naar de bespreking van BWV 207a

Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten (BWV 207a)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

Auf, schmetternde Töne Kom, schallende klanken
der muntern Trompeten, van de vrolijke trompetten,
ihr donnernden Pauken, erhebet den Knall! bonkende pauken, laat je geknal horen!
Reizende Saiten, ergötzet das Ohr, Bekoorlijke snaren, amuseer het oor,
suchet auf Flöten das Schönste zu finden, probeer op fluiten het mooiste te vinden,
erfüllet mit lieblichem Schall vervul met lieflijk geluid
unsre so süße als grünende Linden onze zoete, groenende linden
und unser frohes Musenchor!en ons vrolijke muzenkoor!

2. Recitatief (T)

Die stille Pleiße spielt De stille Pleisse [rivier] speelt
mit ihren kleinen Wellen. met zijn kleine golfjes.
Das grüne Ufer fühlt De groene oever voelt
itzt gleichsam neue Kräfte nu als het ware nieuwe krachten
und doppelt innre rege Säfte. en dubbel levendige sappen,
Es prangt mit weichem Moos und Klee; hij pronkt met zacht mos en klaver.
dort blühet manche schöne Blume, Daarginds bloeit menige fraaie bloem,
hier hebt zur Flora großem Ruhme hier richt zich tot grote roem van Flora
sich eine Pflanze in die Höh een plant op
und will den Wachstum zeigen. die zijn groei wil tonen.
Der Pallas holder Hain Het lieflijke bos van Pallas
sucht sich in Schmuck und Schimmer zu erneun. probeert zichzelf in tooi en glans te vernieuwen.
Die Castalinnen singen Lieder, De Castalinnen zingen liederen,
die Nymphen gehen hin und wieder de nimfen lopen heen en weer
und wollen hier und dort bei unsern Linden, en willen hier en daar bij onze linden,
und was? den angenehmen Ort willen wat? de aangename plaats
ihres schönsten Gegenstandes finden. van hun mooiste voorwerp vinden.
Denn dieser Tag bringt allen Lust; Want deze dag brengt iedereen plezier;
doch in der Sachsen Brust maar in de borst van de Saksen
geht diese Lust am allerstärksten fort.is dat plezier het grootst.

3. Aria (T)

Augustus' Namenstages Schimmer De glans van Augustus' naamdag
erklärt der Sachsen Angesicht. verlicht het gelaat van de Saksen.
Gott schützt die frommen Sachsen immer, God beschermt de vrome Saksen altijd,
denn unsers Landesvaters Zimmer want de kamer van onze landsvader
prangt heut in neuen Glückes Strahlen, straalt vandaag in een nieuw geluk
die soll itzt unsre Ehrfurcht malen dat nu onze eerbied schildert
bei dem erwünschten Namenslicht.bij het gewenste licht van zijn naam.

4. Recitatief (S, B)

(S) Augustus' Wohl (S) Het welzijn van Augustus
ist der treuen Sachsen Wohlergehn; is de voorspoed van de trouwe Saksen;
(B) Augustus' Arm beschützt (B) de arm van Augustus beschermt
der Sachsen grüne Weiden, de groene weiden van de Saksen,
(S) die Elbe nützt (S) De Elbe is nuttig
dem Kaufmann mit so vielen Freuden; voor de koopman, met veel vreugde;
(B) des Hofes Pracht und Flor (B) De pracht en de bloei van het hof
stellt uns Augustus' Glücke vor; toont ons het geluk van Augustus;
(S) die Untertanen sehn (S) de onderdanen zien
an jedem Ort ihr Wohlergehn; overal hun voorspoed;
(B) des Mavors heller Stahl (B) het blinkende staal van Mars
muss alle Feinde schrecken, moet alle vijanden afschrikken
um uns vor allem Unglück zu bedecken. om ons tegen alle ongeluk te beschermen.
(S) Drum freut sich heute der Merkur (S) Daarom is Mercurius vandaag blij
mit seinen weisen Söhnen met zijn wijze zonen
und findt bei diesen Freudentönen en vindt hij bij deze vreugdeklanken
der ersten güldnen Zeiten Spur. het spoor van de eerste gouden tijden.
(B) Augustus mehrt das Reich. (B) Augustus vergroot het rijk.
(S) Irenens Lorbeer wird nie bleich; (S) De lauwerkrans van Irene [vrede]
(S, B) Die Linden wollen schöner grünen, verbleekt nooit;
um uns mit ihrem Flor (S, B) De linden zullen fraaier groenen
bei diesem hohen Namenstag zu dienen.om ons met hun bloei
bij deze verheven naamdag te dienen.

5. Aria / Duet (S, B)

(B)Mich kann die süße Ruhe laben, (B) Mij kan de zoete rust laven
(S)Ich kann hier mein Vergnügen haben, (S) Hier kan ik genieten,
(S, B) wir beide stehn hier höchst beglückt.
(B)Denn unsre fette Saaten lachen (S, B) Wij tweeën staan hier zeer verheugd.
und können viel Vergnügen machen, (B) Want onze rijke zaden lachen
weil sie kein Feind und Wetter drückt. en kunnen ons veel plezier doen,
(S)Wo solche holde Stunden kommen, omdat vijanden en slecht weer ze niet verdrukken.
da hat das Glücke zugenommen, (S) Bij zulke lieflijke uren
das uns der heitre Himmel schickt.is het geluk toegenomen
dat de heldere hemel ons stuurt.

5a. Ritornello

6. Recitatief (A)

Augustus schützt die frohen Felder, Augustus beschermt de verheugde velden,
Augustus liebt die grünen Wälder, Augustus heeft de groene bossen lief,
wenn sein erhabner Mut en zijn verheven moed
im Jagen niemals eher ruht, houdt pas op met jagen
bis er ein schönes Tier gefället. wanneer er een mooi dier is geschoten.
Der Landmann sieht mit Lust De boer kijkt met genoegen
auf seinem Acker schöne Garben. naar de fraaie schoven op zijn akker,
Ihm ist stets wohl bewusst, hij beseft voortdurend
wie keiner darf in Sachsen darben, dat niemand in Saksen gebrek mag lijden
wer sich nur in sein Glücke findt als hij maar in Augustus' geluk verblijft
und seine Kräfte recht ergründt.en zich bewust is van diens kracht.

7. Aria (A)

Preiset, späte Folgezeiten, Prijs, latere generaties,
nebst dem gütigen Geschick behalve het gunstige lot
des Augustus großes Glück. ook het grote geluk van Augustus.
Denn in des Monarchen Taten Want in de daden van de monarch
könnt ihr Sachsens Wohl erraten; kunnen jullie het welzijn van Saksen zien;
man kann aus dem Schimmer lesen, uit de glans is te lezen
wer Augustus sei gewesen.wie Augustus is geweest.

8. Recitatief (S, A, T, B)

(T)Ihr Fröhlichen, herbei! (T) Kom, vrolijke mensen!
Erblickt, ihr Sachsen und ihr große Staaten, Lees, Saksen en grote staten,
aus Augustus' holden Taten, aan de lieflijke daden van Augustus af
was Weisheit und auch Stärke sei. wat wijsheid is en kracht.
Sein allzeit starker Arm stützt teils Sarmatien, Zijn altijd sterke arm beschermt Sarmatia
teils auch der Sachsen Wohlergehn. en het welzijn van de Saksen.
Wir sehen als getreue Untertanen Wij zien als trouwe onderdanen
durch Weisheit die vor uns erlangte Friedensfahne. door wijsheid de voor ons verkregen vredesvlag.
Wie sehr er uns geliebt, Hoezeer hij ons heeft liefgehad,
wie mächtig er die Sachsen stets geschützet, hoe krachtig hij de Saksen altijd heeft beschermd,
zeigt dessen Säbels Stahl, toont het staal van zijn sabel,
der vor uns Sachsen blitzet. die voor ons Saksen blinkt.
Wir können unsern Landesvater Wij kunnen onze landsvader
als einen Held und Siegesrater als een held en advocaat van de overwinning
in dem großmächtigsten August in de machtige Augustus
mit heißer Ehrfurcht itzt verehren met vurige eerbied nu vereren
und unsre Wünsche mehren. en onze wensen vermeerderen.
(B)Ja, ja, ihr starken Helden, (B) Ja, ja, sterke helden, aanschouw
seht der Sachsen unerschöpfte Kräfte de onuitputtelijke kracht van de Saksen
Und ihren hohen Schutzgott an en hun hoge beschermheer
und Sachsens Rautensäfte! en de Saksische wijnruitsappen!
Itzt soll der Saiten Ton Nu moet de klank van de snaren
die frohe Lust ausdrücken, de vreugde uitdrukken,
denn des Augustus fester Thron want de stevige troon van Augustus
muss uns allzeit beglücken. moet ons altijd verheugen.
(S)Augustus gibt uns steten Schatten, (S) Augustus geeft ons blijvende schaduw
der aller Sachsen und Sarmaten Glück erhält, die geluk bevat voor alle Saksen en Sarmaten,
der stete Augenmerk der Welt, waar de hele wereld altijd
den alle Augen hatten. met aandacht naar keek.
(A)O heitres, hohes Namenslicht! (A) O vrolijk, verheven licht van de naam!
O Name, der die Freude mehrt! O naam, die de vreugde vergroot!
O allerwünschtes Angedenken, O zeer gewenste herinnering,
wie stärkst du unsre Pflicht! hoezeer versterk je onze plicht!
Ihr frohe Wünsche und ihr starke Freuden, steigt! Verheugde wensen en sterke vreugden, klim op!
Die Pleiße sucht durch ihr Bezeigen De Pleisse doet zijn best
die Linden in so jungen Zweigen de jonge takken van de linden
der schönen Stunden Lust und Wohl zu krön'n met het plezier en het welzijn van de mooie uren
und zu erhöhn.te kronen en te verhogen.

9. Koor

August lebe, Leve Augustus,
Lebe, König! leef, koning!
O Augustus, unser Schutz, O Augustus, onze bescherming,
sei der starren Feinde Trutz, weersta de starre vijanden,
lebe lange deinem Land, leef lang voor uw land,
Gott schütz' deinen Geist und Hand, moge God uw geest en hand beschermen,
so muss durch Augustus' Leben dan moet het leven van Augustus
unsers Sachsens Wohl bestehn, heilzaam voor ons land Saksen zijn,
so darf sich kein Feind erheben dan mag er geen vijand opstaan
wider unser Wohlergehn.tegen ons welzijn.

10. Marche

  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Koor

Auf, schmetternde Töne 
der muntern Trompeten,
ihr donnernden Pauken, erhebet den Knall!
  Reizende Saiten, ergötzet das Ohr,
  suchet auf Flöten das Schönste zu finden,
  erfüllet mit lieblichem Schall
  unsre so süße als grünende Linden
  und unser frohes Musenchor!

2. Recitatief (T)

Die stille Pleiße spielt
mit ihren kleinen Wellen.
Das grüne Ufer fühlt
itzt gleichsam neue Kräfte
und doppelt innre rege Säfte.
Es prangt mit weichem Moos und Klee;
dort blühet manche schöne Blume,
hier hebt zur Flora großem Ruhme
sich eine Pflanze in die Höh
und will den Wachstum zeigen.
Der Pallas holder Hain
sucht sich in Schmuck und Schimmer zu erneun.
Die Castalinnen singen Lieder,
die Nymphen gehen hin und wieder
und wollen hier und dort bei unsern Linden,
und was? den angenehmen Ort
ihres schönsten Gegenstandes finden.
Denn dieser Tag bringt allen Lust;
doch in der Sachsen Brust
geht diese Lust am allerstärksten fort.

3. Aria (T)

Augustus' Namenstages Schimmer
erklärt der Sachsen Angesicht.
  Gott schützt die frommen Sachsen immer,
  denn unsers Landesvaters Zimmer
  prangt heut in neuen Glückes Strahlen,
  die soll itzt unsre Ehrfurcht malen
  bei dem erwünschten Namenslicht.

4. Recitatief (S, B)

(S) Augustus' Wohl
ist der treuen Sachsen Wohlergehn;
(B) Augustus' Arm beschützt
der Sachsen grüne Weiden,
(S) die Elbe nützt
dem Kaufmann mit so vielen Freuden;
(B) des Hofes Pracht und Flor
stellt uns Augustus' Glücke vor;
(S) die Untertanen sehn
an jedem Ort ihr Wohlergehn;
(B) des Mavors heller Stahl 
muss alle Feinde schrecken,
um uns vor allem Unglück zu bedecken.
(S) Drum freut sich heute der Merkur
mit seinen weisen Söhnen
und findt bei diesen Freudentönen
der ersten güldnen Zeiten Spur.
(B) Augustus mehrt das Reich.
(S) Irenens Lorbeer wird nie bleich;
(S, B) Die Linden wollen schöner grünen,
um uns mit ihrem Flor
bei diesem hohen Namenstag zu dienen.

5. Aria / Duet (S, B)

(B)Mich kann die süße Ruhe laben,
(S)Ich kann hier mein Vergnügen haben,
(S, B) wir beide stehn hier höchst beglückt.
  (B)Denn unsre fette Saaten lachen
  und können viel Vergnügen machen,
  weil sie kein Feind und Wetter drückt.
  (S)Wo solche holde Stunden kommen,
  da hat das Glücke zugenommen,
  das uns der heitre Himmel schickt.

5a. Ritornello



6. Recitatief (A)

Augustus schützt die frohen Felder,
Augustus liebt die grünen Wälder,
wenn sein erhabner Mut
im Jagen niemals eher ruht,
bis er ein schönes Tier gefället.
Der Landmann sieht mit Lust
auf seinem Acker schöne Garben.
Ihm ist stets wohl bewusst,
wie keiner darf in Sachsen darben,
wer sich nur in sein Glücke findt
und seine Kräfte recht ergründt.

7. Aria (A)

Preiset, späte Folgezeiten,
nebst dem gütigen Geschick
des Augustus großes Glück.
  Denn in des Monarchen Taten
  könnt ihr Sachsens Wohl erraten;
  man kann aus dem Schimmer lesen,
  wer Augustus sei gewesen.

8. Recitatief (S, A, T, B)

(T)Ihr Fröhlichen, herbei!
Erblickt, ihr Sachsen und ihr große Staaten,
aus Augustus' holden Taten,
was Weisheit und auch Stärke sei.
Sein allzeit starker Arm stützt teils Sarmatien,
teils auch der Sachsen Wohlergehn.
Wir sehen als getreue Untertanen
durch Weisheit die vor uns erlangte Friedensfahne.
Wie sehr er uns geliebt,
wie mächtig er die Sachsen stets geschützet,
zeigt dessen Säbels Stahl, 
der vor uns Sachsen blitzet.
Wir können unsern Landesvater
als einen Held und Siegesrater
in dem großmächtigsten August
mit heißer Ehrfurcht itzt verehren
und unsre Wünsche mehren.
(B)Ja, ja, ihr starken Helden, 
seht der Sachsen unerschöpfte Kräfte
Und ihren hohen Schutzgott an 
und Sachsens Rautensäfte!
Itzt soll der Saiten Ton
die frohe Lust ausdrücken,
denn des Augustus fester Thron
muss uns allzeit beglücken.
(S)Augustus gibt uns steten Schatten,
der aller Sachsen und Sarmaten Glück erhält,
der stete Augenmerk der Welt,
den alle Augen hatten.
(A)O heitres, hohes Namenslicht!
O Name, der die Freude mehrt!
O allerwünschtes Angedenken,
wie stärkst du unsre Pflicht!
Ihr frohe Wünsche und ihr starke Freuden, steigt!
Die Pleiße sucht durch ihr Bezeigen
die Linden in so jungen Zweigen
der schönen Stunden Lust und Wohl zu krön'n
und zu erhöhn.

9. Koor

August lebe,
Lebe, König!
  O Augustus, unser Schutz,
  sei der starren Feinde Trutz,
  lebe lange deinem Land,
  Gott schütz' deinen Geist und Hand,
  so muss durch Augustus' Leben
  unsers Sachsens Wohl bestehn,
  so darf sich kein Feind erheben
  wider unser Wohlergehn.

10. Marche




Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

Kom, schallende klanken 
van de vrolijke trompetten,
bonkende pauken, laat je geknal horen!
Bekoorlijke snaren, amuseer het oor,
probeer op fluiten het mooiste te vinden,
vervul met lieflijk geluid
onze zoete, groenende linden
en ons vrolijke muzenkoor!

2. Recitatief (T)

De stille Pleisse [rivier] speelt
met zijn kleine golfjes.
De groene oever voelt
nu als het ware nieuwe krachten
en dubbel levendige sappen,
hij pronkt met zacht mos en klaver.
Daarginds bloeit menige fraaie bloem,
hier richt zich tot grote roem van Flora
een plant op
die zijn groei wil tonen.
Het lieflijke bos van Pallas
probeert zichzelf in tooi en glans te vernieuwen.
De Castalinnen zingen liederen,
de nimfen lopen heen en weer
en willen hier en daar bij onze linden,
willen wat? de aangename plaats
van hun mooiste voorwerp vinden.
Want deze dag brengt iedereen plezier;
maar in de borst van de Saksen
is dat plezier het grootst.

3. Aria (T)

De glans van Augustus' naamdag
verlicht het gelaat van de Saksen.
God beschermt de vrome Saksen altijd,
want de kamer van onze landsvader
straalt vandaag in een nieuw geluk
dat nu onze eerbied schildert
bij het gewenste licht van zijn naam.

4. Recitatief (S, B)

(S) Het welzijn van Augustus
is de voorspoed van de trouwe Saksen;
(B) de arm van Augustus beschermt
de groene weiden van de Saksen,
(S) De Elbe is nuttig
voor de koopman, met veel vreugde;
(B) De pracht en de bloei van het hof
toont ons het geluk van Augustus;
(S) de onderdanen zien
overal hun voorspoed;
(B) het blinkende staal van Mars 
moet alle vijanden afschrikken
om ons tegen alle ongeluk te  beschermen.
(S) Daarom is Mercurius vandaag blij
met zijn wijze zonen
en vindt hij bij deze vreugdeklanken
het spoor van de eerste gouden tijden.
(B) Augustus vergroot het rijk.
(S) De lauwerkrans van Irene [vrede] 
verbleekt nooit;
(S, B) De linden zullen fraaier groenen
om ons met hun bloei
bij deze verheven naamdag te dienen.

5. Aria / Duet (S, B)

(B) Mij kan de zoete rust laven
(S) Hier kan ik genieten,

(S, B) Wij tweeën staan hier zeer verheugd.
(B) Want onze rijke zaden lachen
en kunnen ons veel plezier doen,
omdat vijanden en slecht weer ze niet verdrukken.
(S) Bij zulke lieflijke uren
is het geluk toegenomen
dat de heldere hemel ons stuurt.

5a. Ritornello



6. Recitatief (A)

Augustus beschermt de verheugde velden,
Augustus heeft de groene bossen lief,
en zijn verheven moed
houdt pas op met jagen
wanneer er een mooi dier is geschoten.
De boer kijkt met genoegen
naar de fraaie schoven op zijn akker,
hij beseft voortdurend
dat niemand in Saksen gebrek mag lijden
als hij maar in Augustus' geluk verblijft
en zich bewust is van diens kracht.

7. Aria (A)

Prijs, latere generaties,
behalve het gunstige lot
ook het grote geluk van Augustus.
Want in de daden van de monarch
kunnen jullie het welzijn van Saksen zien;
uit de glans is te lezen
wie Augustus is geweest.

8. Recitatief (S, A, T, B)

(T) Kom, vrolijke mensen!
Lees, Saksen en grote staten,
aan de lieflijke daden van Augustus af
wat wijsheid is en kracht.
Zijn altijd sterke arm beschermt Sarmatia
en het welzijn van de Saksen.
Wij zien als trouwe onderdanen
door wijsheid de voor ons verkregen vredesvlag.
Hoezeer hij ons heeft liefgehad,
hoe krachtig hij de Saksen altijd heeft beschermd,
toont het staal van zijn sabel, 
die voor ons Saksen blinkt.
Wij kunnen onze landsvader
als een held en advocaat van de overwinning
in de machtige Augustus
met vurige eerbied nu vereren
en onze wensen vermeerderen.
(B) Ja, ja, sterke helden, aanschouw
de onuitputtelijke kracht van de Saksen
en hun hoge beschermheer 
en de Saksische wijnruitsappen!
Nu moet de klank van de snaren
de vreugde uitdrukken,
want de stevige troon van Augustus
moet ons altijd verheugen.
(S) Augustus geeft ons blijvende schaduw
die geluk bevat voor alle Saksen en Sarmaten,
waar de hele wereld altijd
met aandacht naar keek.
(A) O vrolijk, verheven licht van de naam!
O naam, die de vreugde vergroot!
O zeer gewenste herinnering,
hoezeer versterk je onze plicht!
Verheugde wensen en sterke vreugden, klim op!
De Pleisse doet zijn best
de jonge takken van de linden
met het plezier en het welzijn van de mooie uren
te kronen en te verhogen.

9. Koor

Leve Augustus,
leef, koning!
O Augustus, onze bescherming,
weersta de starre vijanden,
leef lang voor uw land,
moge God uw geest en hand beschermen,
dan moet het leven van Augustus
heilzaam voor ons land Saksen zijn,
dan mag er geen vijand opstaan
tegen ons welzijn.

10. Marche




		Vertaling: Ria van Hengel