Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Geschwinde, ihr wirbelnden Winde
(Der Streit zwischen Phoebus und Pan) (BWV 201)

Geschreven voor onbekend

Voor het eerst uitgevoerd: 1729

Libretto: Christian Friedrich Henrici (alias Picander)

Solisten SATTBB koor SATB orkest str trav1,2 ob1,2 obd'am trp1-3 timp cont

Totaal 15 delen, 2 koorwerken

Deze cantate werd de afgelopen jaren nooit uitgevoerd

beluister

downloads uitleg

Bespreking

   

1. Koor

SATB, strijkers, traverso 1/2, hobo 1/2, trompet 1–3, timpani, continuo

Geschwinde, Snel, snel,
ihr wirbelnden Winde, wervelende winden,
auf einmal zusammen zur Höhle hinein! onmiddellijk samen je hol in,
Daß das Hin- und Widerschallen zodat het weerkaatsende geschal
selbst dem Echo mag gefallen zelfs Echo kan behagen
und den Lüften lieblich sein.en de luchten plezier kan doen.
beluister: Koopman

   

2. Recitatief (S, B)

sopraan, bas 1, bas 2, continuo

PHOEBUS
Und du bist doch so unverschämt und frei, En jij durft me schaamteloos en vrij
mir in das Angesicht zu sagen, in mijn gezicht te vertellen
daß dein Gesang dat jouw gezang
viel herrlicher als meiner sei? veel mooier is dan het mijne?
PAN
Wie kannst du doch so lange fragen? Wat een vraag!
Der ganze Wald bewundert meinen Klang; Het hele bos bewondert mijn muziek;
das Nymphenchor, het nimfenkoor,
das mein von mir erfundnes Rohr dat de door mij bedachte fluit
von sieben wohlgesetzten Stufen van zeven juist geplaatste pijpen
zu tanzen öfters aufgerufen, dikwijls voor zijn dans heeft opgeroepen
wird dir von selbsten zugestehn: zal het je vanzelf bekennen:
Pan singt vor allen andern schön. Pan zingt het mooist van iedereen.
PHOEBUS
Vor Nymphen bist du recht; Voor nimfen ben je goed genoeg,
allein, die Götter zu vergnügen, maar om de goden te behagen
ist deine Flöte viel zu schlecht. is die fluit van jou van veel te laag allooi.
PAN
Sobald mein Ton die Luft erfüllt, Zodra mijn muziek de lucht vervult,
so hüpfen die Berge, so tanzet das Wild, huppelen de bergen, danst het wild,
so müssen sich die Zweige biegen, buigen de takken,
und unter denen Sternen en tussen de sterren
geht ein entzücktes Springen für: ontstaat er een verrukt gespring;
die Vögel setzen sich zu mir de vogels komen bij me zitten
und wollen von mir singen lernen. om van mij te leren zingen.
MOMUS
Ei! hört mir doch den Pan, Hé, hoor nou toch die Pan,
den großen Meistersänger, an!de grote meesterzanger!
beluister: Koopman

   

3. Aria (S)

sopraan, continuo

MOMUS
Patron, das macht der Wind! Man, dat doet de wind!
Daß man prahlt und hat kein Geld, Dat je opschept zonder een cent op zak,
daß man das für Wahrheit hält, dat je alleen dat als waarheid beschouwt
was nur in die Augen fällt, wat je met je ogen kunt zien,
daß die Toren weise sind, dat dwazen wijs zijn
daß das Glükke selber blind, en het geluk blind is,
Patron, das macht der Wind!man, dat doet de wind!
beluister: Koopman

   

4. Recitatief (A, B)

alt, bas 1, bas 2, continuo

MERCURIUS
Was braucht ihr euch zu zanken? Waarom maken jullie ruzie?
Ihr weichet doch einander nicht. Jullie geven toch geen van beiden toe.
Nach meinen wenigen Gedanken, Naar mijn bescheiden mening
so wähle sich ein jedes einen Mann, moet nu elk van jullie iemand kiezen
der zwischen euch das Urteil spricht; die zijn oordeel geeft;
laßt sehn, wer fällt euch ein? laat zien, aan wie denken jullie?
PHOEBUS
Der Tmolus soll mein Richter sein, Tmolus moet mijn rechter zijn,
PAN
und Midas sei auf meiner Seite. en laat Midas aan mijn kant staan.
MERCURIUS
So tretet her, ihr lieben Leute, Kom dan hier, beste mensen,
hört alles fleißig an luister goed
und merket, wer das Beste kann!en let op wie de beste is!
beluister: Koopman

   

5. Aria (B)

bas 1, strijkers, traverso 1, hobo d'amore, continuo

PHOEBUS
Mit Verlangen Met verlangen
drück ich deine zarten Wangen, druk ik je tedere wangen,
holder, schöner Hyazinth. lieflijke, schone Hyacintus.
Und dein' Augen küss' ich gerne, En je ogen kus ik zo graag,
weil sie meine Morgensterne want ze zijn mijn morgenster
und der Seele Sonne sind.en de zon van mijn ziel.
beluister: Koopman

   

6. Recitatief (S, B)

sopraan, bas 2, continuo

MOMUS
Pan, rükke deine Kehle nun Pan, trek jij nu je keel
in wohlgestimmte Falten! in de juiste plooien!
PAN
Ich will mein Bestes tun Ik zal mijn best doen
und mich noch herrlicher als Phoebus halten.om Phoebus nog te overtreffen!
beluister: Koopman

   

7. Aria (B)

bas 2, viool 1/2, continuo

PAN
Zu Tanze, zu Sprunge, so wakkelt das Herz. Het hart trilt omdat het wil dansen en springen.
Wenn der Ton zu mühsam klingt Als de muziek te moeizaam klinkt
und der Mund gebunden singt, en de mond niet vrijuit zingt,
so erweckt es keinen Scherz.wekt het geen plezier.
beluister: Koopman

   

8. Recitatief (A, T)

alt, tenor 1, continuo

MERCURIUS
Nunmehro Richter her! En nu de rechters!
TMOLUS
Das Urteil fällt mir gar nicht schwer; Het oordeel kost me helemaal geen moeite;
die Wahrheit wird es selber sagen, de waarheid spreekt voor zich:
daß Phoebus hier den Preis davongetragen. Phoebus krijgt hier de prijs.
Pan singet vor dem Wald, Pan zingt voor het bos,
die Nymphen kann er wohl ergötzen; de nimfen kan hij wel vermaken,
jedoch, so schön als Phoebus' Klang erschallt, maar zo fraai als de muziek van Phoebus
ist seine Flöte nicht zu schätzen.kan zijn fluitspel niet genoemd worden.
beluister: Koopman

   

9. Aria (T)

tenor 1, hobo d'amore, continuo

TMOLUS
Phoebus, deine Melodei Phoebus, jouw melodie
hat die Anmut selbst geboren. is door de gratie zelf ter wereld gebracht.
Aber wer die Kunst versteht, Wie verstand heeft van kunst,
wie dein Ton verwundernd geht, en jouw verbazingwekkende klanken hoort,
wird dabei aus sich verloren.raakt helemaal buiten zichzelf.
beluister: Koopman

   

10. Recitatief (T, B)

tenor 2, bas 2, continuo

PAN
Komm, Midas, sage du nun an, Kom, Midas, vertel nu
was ich getan! wat ik heb gedaan!
MIDAS
Ach, Pan! wie hast du mich gestärkt, Ach Pan, wat heb je me gesterkt,
dein Lied hat mir so wohl geklungen, ik vond je lied zo prachtig,
daß ich es mir auf einmal gleich gemerkt. ik kon het meteen al helemaal onthouden.
Nun geh ich hier im Grünen auf und nieder Nu loop ik hier in het groen heen en weer
und lern es denen Bäumen wieder. en leer het aan de bomen.
Der Phoebus macht es gar zu bunt, Phoebus zingt veel te precieus,
allein, dein allerliebster Mund alleen jóuw allerliefste mond
sang leicht und ungezwungen.zong licht en ongedwongen.
beluister: Koopman

   

11. Aria (T)

tenor 2, viool 1/2, continuo

MIDAS
Pan ist Meister, laßt ihn gehn! Pan is kampioen, laat hem gaan!
Phoebus hat das Spiel verloren, Phoebus heeft de wedstrijd verloren,
denn nach meinen beiden Ohren want volgens mijn beide oren
singt er unvergleichlich schön.zingt hij weergaloos schoon.
beluister: Koopman

   

12. Recitatief (S, A, T, B)

sopraan, alt, tenor 1, tenor 2, bas 1, bas 2, continuo

MOMUS
Wie, Midas, bist du toll? Midas, ben je gek geworden?
MERCURIUS
Wer hat dir den Verstand verrückt? Waar is je verstand gebleven?
TMOLUS
Das dacht ich wohl, daß du so ungeschickt! Ik dacht al dat jij hier niets van terecht zou brengen!
PHOEBUS
Sprich, was ich mit dir machen soll? Vertel me wat ik met je moet doen!
Verkehr ich dich in Raben, Zal ik je in een raaf veranderen,
soll ich dich schinden oder schaben? zal ik je villen of raspen?
MIDAS
Ach! plaget mich doch nicht so sehre, Ach, plaag me toch niet zo,
es fiel mir ja zo hebben mijn oren
also in mein Gehöre. het gewoon gehoord.
PHOEBUS
Sieh da, Kijk,
so sollst du Eselsohren haben! dan krijg je ezelsoren!
MERCURIUS
Das ist der Lohn Dat is het loon
der tollen Ehrbegierigkeit. voor je dwaze ambitie.
PAN
Ei! warum hast du diesen Streit Hé, waarom heb je dit gevecht
auf leichte Schultern übernommen? op je zwakke schouders genomen?
MIDAS
Wie ist mir die Kommission Wat is deze opdracht
so schlecht bekommen!me slecht bekomen!
beluister: Koopman

   

13. Aria (A)

alt, traverso 1/2, continuo

MERCURIUS
Aufgeblasne Hitze, Opgeblazen opwinding,
aber wenig Grütze maar weinig hersens
kriegt die Schellenmütze krijgt de narrenkap
endlich aufgesetzt. eindelijk opgezet.
Wer das Schiffen nicht versteht Wie niet kan varen
und doch an das Ruder geht, en toch aan het roer gaat staan
ertrinket mit Schaden und Schanden zuletzt.verdrinkt uiteindelijk met schade en schande.
beluister: Koopman

   

14. Recitatief (S)

sopraan, strijkers, continuo

MOMUS
Du guter Midas, geh nun hin Beste Midas, verdwijn nu maar
und lege dich in deinem Walde nieder, en vlei je neer in dat bos van jou,
doch tröste dich in deinem Sinn, en troost je maar met het feit
du hast noch mehr dergleichen Brüder. dat je net zulke broeders hebt.
Der Unverstand und Unvernunft Onverstand en dwaasheid
will jetzt der Weisheit Nachbar sein, willen tegenwoordig de gelijke van de wijsheid zijn,
man urteilt in den Tag hinein, ze oordelen in het wilde weg
und die so tun, en wie dat doen
gehören all in deine Zunft. zijn allemaal vakgenoten van jou.
Ergreife, Phoebus, nun Neem, Phoebus, nu
die Leier wieder, je lier weer ter hand,
es ist nichts lieblicher er bestaat niets lieflijkers
als deine Lieder.dan jouw liederen.
beluister: Koopman

   alternatief voor de laatste vier regels:

Verdopple , Phoebus, nun
Musik und Lieder,
tobt gleich Birolius und
ein Hortens darwider.
Verdubbel nu, Phoebus,
je muziek en je liederen,
ook al gaan Birolius en
een Hortensius ertegen tekeer.

 

15. Koor

tutti

Labt das Herz, ihr holden Saiten, Verkwik het hart, o beminnelijke snaren,
stimmet Kunst und Anmut an! laat kunst en gratie klinken!
Laßt euch meistern, lasst euch höhnen, Laat je maar bedillen, laat je maar bespotten,
sind doch euren süßen Tönen want van jullie zoete klanken
selbst die Götter zugetan.houden zelfs de goden.
beluister: Koopman