Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Vereinigte Zwietracht der wechselnden Saiten (BWV 207)

Geschreven voor Gelukwens

Voor het eerst uitgevoerd: 11 dec 1726

Solisten SATB koor SATB orkest str trav1,2 ob obd'am1,2 trp1-3 timp cont

Totaal 9 delen, 2 koorwerken

Vertaling: Ria van Hengel

Deze cantate werd de afgelopen jaren zelden uitgevoerd

downloads uitleg

Bespreking

De wereldse cantate Vereinigte Zwietracht der wechselnden Saiten (BWV 207) schreef Bach in 1726 in opdracht van het studentenmuziekgezelschap Collegium Musicum waarvan hij zelf in 1729 de dirigent zou worden. Het is een huldigingsmuziek voor de jonge, 28-jarige Dr Gottlieb Kortte (1698 - 1731) die op 11 december met zijn inaugurele rede zijn bevordering tot hoogleraar Romeins Recht aan de Leipziger Universiteit aanvaardde. Het stuk zal kort na die elfde december, of misschien zelfs ´s avonds zijn uitgevoerd onder leiding van de toenmalige dirigent van het Collegium Musicum, de organist van de Neukirche, Balthasar Schott. De jonge Kortte was zeer populair bij zijn studenten; het ietwat overdadig aandoende eerbetoon dat hen - mede gezien de bezetting - veel geld moet hebben gekost, krijgt wat meer relief door een kritisch traktaat uit 1742 dat in het facultair docentencorps nogal wat hooggeleerde luiwammesen en profiteurs signaleert.

Vereinigte Zwietracht wordt, met een aantal andere wereldse cantates zoals BWV 205, 206, 213, 214 en 215, omschreven als een Dramma per Musica, de toenmalige aanduiding voor ‘opera'. De solisten vertolken er rollen van allegorische personages, in dit geval resp. Geluk (sopraan), Dankbaarheid (alt), IJver (tenor) en Eer (bas). Er is tussen de personages evenwel zo weinig interactie dat het resultaat meer beschouwelijk dan dramatisch blijft.

De instrumentale bezetting is luxueus: drie trompetten, pauken, drie hobo's, twee fluiten, strijkers en continuo.

Op de omslag van de partituur is een, niet tot de eigenlijke cantate behorende Marche genoteerd die mogelijk pas is toegevoegd bij de latere (1735) bewerking van BWV 207 tot Auf schmetternde Töne der muntern Trompeten (BWV 207a), maar in elk geval moet zijn gespeeld tijdens een aan de uitvoering voorafgaande optocht door de stad, wellicht om Korttes schläfrige (zie nr 8) collega´s uit hun middagslaapjes te wekken.

Struktureel omkaderen in BWV 207 twee koren drie recitatief/aria-paren, die op hun beurt symmetrisch zijn gerangschikt rond de duet-delen voor de twee uiterste stemmen, bas en sopraan, waardoor elk van de solisten een gelijk aandeel toevalt, in een grote verscheidenheid van vormen.

De eerste twee woorden en titel van de cantate Vereinigte Zwietracht, eensgezinde tweestrijd,  is een combinatie van tegendelen (oxymoron) die het muzikale ideaal (samenspel van wedijverende strijkers) verbindt met het intellectuele ideaal van concordia discors, gemeenschappelijk twistgesprek.

1. Koor

SATB, strijkers, traverso 1/2, hobo, hobo d'amore 1/2, trompet 1–3, timpani, continuo

Vereinigte Zwietracht der wechselnden Saiten,Verenigde tweedracht van de wisselende snaren,
Der rollenden Pauken durchdringender Knall!doordringende knal van de dreunende pauken,
Locket den lüsternen Hörer herbei,lok de begerige luisteraar naar je toe,
Saget mit euren frohlockenden Tönenvertel met je juichende klanken
Und doppelt vermehretem Schallen je verdubbelde geschal
Denen mir emsig ergebenen Söhnen,aan de ijverig mij toegewijde zonen
Was hier der Lohn der Tugend sei!wat hier het loon van de deugd is.

Tot een klaterend openingskoor (1) bewerkte Bach het derde deel van zijn Eerste Brandenburgs Concert (BWV 1046), geschreven in zijn Köthense periode (1721). Hij transponeerde het stuk van F naar D, verving de twee hoorns door drie trompetten met pauken, voegde twee traverso's toe maar schrapte de concertante violino piccolo en hing er een vierstemmige koorpartij in: niet zomaar akkoordisch maar volwaardig polyfoon uitgewerkt. Wegens het metrum van de tekst moest hij het thema van een opmaat voorzien; slechts tweemaal, bij de woorden denen mit emsig ergebenen Söhnen, is hij gedwongen twee maten door vier andere te vervangen. Het geheel klinkt alsof het nooit anders is geweest, terwijl u het Eerste Brandenburgs toch ook reeds als een voltooide compositie beschouwde. Een verbluffend meesterstukje.

2. Recitatief (T)

tenor, continuo

FLEISS
Wen treibt ein edler Trieb zu dem, was Ehre heißt Wie wordt gedreven door een edel streven naar eer
Und wessen lobbegierger Geist en wiens naar lof smachtende geest
Sehnt sich, mit dem zu prangen, heel graag wil pronken met wat
Was man durch Kunst, men met kunst,
Verstand und Tugend kann erlangen, verstand en deugd kan verkrijgen,
Der trete meine Bahn laat die moedig mijn weg op gaan
Beherzt mit stets verneuten Kräften an! met steeds vernieuwde krachten!
Was jetzt die junge Hand, der muntre Fuß erwirbt, Wat nu de jonge hand, de vrolijke voet verwerft
Macht, dass das alte Haupt in keiner Schmach und banger Not verdirbt. maakt dat het oude hoofd niet in smaad en bange nood te gronde gaat.
Der Jugend angewandte Säfte De sappen van de jeugd
Erhalten denn des Alters matte Kräfte, bewaren dan de matte krachten van de ouderdom,
Und die in ihrer besten Zeit, en zij die in hun beste tijd,
Wie es den Faulen scheint, zoals de luiaards denken,
In nichts als lauter Müh und steter Arbeit schweben. voortdurend moeizaam moeten zwoegen,
Die können nach erlangtem Ziel, an Ehren satt, die kunnen na het bereiken van het doel,
In stolzer Ruhe leben; met eer beladen, in trotse rust leven;
Denn sie erfahren in der Tat, want zij ervaren werkelijk
Dass der die Ruhe recht genießet, dat diegene echt van zijn rust geniet
Dem sie ein saurer Schweiß versüßet.voor wie daarin het zure zweet wordt verzoet.

In een lang, slechts door continuo begeleid (secco) recitatief (2) prijst de tenor, IJver, de energieke jonge geleerde; de weinig beeldrijke taal van de onbekende librettist - zeker geen Picander - heeft Bach niet kunnen inspireren.

3. Aria (T)

tenor, strijkers, hobo d'amore 1, continuo

FLEISS
Zieht euren Fuß nur nicht zurücke, Trek je voet toch niet terug,
Ihr, die ihr meinen Weg erwählt! jullie, die mijn weg hebben gekozen!
Das Glücke merket eure Schritte, Geluk merkt jullie stappen op,
Die Ehre zählt die sauren Tritte, Eer telt de zure passen,
Damit, dass nach vollbrachter Straße zodat die aan het eind van de tocht
Euch werd in gleichem Übermaße aan jullie even overdadig
Der Lohn von ihnen zugezählt.het loon uitbetalen.

Begeleid door strijkers vermaant IJver in zijn aria (3) de studenten hun leermeester te volgen op zijn kronkelige, moeizame pad (Weg, Straße), geïllustreerd door het syncopisch ritme,  de tegendraadse stappen (sauren Tritte) die daarvoor nodig zijn.

4. Recitatief (S, B)

sopraan, bas, continuo

EHRE
Dem nur alleinAlleen voor diegene
Soll meine Wohnung offen sein,zal mijn woning open staan
Der sich zu deinen Söhnen zähletdie zich tot jouw zonen rekent
Und statt der Rosenbahn, die ihm die Wollust zeigt,en in plaats van het rozenpad
Sich deinen Dornenweg erwählet.dat de wellust hem wijst jouw doornige pad kiest.
Mein Lorbeer soll hinfort nur solche Scheitel zieren,Mijn lauwerkrans zal voortaan
In denen sich ein immerregend Blut,alleen hoofden sieren waarin altijd vurig bloed,
Ein unerschrocknes Herz und unverdrossner Muteen onverschrokken hart en onverdroten moed
Zu aller Arbeit lässt verspüren.tot alle arbeid valt op te merken.
GLÜCK
Auch ich will mich mit meinen SchätzenOok ik wil mij met mijn schatten
Bei dem, den du erwählst, stets lassen finden.altijd laten vinden bij diegene die jij kiest.
Den will ich mir zu einem angenehmen ZielIk wil van hem een aangenaam doel
Von meiner Liebe setzen,van mijn liefde maken
Der stets vor sich genung, vor andre nie zu vieldie altijd vindt dat hijzelf genoeg heeft
Von denen sich durch Müh und Fleiß erworbnen Gabenen anderen nooit te veel van de gaven
Vermeint zu haben.die hij met moeite en ijver heeft verworven.
Ziert denn die unermüdte HandWanneer dan de onvermoeide hand,
Nach meiner Freundin ihr Versprechenzoals mijn vriendin heeft beloofd,
Ein ihrer Taten würdger Stand,een positie siert die haar daden waardig is,
So soll sie auch die Frucht des Überflusses brechen.dan moet zij ook de vrucht van overvloed plukken.
So kann man die, die sich befleißen,Dan kan men hen die ernaar streven
Des Lorbeers Würdige zu heißen,de lauwerkrans waardig te zijn,
Zugleich glückselig preisen.tegelijk gelukkig prijzen.

Onafhankelijk van elkaar introduceren bas (Eer) en sopraan (Geluk) zichzelf in hun secco-recitatief (4): slechts een doornig pad leidt naar een Lorbeer, lauwerkrans, en zelfs geluk vergt inspanning en IJver. Alleen het woord Wollust kan Bach niet ongemerkt laten passeren.

5. Aria / Duet (S, B)

sopraan, bas, continuo

EHRE
Den soll mein Lorbeer schützend decken,Mijn lauwerkrans moet diegene beschermen,
GLÜCK
Der soll die Frucht des Segens schmecken,Diegene moet de vrucht van de zegen proeven
BEIDE
Der durch den Fleiß zum Sternen steigt.die met zijn ijver naar de sterren opstijgt.
EHRE
Benetzt des Schweißes Tau die Glieder,Als de dauw van het zweet zijn ledematen bevochtigt,
So fällt er in die Muscheln nieder,dan valt hij neer in de schelpen,
Wo er der Ehre Perlen zeugt.waar hij parels van eer voortbrengt.
GLÜCK
Wo die erhitzten Tropfen fließen,Waar de verhitte druppels vloeien,
Da wird ein Strom daraus entsprießen,daar zal er een stroom uit voortkomen
Der denen Segensbächen gleicht.die op een beek van zegen lijkt.

Maar ook in hun slechts door continuo begeleide duet (5) treden bas en sopraan minder samen op dan je zou verwachten. Niet alleen etaleren ze in het - feitelijk éénstemmige - middendeel van deze da-capo-aria beurtelings en afzonderlijk verschillende motieven voor hun gezamenlijke lofzang, ook waar ze, in het hoofddeel, elkaar imiterend, samen zingen verschillen hun teksten. Het continuo reikt de zangers aanvankelijk het thema aan maar beperkt zich vervolgens tot on-thematische begeleiding.

Dit duet loopt - verrassenderwijs - uit in een feestelijk Ritornello dat er thematisch en qua bezetting geheel los van staat. Bach arrangeerde hiervoor het laatste deel van zijn Eerste Brandenburgs Concert: de twee hoorns uit het oorspronkelijke Trio zijn ook hier vervangen door twee trompetten, de maat gaat van 2/4 naar 4/4, het bassetje (een continuo-vervangende baslijn) van de drie hobo's is gehandhaafd maar krijgt telkens in de herhaling gezelschap van met strijkers geïnstrumenteerde continuoakkoorden.

6. Recitatief (A)

alt, continuo

DANKBARKEIT
Es ist kein leeres Wort, Het zijn geen holle woorden,
kein ohne Grund erregtes Hoffen, het is geen ongegronde hoop
Was euch der Fleiß als euren Lohn gezeigt; die IJver jullie als je loon heeft laten zien;
Obgleich der harte Sinn der Unvergnügten schweigt, hoewel de harde geest van de ontevredenen zwijgt
Wenn sie nach ihrem Tun ein gleiches Glück betroffen. wanneer hetzelfde geluk hen na de arbeid treft.
Ja, zeiget nur in der Asträa Ja, toon toch in de Astraea
Durch den Fleiß geöffneten und aufgeschlossnen Tempel, de door Vlijt geopende tempel
An einem so beliebt als teuren Lehrer, aan een geliefde en dierbare leraar,
Ihr, ihm so sehr getreu als wie verpflicht'ten Hörer, jullie, luisteraars die hem trouw zijn en aan hem
Der Welt zufolge ein Exempel, verplicht, volgens de wereld een voorbeeld
An dem der Neid waaraan de afgunst het verenigde einde
Der Ehre, Glück und Fleiß vereinten Schluss van Eer, Geluk en IJver
Verwundern muss. moet verbazen.
Es müsse diese Zeit nicht so vorübergehn! Deze tijd zou niet zo voorbij moeten gaan!
Lasst durch die Glut der angezündten Kerzen Laat door het vuur van de aangestoken kaarsen
Die Flammen eurer ihm ergebnen Herzen de vlammen van jullie hem toegewijde harten
Den Gönnern so als wie den Neidern sehn!zowel aan de gunners als aan de afgunstigen zien!

Bach voorkomt met dit ongebruikelijke instrumentale intermezzo het optreden van drie achtereenvolgende continuo-delen want ook het recitatief (6) is slechts secco. Daarin is het de alt (Dankbaarheid) die de studenten (angezündeten Kerzen) maant hun geliefde leraar te volgen op diens pad, leidend naar de tempel van Astraea, godin van gerechtigheid. In de recitatieftekst blijkt alleen het woord Flammen Bachs fantasie te hebben geprikkeld.

7. Aria (A)

alt, strijkers, traverso 1/2, continuo

DANKBARKEIT
Ätzet dieses Angedenken in den härtsten Marmor ein!Kerf die herinnering in het hardste marmer!
Doch die Zeit verdirbt den Stein.Maar de tijd ruïneert de steen.
Lasst vielmehr aus euren TatenLaat liever uit jullie daden
Eures Lehrers Tun erraten!het doen van jullie leraar blijken!
Kann man aus den Früchten lesen,Als je uit de vruchten kunt aflezen
Wie die Wurzel sei gewesen,hoe de wortel was,
Muss sie unvergänglich sein.dan moet die onvergankelijk zijn.

Dankbaarheids aria (7) is in wezen een kwartet voor vier gelijkwaardige stemmen: continuo, twee traverso's en de alt wiens (c.q. wier) vocale lijn hier en daar bloemrijk is versierd; het kwartet wordt echter doorschoten met hardnekkige gepunkteerde toonherhalingen van de unisono optredende strijkers: in Marmor wordt veeleer eentonig gehakt dan geëtst.

8. Recitatief (S, A, T, B)

sopraan, alt, tenor, bas, strijkers, hobo, hobo d'amore 1/2, continuo

FLEISS
Ihr Schläfrigen, herbei! Slaperigen, kom hier!
Erblickt an meinem mir beliebten Kortten, Zie aan mijn geliefde Dr. Kortte
Wie dass in meinen Worten hoe in mijn woorden
Kein eitler Wahn verborgen sei. geen ijdele waan verborgen zit.
Sein annoch zarter Fuß fing kaum zu gehen an, Zijn nog prille voet kon nog maar nauwelijks lopen
Sogleich betrat er meine Bahn, of hij koos al voor mijn weg,
Und, da er nun so zeitig angefangen, en omdat hij nu zo vroeg is begonnen, is het
Was Wunder, dass er kann sein Ziel so früh erlangen! geen wonder dat hij zijn doel zo vroeg kan bereiken!
Wie sehr er mich geliebt, Hoezeer hij mij heeft liefgehad,
wie eifrig er in meinem Dienst gewesen, hoe ijverig hij in mijn dienst is geweest,
Lässt die gelehrte Schrift laten de geleerde geschriften
auch andern Ländern lesen. ook aan andere landen lezen.
Allein, was such ich ihn zu loben? Maar waarom probeer ik hem te prijzen?
Ist der nicht schon genung erhoben, Is hij al niet genoeg verheven,
Den der großmächtige Monarch, hij die door de machtige monarch August
der als August Gelehrte kennet, zijn leraar wordt genoemd.
Zu seinen Lehrer nennet.
EHRE
Ja, ja, ihr edlen Freunde, seht! Ja, ja, kijk, edele vrienden,
wie ich mit Kortten bin verbunden. hoe ik met Kortte verbonden ben.
Es hat ihm die gewogne Hand De welgezinde hand heeft voor hem
Schon manchen Kranz gewunden. al menige krans gevlochten.
Jetzt soll sein höhrer Stand Nu moet zijn hogere positie hem dienen
Ihm zu dem Lorbeer dienen, tot lauwerkrans die onder machtige bescherming
Der unter einem mächtgen Schutz altijd groen zal blijven.
wird immerwährend grünen.
GLÜCK
So kann er sich an meinen Schätzen, Zo kan hij van mijn schatten,
Da er durch eure Gunst sich mir in Schoß gebracht, omdat hij door uw gunst in mijn schoot is gebracht,
Wenn er in stolzer Ruhe lacht, wanneer hij lacht in trotse rust,
Nach eigner Lust ergötzen. genieten zoveel hij wil.
DANKBARKEIT
So ist, was ich gehofft, erfüllt, Zo is vervuld wat ik heb gehoopt,
Da ein so unverhofftes Glück, omdat een zo onverhoopt geluk,
Mein nie genung gepriesner Kortte, mijn onvolprezen Kortte,
Der Freunde Wünschen stillt. de wensen van zijn vrienden vervult.
Drum denkt ein jeder auch an seine Pflicht zurück Daarom denkt iedereen ook terug aan zijn plicht
Und sucht dir itzt durch sein Bezeigen en probeert u nu door zijn dankbetuiging
Die Früchte seiner Gunst zu reichen. de vruchten van zijn gunst aan te reiken.
Es stimmt, wer nur ein wahrer Freund will sein, Laat al wie een ware vriend wil zijn
Itzt mit uns ein.nu met ons instemmen.

Het slotkoor wordt voorafgegaan (8) door een uit opera-finales bekende licenza: in een door strijkers en hobo's begeleid recitatief komen alle vier solisten (concertisten) nog eens langs om, trouw aan hun personage, hun bijdrage samen te vatten dan wel een gelukwens uit te spreken. Een dergelijke epiloog herinneren we ons ook uit de Matthäus-Passion en het Weihnachtsoratorium.

9. Koor

SATB, strijkers, traverso 1/2, hobo, hobo d'amore 1/2, trompet 1–3, timpani, continuo

ALLE
Kortte lebe, Kortte blühe! Leve Kortte! Bloeie Kortte!
EHRE: Den mein Lorbeer unterstützt, Hij die door mijn lauwerkrans wordt gesteund,
GLÜCK:Der mir selbst im Schoße sitzt, die in mijn schoot zit,
FLEISS: Der durch mich stets höher steigt, die door mij steeds hoger stijgt,
DANKBARKEIT: Der die Herzen zu sich neigt, die de harten naar zich toe trekt,
ALLE
Muss in ungezählten Jahren moet in talloze jaren
Stets geehrt in Segen stehn, voortdurend zegenrijk geëerd worden
Und zwar wohl der Neider Scharen, en wel scharen afgunstigen zien
Aber nicht der Feinde sehn.maar geen scharen vijanden.

Het slotkoor (9) is een uitgelaten en  helder gestruktureerde mars of dans in tweetelsmaat; het lijkt primair instrumentaal gedacht, met daarin ingebouwde koorpassages. Twee identieke (da-capo) delen van 2 x 2 x 16 maten omlijsten een dynamisch bescheidener middendeel waarin de solisten nog hun duit in het zakje doen.

Helaas bleken de Kortte toegewenste ungezählte Jahren er slechts vijf te worden: hij overleed in 1731 op 33-jarige leeftijd.

Bij de parodiering van BWV 207 in 1735 tot huldigingscantate voor August III (BWV 207a) wist Bach deze lofrede op intellectuele integriteit moeiteloos te transformeren tot een betoon van onderdanige inschikkelijkheid.