Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Mer hahn en neue Oberkeet (Bauernkantate) (BWV 212)

Geschreven voor Gelukwens

Voor het eerst uitgevoerd: 30 aug 1742

Libretto: Christian Friedrich Henrici (alias Picander)

Solisten SB orkest str trav cor cont

Totaal 24 delen

Deze cantate werd de afgelopen jaren zelden uitgevoerd

beluister

downloads uitleg

Bespreking

Huldigingsmuziek voor Carl Heinrich von Dieskau (1706–1782), heer van Kleinzschocher, een landgoed ten zuidwesten (en inmiddels deel) van Leipzig. Dieskau was de Leipziger directeur van belastingen en als zodanig de superieur van tekstdichter/belastingambtenaar C. F. Henrici (Picander). Dat verklaart de mengeling van volkse en stedelijke genres in deze 'cantate burlesque'.

1. Ouverture

viool 1, altviool, continuo

2. Aria / Duet (S, B)

sopraan, bas, viool 1, altviool, continuo

Mer hahn en neue Oberkeet Een nieuw beleid voert
An unsern Kammerherrn. onze landheer;
Ha gibt uns Bier, das steigt ins Heet, hij geeft ons bier, dat stijgt je naar het hoofd,
Das ist der klare Kern. dat is waar het om gaat.
Der Pfarr' mag immer büse tun; Hoe de dominee ook foetert,
Ihr Speelleut, halt euch flink! Muzikanten, zet ‘’m op!
Der Kittel wackelt Mieken schun, Mieke zwaait al met haar rokje,
Das klene luse Ding.Die kleine losbol.

3. Recitatief (S, B)

sopraan, bas, viool 1, altviool, continuo

B: Nu, Mieke, gib dein Guschel immer her; Nou, Mieke, geef me een kus!
S: Wenn's das alleine wär. Als dat alles was!
Ich kenn dich schon, du Bärenhäuter, Ik ken je maar al te goed, ouwe luilak,
Du willst hernach nur immer weiter. daarna wil je steeds meer.
Der neue Herr hat ein sehr scharf Gesicht. Onze nieuwe landheer heeft scherpe ogen.
B. Ach! unser Herr schilt nicht; Ach, het kan onze landheer niks schelen,
Er weiß so gut als wir, und auch wohl besser, hij weet even goed als wij, zelfs beter,
Wie schön ein bisschen Dahlen schmeckt.hoe heerlijk een liefkozing smaakt.

4. Aria (B)

sopraan, viool 1, altviool, continuo

Ach, es schmeckt doch gar zu gut, O, het smaakt toch zo goed
Wenn ein Paar recht freundlich tut; Als een paartje het gezellig met elkaar heeft.
Ei, da braust es in dem Ranzen, Ja, dan borrelt het in je buik
Als wenn eitel Flöh und Wanzen alsof vlooien en luizen
Und ein tolles Wespenheer en een dwaas wespenlegertje
Miteinander zänkisch wär.allemaal samen aan het ruziën zijn.

5. Recitatief (B)

bas, continuo

Der Herr ist gut: Allein der Schösser, De landheer is goed. Maar de belastingontvanger
Das ist ein Schwefelsmann, dat is een boef,
Der wie ein Blitz ein neu Schock strafen kann, die je al een boete oplegt
Wenn man den Finger kaum ins kalte Wasser steckt.als je een vinger in het water steekt.

6. Aria (B)

bas, viool 1, altviool, continuo

Ach, Herr Schösser, geht nicht gar zu schlimm Ach, belastingontvanger, wees niet al te streng
Mit uns armen Bauersleuten üm! voor ons arme boerenmensen!
Schont nur unsrer Haut; Ontzie ons een beetje.
Fresst ihr gleich das Kraut U haalt ons het vel over de oren,
Wie die Raupen bis zum kahlen Strunk, houd daar toch mee op!
Habt nur genung!

7. Recitatief (S)

sopraan, continuo

Es bleibt dabei, Het staat vast
Daß unser Herr der beste sei. dat onze landheer de beste is.
Er ist nicht besser abzumalen Een betere kun je je niet voorstellen
Und auch mit keinem Hopfensack voll Batzen zu bezahlen.en hij is ook met geen goud te betalen.

8. Aria (S)

sopraan, viool 1, altviool, continuo

Unser trefflicher, Onze voortreffelijke
Lieber Kammerherr Geliefde landheer
Ist ein kumpabler Mann, Is een capabele man
Den niemand tadeln kann.Op wie niets valt aan te merken.

9. Recitatief (S, B)

sopraan, bas, continuo

(B) Er hilft uns allen, alt und jung. Hij helpt ons allemaal, oud en jong,
Und dir ins Ohr gesprochen: en onder ons gezegd:
Ist unser Dorf nicht gut genung is ons dorp toen de belastingen werden geïnd
Letzt bei der Werbung durchgekrochen? onlangs niet mooi tussen de mazen doorgeglipt?

(S) Ich weiß wohl noch ein besser Spiel, Ik weet het nog beter:
Der Herr gilt bei der Steuer viel.Onze baas is een hoge piet bij de belastingen.

10. Aria (S)

sopraan, viool 1, altviool, continuo

Das ist galant, Dat is leuk,
Es spricht niemand von den caducken Schocken. niemand heeft het over die onbetaalde belasting,
Niemand redt ein stummes Wort, niemand zegt een stom woord,
Knauthain und Cospuden dort Knauthain en Cospude daarginds
Hat selber Werg am Rocken.hebben zelf gaten in hun kleren.

11. Recitatief (B)

bas, continuo

Und unsre gnädge Frau En onze mevrouw
Ist nicht ein prinkel stolz. is geen greintje trots
Und ist gleich unsereins ein arm und grobes Holz, en is net zoals wij een mens van vlees en bloed.
So redt sie doch mit uns daher, Ze praat gewoon met ons
Als wenn sie unsersgleichen wär. alsof ze een van ons is.
Sie ist recht fromm, recht wirtlich und genau Ze is een goede vrouw, gastvrij en eerlijk
Und machte unserm gnädgen Herrn en heeft voor onze landheer
Aus einer Fledermaus viel Taler gern.van stro goud gemaakt.

12. Aria (B)

bas, viool 1, altviool, continuo

Fünfzig Taler bares Geld Vijftig gouden daalders
Trockner Weise zu verschmausen, pardoes opeten
Ist ein Ding, das harte fällt, dat is niet gemakkelijk
Wenn sie uns die Haare zausen, als ze ons over de bol aaien,
Doch was fort ist, bleibt wohl fort, maar wat weg is, is weg,
Kann man doch am andern Ort ergens anders kun je weer
Alles doppelt wieder sparen; aan het dubbele bedrag komen;
Laßt die fünfzig Taler fahren!laat die vijftig daalders maar gaan!

13. Recitatief (S)

sopraan, continuo

Im Ernst ein Wort! Nu even serieus:
Noch eh ich dort an unsre Schenke voordat ik nog aan de kroeg
Und an den Tanz gedenke, en aan dansen denk,
So sollst du erst der Obrigkeit zu Ehren moeten jullie eerst ter ere van onze landheer
Ein neues Liedchen von mir hören.een nieuw liedje van me horen.

14. Aria (S)

sopraan, strijkers, traverso, continuo

Klein-Zschocher müsse Moge Klein-Zschacher
So zart und süße even fijn en zoet zijn
Wie lauter Mandelkerne sein. als amandelen.
In unsere Gemeine Moge in onze gemeenschap
Zieh heute ganz alleine vandaag louter
Der Überfluß des Segens ein.overvloedige zegen heersen.

15. Recitatief (B

bas, continuo

Das ist zu klug vor dich Dat is voor jou te wijs
Und nach der Städter Weise; en op een stadse manier gebracht.
Wir Bauern singen nicht so leise. Wij boeren zingen niet zo zachtjes.
Das Stückchen, höre nur, das schicket sich vor mich!Luister, dit liedje past beter bij mij:

16. Aria (B)

bas, viool 1, altviool, hoorn, continuo

Es nehme zehntausend Dukaten Laat onze landheer elke dag
Der Kammerherr alle Tag ein! tienduizend dukaten opstrijken!
Er trink ein gutes Gläschen Wein, Laat hij een goed glas wijn drinken
Und laß es ihm bekommen sein!en ik hoop dat die hem wel bekomt!

17. Recitatief (S)

sopraan, continuo

Das klingt zu liederlich. Dat klinkt te grof.
Es sind so hübsche Leute da, Er zijn hier zulke sjieke mensen,
Die würden ja die lachen zich dood,
Von Herzen drüber lachen; niet anders dan wanneer ik
Nicht anders, als wenn ich dat oude deuntje zou zingen:
Die alte Weise wollte machen:

18. Aria (S)

sopraan, viool 1, altviool, hoorn, continuo

Gib, Schöne, Breng, schoonheid,
Viel Söhne Veel zonen ter wereld
Von artger Gestalt, die er knap uitzien,
Und zieh sie fein alt; en voed ze goed op;
Das wünschet sich Zschocher dat wensen Zschocher
und Knauthain fein bald!en Knauthain u toe.

19. Recitatief (B)

bas, continuo

Du hast wohl recht. Je hebt gelijk,
Das Stückchen klingt zu schlecht; mijn liedje is niet om aan te horen;
Ich muß mich also zwingen, ik moet mezelf dus dwingen
Was Städtisches zu singen.iets te zingen wat meer stads is.

20. Aria (B)

bas, viool 1, continuo

Dein Wachstum sei feste und lache vor Lust! Moge u groeien en heel veel plezier hebben!
Deines Herzens Trefflichkeit De voortreffelijkheid van uw hart
Hat dir selbst das Feld bereit', heeft zelf voor u het veld gereedgemaakt
Auf dem du blühen mußt.waarop u kunt bloeien.

21. Recitatief (S, B)

sopraan, bas, continuo

(S) Und damit sei es auch genung. En hiermee moet het dan ook maar stoppen.

(B) Nun müssen wir wohl einen Sprung En nu op een holletje de kroeg in.
In unsrer Schenke wagen.

(S) Das heißt, du willst nur das noch sagen:Dat wil zeggen, je wil alleen nog dit vertellen:

22. Aria (S)

sopraan, viool 1, altviool, continuo

Und daß ihr's alle wißt, Het is maar dat jullie het allemaal weten,
Es ist nunmehr die Frist zu trinken. het is nu de tijd om te drinken.
Wer durstig ist, mag winken. Wie dorst heeft, mag zijn hand opsteken.
Versagt's die rechte Hand, Als je rechterhand het laat afweten,
So dreht euch unverwandt gebruik dan gewoon je linker!
Zur linken!

23. Recitatief (S, B)

sopraan, bas, continuo

(B) Mein Schatz, erraten! Geraden, schatje!

(S) Und weil wir nun En omdat we hier nu niets meer te doen hebben,
Dahier nichts mehr zu tun, willen we stap voor stap
So wollen wir auch Schritt vor Schritt naar onze oude kroeg banjeren.
In unsre alte Schenke waten.

(B) Ei! hol mich der und dieser, Hé, neem er nog twee mee,
Herr Ludwig und der Steur-Reviser meneer Ludwig en de belastingman
Muß heute mit.moeten vandaag ook mee.

24. Koor (S, B)

sopraan, bas, viool 1, altviool, continuo

Wir gehn nun, wo der Dudelsack Wij gaan waar de doedelzak
In unsrer Schenke brummt; zich in onze kroeg laat horen
Und rufen dabei fröhlich aus: en daarbij roepen we vrolijk uit:
Es lebe Dieskau und sein Haus, Leve Dieskau en zijn huis,
Ihm sei beschert, moge hij ontvangen
Was er begehrt wat hij verlangt
Und was er sich selbst wünschen mag!en wat hij voor zichzelf wenst!