Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Ich bin in mir vergnügt (BWV 204)

Geschreven voor onbekend

Voor het eerst uitgevoerd: 1726

Solisten S orkest str vsolo trav ob1,2 cont

Totaal 8 delen

Vertaling: Ria van Hengel

Deze cantate werd de afgelopen jaren zelden uitgevoerd

beluister

downloads uitleg

Bespreking

De solocantate voor sopraan Ich bin in mir vergnügt (BWV 204) is, getuige zijn BWVnummer tussen de 200 en 220, een wereldlijke, niet voor liturgisch gebruik bestemde cantate. Maar, anders dan de meeste van deze cantates, is zij niet geschreven voor een bepaalde eenmalige gelegenheid, zoals een koninklijk bezoek, een koninklijke verjaardag of het eerbewijs aan een hooggeplaatste. Bach heeft delen ervan dan ook nooit (in kerkcantates) geparodieerd om ze herhaalde uitvoeringsmogelijkheden te garanderen; BWV is een repertoirestuk dat ten onzent weliswaar zelden wordt uitgevoerd maar in principe niet om een bepaalde gelegenheid vraagt.
Wat niet impliceert dat er geen opdrachtgever is geweest; het libretto vertoont zoveel gebreken (zie onder) dat het Bach moet zijn voorgeschreven. De cantate moet omstreeks 1726/27 zijn gecomponeerd en zou kunnen zijn uitgevoerd tijdens een van de ordinaire, gebruikelijke concerten op vrijdagavond in Zimmermanns Kaffeehaus door het 'studentische Collegium Musicum' waarvan Bach weliswaar pas in 1729 de dirigent werd doch waarmee hij al eerder warme contacten onderhield, maar het zou - gezien zijn beperkte bezetting - ook in een privéomgeving, bijvoorbeeld ten huize van de opdrachtgever kunnen zijn uitgevoerd. Het staat ons ook vrij om te speculeren dat de virtuoze sopraansolist, zeker geen jongetje uit het Thomascantoraat, wel eens Anna Magdalena Bach, een professionele sopraan, kon zijn geweest.
De tekst van de cantate is grotendeels ontleend aan een bundel van Christian Friedrich Hunold (1681-1721) welke deze eerste professionele dichter in het Duitse taalgebied in 1713 publiceerde onder het pseudoniem Menantes, maar Hunold, die Bach in Köthen o.m. bediende met teksten van de wereldlijke cantates BWV 66a en 134a, is zeker niet de librettist van BWV 204. De onbekende die Bachs tekst leverde toen Hunold al lang was overleden, gebruikte voor de delen 2 t/m 6 Hunolds libretto voor een kamercantate Von der Zufriedenheit maar vulde dit voor deel 1 aan met Hunolds strofische gedicht Von der vergnügte Mensch en voor de delen 7 en 8 met twee eveneens strofische gedichten van een onbekende, maar veel minder begaafde auteur; de openingstekst van Hunolds libretto, Ein edler Mensch ist Perlenmuscheln gleich, gebruikte hij aan het begin van deel 7. Een ervaren librettist als Hunold zou een cantatecomponist nooit teksten hebben voorgeschoteld in deze voor aria’s en recitatieven ongeschikte versvorm.
Terwijl de meeste stukken die wij ‘cantates’ plegen te noemen door Bach werden omschreven als Motetto, Kirchenstück of Concerto is BWV 204 één van de weinige composities die door Bach zelf als Cantate werden aangeduid: dat was voor hem een compositie naar het model van een Italiaanse kameropera, slechts bestaande uit aria’s en recitatieven voor instrumentalisten en één of meer solostemmen.
Cantate 204 is volgens dit model opgebouwd uit vier recitatief/aria-paren, voor sopraansolist en een instrumentaal ensemble bestaande uit strijkers, een traverso, twee hobo’s en een continuogroep. De tabel laat zien hoe Bach met bescheiden middelen toch vier geheel verschillende aria’s ontwerpt. De virtuoze sopraanpartij, die in alle vier aria’s tot de hoge Bes’’ reikt, is onmiskenbaar voor een professionele zanger bestemd.

deel
structuur
toonsoort
maatsoort
instrumentatie
2
ABA
g-klein
3/8
2 hobo’s
4
ABA’
F-groot
4/4
 vioolsolo
6
ABA’
d-klein
12/8
traverso solo
8
ABAB
Bes-groot
2/4
tutti

Ich bin in mir vergnügt is een onversneden moralistische cantate, een gewild genre bij de opkomende burgerij tijdens de beginnende Verlichting dat zowel thuis als in de kerk kon worden uitgevoerd. De woorden vergnügt en Vergnügsamkeit hebben niets van doen met het Nederlandse genoeglijk en vergenoegd maar staan in het achttiende-eeuws Duits voor tevredenheid met wat het leven te bieden heeft, nederigheid, bescheidenheid, gematigdheid, een sober en deugdzaam leven. Je zou de cantate - onvriendelijk - een loflied op middelmatigheid kunnen noemen. Van een zelfde tendens getuigde de liturgische cantate BWV 84, Ich bin vergnügt in meinem Glücke van februari 1727, eveneens voor solosopraan.

1. Recitatief (S)

sopraan, continuo

Ich bin in mir vergnügt, Ik ben tevreden in mezelf,
ein andrer mache Grillen, laat een ander zich maar zorgen maken,
er wird doch nicht damit daarmee kan hij noch zijn zakken
den Sack noch Magen füllen. noch zijn maag vullen.


Bin ich nicht reich und groß, Ook al ben ik niet rijk en groot,
nur klein von Herrlichkeit, maar klein van aanzien,
macht doch Zufriedensein toch neemt tevredenheid
in mir erwünschte Zeit. bij mij de gewenste tijd in.


Ich rühme nichts von mir: Ik beroem me op niets:
ein Narr rührt seine Schellen; het is een nar die zijn bellen laat rinkelen;
ich bleibe still vor mich: ik blijf stil bij mezelf:
verzagte Hunde bellen. het zijn bange honden die blaffen.


Ich warte meines Tuns Ik let goed op mijn handelen
und laß auf Rosen gehn, en prijs diegenen gelukkig
die müßig und darbei die niets doen en daarbij
in großem Glücke stehn. zeer gelukkig zijn.


Was meine Wollust ist, Ik geniet ervan
ist, meine Lust zu zwingen; om mijn lust te bedwingen;
ich fürchte keine Not, ik vrees geen nood,
frag nichts nach eitlen Dingen. vraag niet om ijdele dingen.


Der gehet nach dem Fall Hij gaat na de val
in Eden wieder ein het paradijs weer binnen
und kann in allem Glück en kan onder alle omstandigheden
auch irdisch selig sein.ook op aarde zalig zijn.
beluister: Koopman

Reeds visueel toont de tekst zich als een crime voor een recitatiefcomponist: zes coupletten van elk twee zogeheten alexandrijnen, een versregel bestaande uit zes iamben (), met nog een extra cesuur na de derde versvoet (hierboven op een nieuwe regel afgedrukt). Metrische eentonigheid ligt op de loer, en ook Bachs recitatief kampt met kortademigheid. Hij doet zijn best door in elk geval voor veel harmonische afwisseling te zorgen: de ‘coupletten’ staan achtereenvolgens in de toonsoorten Bes, F, c, d, c, en Bes.

2. Aria (S)

sopraan, hobo 1/2, continuo

Ruhig und in sich zufrieden Rustig zijn en tevreden in zichzelf,
ist der größte Schatz der Welt. dat is de grootste schat van de wereld.
Nichts genießet, der genießet, Niets geniet degene die geniet
was der Erden Kreis umschließet, van de inhoud van de wereld,
der ein armes Herz behält.die een arm hart heeft.
beluister: Koopman

De twee hobo’s, veelal parallel gevoerd maar soms in canon, begeleiden de sopraan in de vredige eerste aria. Een zuivere da-capostructuur (A-B-A), het eerste deel (A) wordt ongewijzigd herhaald na het middendeel (B) dat thematisch nauwelijks verschilt. Lange noten illustreren de rust.  Enkele malen (m.28vv, 69vv etc) verraadt de muziek met een dwingende stijgende sequens toch enige ambitie.

3. Recitatief (S)

sopraan, strijkers, continuo

Ihr Seelen, die ihr außer euch O zielen, die buiten jezelf
stets in der Irre lauft steeds de weg kwijtraken
und vor ein Gut, das schattenreich, en voor duistere goederen
den Reichtum des Gemüts verkauft; betalen met de rijkdom van je hart;
die der Begierden Macht gefangen hält: die gevangen zitten in de macht van de begeerte:
durchsuchet nur die ganze Welt! doorzoek de hele wereld maar!
Ihr suchet, was ihr nicht könnt kriegen, Jullie zoeken wat je niet kunt krijgen,
und kriegt ihr's, kann's euch nicht vergnügen; en als je het krijgt, doet het je geen plezier;
vergnügt es, wird es euch betrügen doet het je wél plezier, dan zal het je bedriegen
und muß zuletzt wie Staub zerfliegen. en uiteindelijk moet het als stof vervliegen.
Wer seinen Schatz bei andern hat, Wie zijn schat bij anderen heeft,
ist einem Kaufmann gleich, lijkt op een koopman
aus andrer Glücke reich. die rijk is door de lotgevallen van anderen.
Bei dem hat Reichtum wenig statt: Van rijkdom is nauwelijks sprake
der, wenn er nicht oft Bankerott erlebt, bij hem die, als hij al niet vaak failliet gaat,
doch solchen zu erleben in steten Sorgen schwebt. toch altijd bezorgd is dat dat wél gaat gebeuren.
Geld, Wollust, Ehr sind nicht sehr Geld, lust, eer
in dem Besitztum zu betrachten, moet je niet willen bezitten,
als tugendhaft sie zu verachten, het is oneindig veel beter
ist unvergleichlich mehr.om ze deugdzaam te verachten.
beluister: Koopman

De sopraan waarschuwt de misleide zielen die hun heil zoeken in wereldse zaken. Een strijkersaureool onderstreept haar betoog. Ze reserveert haar hoogste noten voor geld, succes en begeerten. Alle uitvoerenden delen in een heftig wegwerpgebaar waarmee rijkdom als stof zal vervliegen.

4. Aria (S)

sopraan, solo viool, continuo

Die Schätzbarkeit der weiten Erden Alle schatten van de wijde aarde
laß meine Seele ruhig sein. laten mijn ziel koud.
Bei dem kehrt stets der Himmel ein, De hemel neemt steeds zijn intrek
der in der Armut reich kann werden.bij hem die in zijn armoede rijk kan zijn.
beluister: Koopman

In de twee middelste aria’s gaat de sopraan in trio met het continuo en resp. de soloviool (4) en de traverso (6).
Hoewel de teksten van hoofd- en middendeel de kilte van aardse schatten (A) tegenover de rijkdom van wereldse armoede (B) plaatsen, laat dat contrast de muziek onberoerd. De violist volhardt in begeleidende gebroken akkoorden die geen thematische rol spelen, de syncopische muziek van sopraan en bas zorgt voor een swingend ritme dat de tevredenheid van de sopraan uitdrukt.

5. Recitatief (S)

sopraan, continuo

Schwer ist es zwar, Weliswaar is het moeilijk
viel Eitles zu besitzen om veel ijdel goed te bezitten
und nicht aus Liebe drauf, en niet verhit te raken
die strafbar, zu erhitzen; uit liefde daarvoor, die strafbaar is;
doch schwerer ist es noch, maar het is nog moeilijker
daß nicht Verdruss und Sorgen Zentnern gleicht, als ergernis en zorgen niet loodzwaar lijken,
eh ein Vergnügen, welches leicht maar eerder een genoegen, dat
ist zu erlangen, gemakkelijk verkrijgbaar is,
und hört es auf, en als het ophoudt,
so wie der Welt zoals het verloop van de wereld
und ihrer Schönheit Lauf, en van haar schoonheid,
so folgen Zentner Grillen drauf. dan volgen loodzware zorgen.
In sich gegangen, Bij mezelf naar binnen gaan,
in sich gesucht, in mezelf zoeken,
und sonder des Gewissens Brand en zonder een brandend geweten
gen Himmel sein Gesicht gewandt, mijn gezicht naar de hemel keren,
da ist mein ganz Vergnügen, dat is al mijn vreugde,
der Himmel wird es fügen. de hemel zal ervoor zorgen.
Die Muscheln öffnen sich, wenn Strahlen darauf schießen, De schelpen gaan open als er stralen op vallen,
und zeigen dann in sich die Perlenfrucht: en tonen dan de parelvrucht in hun binnenste:
so suche nur dein Herz zo moet je proberen
dem Himmel aufzuschließen, je hart voor de hemel te openen,
so wirst du durch sein göttlich Licht zo zal je door zijn goddelijke licht
ein Kleinod auch empfangen, ook een kleinood ontvangen
das aller Erden Schätze nicht dat de schatten van de hele wereld
vermögen zu erlangen.niet kunnen verwerven.
beluister: Koopman

Recitatief (5) vormt het centrum van de cantate: een lange en ernstige preek van de sopraan. Muzikale illustratie krijgen slechts de woorden Strahlen, met een dalende figuur, en aller Erden, waarbij alle tonen van het octaaf tweemaal passeren.

6. Aria (S)

sopraan, traverso, continuo

Meine Seele sei vergnügt, Laat mijn ziel zich verheugen,
wie es Gott auch immer fügt. hoe God het ook beschikt.
Dieses Weltmeer zu ergründen, Deze wereldzee doorzoeken
ist Gefahr und Eitelkeit, is gevaarlijk en ijdel,
in sich selber muß man finden in jezelf moet je
Perlen der Zufriedenheit.parels van tevredenheid vinden.
beluister: Koopman

De sopraan verkiest het geluk in zichzelf te zoeken. De traverso begeleidt haar met eindeloze pralende guirlandes die geen thematische rol spelen, maar, wanneer de sopraan zich ook eenmaal van dergelijke noten bedient, Eitelkeit tot tekst hebben.
Bach verwerkt de tekst van het middendeel in twee afzonderlijke passages en besluit met een verkort da-capo: A- B1-B2-A’.
De Perlen der Zufriedenheit vormen de laatste woorden van Hunolds oorspronkelijke libretto; ze verwezen naar de eerste regel ervan, Ein edler Mensch ist Perlenmuscheln gleich. Bachs tekstdichter verwijderde deze woorden uit Hunolds openingstekst (hier: nr.2) en stelde ze aan het hoofd van het nu volgende recitatief (7).

7. Recitatief (S)

sopraan, continuo

Ein edler Mensch ist Perlenmuscheln gleich, Een edel mens lijkt op parelschelpen,
in sich am meisten reich, in zichzelf het rijkst,


der nichts fragt nach hohem Stande hij vraagt niet om een hoge stand
und der Welt Ehr mannigfalt; of om allerlei wereldse eer;
hab ich gleich kein Gut im Lande, ook al heb ik hier geen landgoed,
ist doch Gott mein Aufenthalt. God is mijn verblijfplaats.


Was hilft's doch, viel Güter suchen Wat heb je er toch aan veel goederen na te jagen
und den teuren Kot, das Geld; en dat dure slijk, het geld;
was ist's, auf sein' Reichtum pochen: waarom zou je je op je rijkdom beroemen:
bleibt doch alles in der Welt! alles blijft immers in de wereld!


Wer will hoch in Lüfte fliehen? Wie wil er nou hoog de lucht in vliegen?
Mein Sinn strebet nicht dahin; Mijn geest streeft daar niet naar;
ich will nauf im Himmel ziehen, ik wil naar de hemel opstijgen,
das ist mein Teil und Gewinn. dat is mijn deel en mijn winst.


Nichtes ist, auf Freunde bauen, Het heeft geen zin om op vrienden te bouwen,
ihrer viel gehn auf ein Lot. aan velen van hen heb je niets.
Eh wollt ich den Winden trauen Ik zou eerder op winden vertrouwen
als auf Freunde in der Not. dan op vrienden in de nood.


Sollte ich in Wollust leben Als ik in wellust zou leven
nur zum Dienst der Eitelkeit, louter ten dienste van de ijdelheid,
müßt ich stets in Ängsten schweben dan zou ik steeds bang moeten zijn
und mir machen selbsten Leid. en mezelf leed aandoen.


Alles Zeitliche verdirbet, Al het tijdelijke gaat te gronde,
der Anfang das Ende zeigt; het begin laat het einde al zien;
eines lebt, das andre stirbet, het ene leeft, het andere sterft,
bald den Untergang erreichtbereikt al snel de ondergang.
beluister: Koopman

Bach deelt de onhandelbaar lange en strofische tekst in drieën: op één lange continuonoot klinkt Hunolds motto, vervolgens gaan de eerste drie coupletten in vrij recitatief, maar de metriek van de tekst volgend: één regel per maat. Voor de tweede drie coupletten handhaaft hij deze liedachtige regelmaat maar componeert ze arioso, als ritmisch gebonden recitatief, op een voortdurend, twee maal per maat, herhaalde ritmische basfiguur, pa-pa-dam-dam-dam.
Wetende hoeveel vrienden en collega’s regelmatig over de vloer kwamen in Bachs gastvrije woning in de Thomasschule, moet je betwijfelen of de cynische woorden over onbetrouwbare vrienden Bachs overtuigingen weerspiegelen; wellicht dacht hij daarbij meer aan vluchtige maecenassen en opportunistische beschermheren.

8. Aria (S)

sopraan, strijkers, traverso, hobo 1 colla parte viool, hobo 2 colla parte viool, continuo

Himmlische Vergnügsamkeit, Hemelse tevredenheid,
welches Herz sich dir ergibet, wie zich aan jou overgeeft
lebet allzeit unbetrübet leeft altijd onbezorgd
und genießt der güldnen Zeit, en geniet van de gouden tijd,
himmlische Vergnügsamkeit. hemelse tevredenheid.


Göttliche Vergnügsamkeit, Goddelijke tevredenheid,
du, du machst die Armen reich jij maakt de armen rijk
und dieselben Fürsten gleich, en gelijk aan vorsten,
meine Brust bleibt dir geweiht, mijn hart blijft jou toegewijd,
Göttliche Vergnügsamkeit.goddelijke tevredenheid.
beluister: Koopman

In de dansante slotaria nemen alle instrumentalisten deel aan de begeleiding: als een gesloten ensemble in de instrumentale voor-, tussen- en naspelen (ritornels) maar in de vocale passages met een concertante rol tegenover de sopraan voor de traversospeler. De tekst van de twee coupletten (Himmlische vs göttlicheVergnügsamkeit) wordt tweemaal doorgenomen (A-B-A-B), zonder grote verschillen in de muziek. De 16 maten van het openingsritornel keren enkele malen terug, al dan niet met vocale passages daarin ingebouwd.

Bach hergebruikte de muziek van deze aria voor het derde deel van de huwelijkscantate Vergnügte Pleißenstadt (BWV 216), met de tekst Angenehme Hempelin in 1728.