Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Schweigt stille, plaudert nicht (Kaffeekantate) (BWV 211)

Geschreven voor onbekend

Voor het eerst uitgevoerd: 1734

Libretto: Christian Friedrich Henrici (alias Picander)

Solisten STB koor SATB orkest str trav cont

Totaal 10 delen, 1 koorwerk

Vertaling: Ria van Hengel

Deze cantate werd de afgelopen jaren zelden uitgevoerd

downloads uitleg

Bespreking

                

1. Recitatief (T)

tenor, continuo

Schweigt stille, plaudert nicht Zwijg nu, klets niet meer
Und höret, was itzund geschicht: En luister wat er nou gebeurt:
Da kömmt Herr Schlendrian Daar komt meneer Treuzel aan
Mit seiner Tochter Liesgen her, Met zijn dochter Liesje,
Er brummt ja wie ein Zeidelbär; Hij bromt als een honingbeer;
Hört selber, was sie ihm getan!Luister zelf naar wat ze hem heeft aangedaan!

                    

2. Aria (B)

bas, strijkers, continuo

Hat man nicht mit seinen Kindern Heb je met je kinderen
Hunderttausend Hudelei! Niet honderdduizend problemen!
Was ich immer alle Tage Wat ik ook dagelijks zeg
Meiner Tochter Liesgen sage, Tegen mijn dochter Liesje,
Gehet ohne Frucht vorbei.Het glijdt van haar af.

                       

3. Recitatief  (S, B)

sopraan, bas, continuo

(B) Du böses Kind, du loses Mädchen, B: Ondeugend kind, ongehoorzaam meisje,
Ach! wenn erlang ich meinen Zweck: Ach, wanneer zal ik mijn doel bereiken:
Tu mir den Coffee weg! Weg met die koffie!
(S) Herr Vater, seid doch nicht so scharf! S:Vader, doe toch niet zo streng!
Wenn ich des Tages nicht dreimal Als ik niet driemaal daags
Mein Schälchen Coffee trinken darf, Mijn kopje koffie mag drinken,
So werd ich ja zu meiner Qual Dan verander ik tot mijn verdriet
Wie ein verdorrtes Ziegenbrätchen.In een verdord stukje geitenvlees.

                                  

4. Aria (S)

sopraan, traverso, continuo

Ei! wie schmeckt der Coffee süße, O, wat smaakt die koffie heerlijk,
Lieblicher als tausend Küsse, Lekkerder dan duizend kussen,
Milder als Muskatenwein. Zachter dan muskaatwijn.
Coffee, Coffee muss ich haben, Koffie, koffie moet ik hebben,
Und wenn jemand mich will laben, En als iemand mij wil verkwikken,
Ach, so schenkt mir Coffee ein!Schenk mij dan koffie in!

                             

5. Recitatief (S, B)

sopraan, bas, continuo

(B) Wenn du mir nicht den Coffee lässt, B; Als je de koffie niet laat staan,
So sollst du auf kein Hochzeitfest, Laat ik je nooit meer
Auch nicht spazierengehn. Naar een bruiloftsfeest gaan.
(S) Ach ja! S: Nou ja!
Nur lasset mir den Coffee da! Als ik maar koffie krijg!
(B) Da hab ich nun den kleinen Affen! B: Wat ben je toch een deugniet!
Ich will dir keinen Fischbeinrock Ik koop geen wijde baleinen rok voor je
nach itzger Weite schaffen. Naar de laatste mode.
(S) Ich kann mich leicht darzu verstehn. S: Daar zit ik niet mee.
(B) Du sollst nicht an das Fenster treten B: Je blijft van het raam weg,
Und keinen sehn vorübergehn! Zodat je niemand langs ziet komen!
(S) Auch dieses; doch seid nur gebeten S: Ook daar zit ik niet mee. Ik heb maar één vraag:
Und lasset mir den Coffee stehn! Laat mij mijn koffie houden!
(B) Du sollst auch nicht von meiner Hand B: Ook krijg je van mij geen
Ein silbern oder goldnes Band Zilveren of gouden lint
Auf deine Haube kriegen! Om je kapje!
(S) Ja, ja! nur lasst mir mein Vergnügen! S: Mij best, als ik mijn pleziertje maar houd!
(B) Du loses Liesgen du, B: Ongehoorzame Liesje,
So gibst du mir denn alles zu?Het maakt je allemaal niets uit?

                              

6. Aria (B)

bas, continuo

Mädchen, die von harten Sinnen, Meisjes die koppig zijn
Sind nicht leichte zu gewinnen. Kun je niet gemakkelijk overtuigen.
Doch trifft man den rechten Ort, Maar als je hen op de juiste plaats treft,
O! so kömmt man glücklich fort.Dan kom je wel waar je wezen wilt.

                            

7. Recitatief (S, B)

sopraan, bas, continuo

(B) Nun folge, was dein Vater spricht! B: Doe nu wat je vader zegt!
(S) In allem, S: Dat wil ik in alles doen,
nur den Coffee nicht. maar niet wat de koffie betreft.
(B) Wohlan! so musst du dich bequemen, B: Goed dan, maar dan moet je je er nu ook
Auch niemals einen Mann zu nehmen. bij neerleggen dat je nooit een man zult krijgen.
(S) Ach ja! Herr Vater, einen Mann! S: O vader, ik wil wel een man hoor!
(B) Ich schwöre, dass es nicht geschicht. B: Ik verzeker je dat dat niet gaat gebeuren.
(S) Bis ich den Coffee lassen kann? S: Tenzij ik de koffie kan laten staan?
Nun! Coffee, bleib nur immer liegen! Nou, koffie, blijf dan maar liggen!
Herr Vater, hört, ich trinke keinen nicht. Luister, vader, ik drink geen koffie meer.
(B) So sollst du endlich einen kriegen!B: Dan krijg je eindelijk een man!

                         

8. Aria (S)

sopraan, strijkers, continuo

Heute noch, Vandaag nog,
Lieber Vater, tut es doch! Lieve vader, doe het toch!
Ach, ein Mann! Ach, een man!
Wahrlich, dieser steht mir an! Werkelijk, die past mij!
Wenn es sich doch balde fügte, Als het toch eens snel zou gebeuren
Dass ich endlich vor Coffee, Dat ik eindelijk in ruil voor koffie
Eh ich noch zu Bette geh, Nog voordat ik naar bed ga,
Einen wackern Liebsten kriegte!Een flinke geliefde kreeg!

                         

9. Recitatief  (T)

tenor, continuo

Nun geht und sucht der alte Schlendrian, Nu gaat de oude Treuzel op zoek:
Wie er vor seine Tochter Liesgen Hij wil zijn dochter Liesje
Bald einen Mann verschaffen kann; Zo snel mogelijk aan een man helpen.
Doch, Liesgen streuet heimlich aus: Maar Liesje vertelt stiekem rond:
Kein Freier komm mir in das Haus, Er komt geen vrijer mijn huis in
Er hab es mir denn selbst versprochen Die mij niet persoonlijk heeft beloofd
Und rück es auch der Ehestiftung ein, En het in de huwelijksacte opneemt
Dass mir erlaubet möge sein, Dat het mij is toegestaan
Den Coffee, wenn ich will, zu kochen.Koffie te zetten wanneer ik maar wil.

                              

10. Koor / Terzet (S, T, B)

sopraan, tenor, bas, SATB, strijkers, traverso, continuo

Die Katze lässt das Mausen nicht, Een kat wil nu eenmaal blijven muizen,
Die Jungfern bleiben Coffeeschwestern. Vrouwen zullen altijd koffiezusters zijn.
Die Mutter liebt den Coffeebrauch, De moeder houdt van koffie,
Die Großmama trank solchen auch, De grootmoeder dronk het al,
Wer will nun auf die Töchter lästern!Wie zou het nu de dochters kwalijk kunnen nemen!