde en afgrond moeten verstommen
ob sie noch so brummen. hoe ze ook tekeergaan.

6. (Rom. 8:9)

Ihr aber seid nicht fleischlich sondern geistlich, U echter zijt niet vleselijk maar geestelijk,
so anders Gottes Geist in euch wohnet. tenminste, als de geest van God in u woont.
Wer aber Christi Geist nicht hat, Maar wie de geest van Christus niet heeft,
der ist nicht sein.die behoort hem niet toe.

7. (Vers 4)

Weg mit allen Schätzen! Weg met alle schatten!
du bist mein Ergötzen, U bent mijn genot,
Jesu, meine Lust! Jezus, mijn lust!
Weg ihr eitlen Ehren, Weg, ijdele loftuitingen,
ich mag euch nicht hören, ik wil jullie niet horen,
bleibt mir unbewußt! blijf buiten mijn bewustzijn!
Elend, Not, Kreuz, Schmach und Tod, Ellende, nood, kruis, smaad en dood
soll mich, ob ich viel muß leiden, zullen mij, hoeveel ik ook moet lijden,
nicht von Jesu scheiden. niet van Jezus scheiden.

8. (Rom. 8:10)

So aber Christus in euch ist, Als Christus echter in u is,
so ist der Leib zwar tot is het lichaam weliswaar dood
um der Sünde willen; vanwege de zonde;
der Geist aber ist das Leben maar de geest is het leven
um der Gerechtigkeit willen.vanwege de gerechtigheid.

9.(Vers 5)

Gute Nacht, o Wesen, Goedenacht, o wezen
das die Welt erlesen, dat de wereld heeft gekozen,
mir gefällst du nicht. mij beval je niet.
Gute Nacht, ihr Sünden, Goedenacht, zonden,
bleibet weit dahinten, blijf ver weg,
kommt nicht mehr ans Licht! verschijn niet meer!
Gute Nacht, du Stolz und Pracht! Goedenacht, trots en pracht!
Dir sei ganz, du Lasterleben, Moge jou, zondig leven,
gute Nacht gegeben!een heel goede nacht worden gegeven!

10. (Rom. 8:11)

So nun der Geist des, Als nu de geest van hem
der Jesum von den Toten auferwekket hat, die Jezus van de doden heeft opgewekt
in euch wohnet, so wird auch derselbige, in u woont, zal ook hij
der Christum von den Toten auferwekket hat, die Christus van de doden heeft opgewekt
eure sterblichen Leiber lebendig machen, uw sterfelijke lichaam levend maken,
um des willen, dass sein Geist in euch wohnet.zodat zijn geest in u kan wonen.

11. (Vers 6)

Weicht, ihr Trauergeister, Verdwijn, droefheidsspoken,
denn mein Freudenmeister, want mijn vreugdemeester,
Jesus, tritt herein. Jezus, komt binnen.
Denen, die Gott lieben, Voor hen die God liefhebben
muß auch ihr Betrüben moet ook hun verdriet
lauter Zukker sein. louter zoetheid zijn.
Duld ich schon hier Spott und Hohn, Ook al moet ik hier spot en hoon verdragen,
dennoch bleibst du auch im Leide, u blijft ook in mijn lijden,
Jesu, meine Freude.Jezus, mijn vreugde.

12. BIJLAGE 1: De Gulden Snede

  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. (Vers 1)

Jesu, meine Freude
meines Herzens Weide,
Jesu, meine Zier,
ach wie lang, ach lange
ist dem Herzen bange
und verlangt nach dir!
Gottes Lamm, mein Bräutigam,
außer dir soll mir auf Erden
nichts sonst Liebers werden.


2.(Rom. 1, 4b)

Es ist nun nichts Verdammliches 
an denen, die in Christo Jesu sind,  
die nicht nach dem Fleische wandeln,
sondern nach dem Geist.

3.(Vers 2)

Unter deinen Schirmen
bin ich vor den Stürmen
aller Feinde frei.
Laß den Satan wittern,
laß den Feind erbittern,
mir steht Jesus bei!
Ob es itzt gleich kracht und blitzt,
ob gleich Sünd und Hölle schrekken:
Jesus will mich dekken.


4. (Rom. 8:2)

Denn das Gesetz des Geistes
der da lebendig machet in Christo Jesu,
hat mich frei gemacht
von dem Gesetz der Sünde und des Todes.

5.(Vers 3)

Trotz dem alten Drachen,
Trotz des Todes Rachen,
Trotz der Furcht darzu!
Tobe, Welt, und springe,
ich steh hier und singe
in gar sichrer Ruh.
Gottes Macht hält mich in acht;   
Erd und Abgrund muß verstummen,
ob sie noch so brummen.


6. (Rom. 8:9)

Ihr aber seid nicht fleischlich sondern geistlich,
so anders Gottes Geist in euch wohnet.
Wer aber Christi Geist nicht hat,
der ist nicht sein.

7. (Vers 4)

Weg mit allen Schätzen!
du bist mein Ergötzen,
Jesu, meine Lust!
Weg ihr eitlen Ehren,
ich mag euch nicht hören,
bleibt mir unbewußt!
Elend, Not, Kreuz, Schmach und Tod,
soll mich, ob ich viel muß leiden,    
nicht von Jesu scheiden.


8. (Rom. 8:10)

So aber Christus in euch ist,    
so ist der Leib zwar tot
um der Sünde willen;
der Geist aber ist das Leben
um der Gerechtigkeit willen.

9.(Vers 5)

Gute Nacht, o Wesen,
das die Welt erlesen,
mir gefällst du nicht.
Gute Nacht, ihr Sünden,
bleibet weit dahinten,
kommt nicht mehr ans Licht!
Gute Nacht, du Stolz und Pracht!
Dir sei ganz, du Lasterleben,
gute Nacht gegeben!

10. (Rom. 8:11)

So nun der Geist des,
der Jesum von den Toten auferwekket hat, 
in euch wohnet, so wird auch derselbige,
der Christum von den Toten auferwekket hat,
eure sterblichen Leiber lebendig machen, 
um des willen, dass sein Geist in euch wohnet.

11. (Vers 6)

Weicht, ihr Trauergeister,
denn mein Freudenmeister,
Jesus, tritt herein.
Denen, die Gott lieben,
muß auch ihr Betrüben
lauter Zukker sein.
Duld ich schon hier Spott und Hohn,
dennoch bleibst du auch im Leide,
Jesu, meine Freude.

12. BIJLAGE 1: De Gulden Snede




Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. (Vers 1)

Jezus, mijn vreugde,
weide van mijn hart,
Jezus, mijn sieraad,
ach, hoe lang, ach, lang
is mijn hart al bang
en verlangt het naar u!
Lam van God, mijn bruidegom,
niets op aarde
zal mij dierbaarder zijn dan u.

2.(Rom. 1, 4b)

Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen
die in Christus Jezus zijn,
die niet wandelen naar het vlees,
maar naar de geest.

3.(Vers 2)

Onder uw bescherming
ben ik gevrijwaard
tegen de stormen van alle vijanden.
Laat Satan maar snuiven,
laat de vijand maar toornen,
mij staat Jezus bij.
Al dondert en bliksemt het nu,
al jagen zonde en hel mij angst aan:
Jezus zal mij behoeden.

4. (Rom. 8:2)

Want de wet van de geest,
die levend maakt in Christus Jezus,
heeft mij vrij gemaakt
van de wet van de zonde en de dood.

5.(Vers 3)

Trotseer de oude draak!
Trotseer de muil van de dood!
Trotseer de angst daarvoor!
Raas maar, wereld, spring maar op,
ik sta hier en ik zing
in alle rust.
Gods macht zorgt voor mij,
aarde en afgrond moeten verstommen
hoe ze ook tekeergaan.

6. (Rom. 8:9)

U echter zijt niet vleselijk maar geestelijk,
tenminste, als de geest van God in u woont.
Maar wie de geest van Christus niet heeft,
die behoort hem niet toe.

7. (Vers 4)

Weg met alle schatten!
U bent mijn genot,
Jezus, mijn lust!
Weg, ijdele loftuitingen,
ik wil jullie niet horen,
blijf buiten mijn bewustzijn!
Ellende, nood, kruis, smaad en dood
zullen mij, hoeveel ik ook moet lijden,
niet van Jezus scheiden.

8. (Rom. 8:10)

Als Christus echter in u is,
is het lichaam weliswaar dood 
vanwege de zonde;
maar de geest is het leven
vanwege de gerechtigheid.

9.(Vers 5)

Goedenacht, o wezen
dat de wereld heeft gekozen,
mij beval je niet.
Goedenacht, zonden,
blijf ver weg,
verschijn niet meer!
Goedenacht, trots en pracht!
Moge jou, zondig leven,
een heel goede nacht worden gegeven!

10. (Rom. 8:11)

Als nu de geest van hem
die Jezus van de doden heeft opgewekt
in u woont, zal ook hij
die Christus van de doden heeft opgewekt
uw sterfelijke lichaam levend maken,
zodat zijn geest in u kan wonen.

11. (Vers 6)

Verdwijn, droefheidsspoken,
want mijn vreugdemeester,
Jezus, komt binnen.
Voor hen die God liefhebben
moet ook hun verdriet
louter zoetheid zijn.
Ook al moet ik hier spot en hoon verdragen,
u blijft ook in mijn lijden,
Jezus, mijn vreugde.

12. BIJLAGE 1: De Gulden Snede




		Vertaling: Ria van Hengel