naar de bespreking van BWV 2

Ach Gott, von Himmel sieh darein (BWV 2)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

Ach Gott, vom Himmel sieh darein Ach God, zie uit de hemel neer
und laß dichs doch erbarmen, en ontferm u toch,
wie wenig sind der Heilgen dein, van uw heiligen zijn er nog maar zo weinig,
verlassen sind wir Armen. verlaten zijn wij armen.
Dein Wort man nicht läßt haben wahr, Men bestrijdt de waarheid van uw woord,
der Glaub ist auch verloschen gar ook het geloof is helemaal uitgedoofd
bei allen Menschenkindern. bij alle mensenkinderen.

2.   Recitatief (T).

Sie lehren eitel falsche List, Zij onderwijzen alleen maar een valse leer,
was wider Gott und seine Wahrheit ist; die tegen God en zijn waarheid ingaat;
und was der eigen Witz erdenket, en hun eigen verzinsels
– o Jammer! der die Kirche schmerzlich kränket – - o ellende! zo schadelijk voor de kerk -
das muß anstatt der Bibel stehn. nemen de plaats in van de Bijbel.
Der eine wählet dies, der andre das, De een kiest dit, de ander dat,
die törichte Vernunft ist ihr Kompaß; het dwaze verstand is hun kompas;
sie gleichen denen Totengräbern, ze lijken op die graven
die, ob sie zwar von außen schön, die van buiten wel mooi zijn,
nur Stank und Moder in sich fassen maar van binnen stinken en rotten
und lauter Unflat sehen lassen.en louter vuiligheid laten zien.

3. Aria (A)

Tilg, o Gott, die Lehren, Verdelg, o God, de leerstellingen
so dein Wort verkehren! die uw woord verdraaien!
Wehre doch der Ketzerei    Weer toch de ketterij
und allen Rottengeistern;    en alle sectarische geesten,
denn sie sprechen ohne Scheu:    want zij spreken zonder schroom:
Trotz dem,der uns will meistern!    trotseer degene die ons wil overmeesteren!

4. Recitatief (B)

Die Armen sind verstört, De armen zijn ontsteld,
ihr seufzend Ach! ihr ängstlich Klagen hun zuchtende ‘Ach!’, hun angstige klagen
bei soviel Kreuz und Not, bij zoveel kruis en nood
wodurch die Feinde fromme Seelen plagen, waarmee de vijanden vrome zielen plagen,
dringt in das Gnadenohr dringt door tot het genadige oor
des Allerhöchsten ein. van de Allerhoogste.
Darum spricht Gott: Daarom spreekt God:
Ich muß ihr Helfer sein! Ik moet hun helper zijn!
Ich hab ihr Flehn erhört, Ik heb hun smeken verhoord,
der Hilfe Morgenrot, der reinen Wahrheit het morgenrood van de hulp,
heller Sonnenschein de heldere zonneschijn van de zuivere waarheid
soll sie mit neuer Kraft, zal hen met nieuwe kracht,
die Trost und Leben schafft, die troost en leven brengt,
erquicken und erfreun. verkwikken en verheugen.
Ich will mich ihrer Not erbarmen, Ik zal mij ontfermen over hun nood,
mein heilsam Wort mijn heilzame woord
soll sein die Kraft der Armen.zal de kracht van de armen zijn.

5. Aria (T)

Durchs Feuer wird das Silber rein,Door het vuur wordt het zilver gezuiverd,
durchs Kreuz das Wort bewährt erfunden.door het kruis wordt het woord bewaarheid.
Drum soll ein Christ zu allen Stunden   Daarom moet een christen altijd
in Kreuz und Not geduldig sein.   bij kruis en nood geduldig zijn.

6. Koraal

Das wollst du, Gott, bewahren rein Wilt u het, God, zuiver bewaren
für diesem arg’n Gschlechte, voor dit boze geslacht,
und laß uns dir befohlen sein, en laat ons aan u zijn toevertrouwd
daß sichs in uns nicht flechte. zodat het zich niet in ons nestelt.
Der gottlos Hauf sich umher findt, De goddeloze bende is overal aanwezig
wo solche lose Leute sind waar zulke onbetrouwbare mensen
in deinem Volk erhaben.in uw volk de kop opsteken.
  
Libretto: Andreas Stübel (?) Vertaling: Dick Wursten

Kale tekst origineel

1. Koor

Ach Gott, vom Himmel sieh darein
und laß dichs doch erbarmen,
wie wenig sind der Heilgen dein,
verlassen sind wir Armen.
Dein Wort man nicht läßt haben wahr,
der Glaub ist auch verloschen gar
bei allen Menschenkindern.


2.   Recitatief (T).

Sie lehren eitel falsche List,
was wider Gott und seine Wahrheit ist;
und was der eigen Witz erdenket,
– o Jammer! der die Kirche schmerzlich kränket –
das muß anstatt der Bibel stehn.
Der eine wählet dies, der andre das,
die törichte Vernunft ist ihr Kompaß;
sie gleichen denen Totengräbern,
die, ob sie zwar von außen schön,
nur Stank und Moder in sich fassen
und lauter Unflat sehen lassen.

3. Aria (A)

Tilg, o Gott, die Lehren,
so dein Wort verkehren!
  Wehre doch der Ketzerei
  und allen Rottengeistern;
  denn sie sprechen ohne Scheu:
  Trotz dem,der uns will meistern!


4. Recitatief (B)

Die Armen sind verstört,
ihr seufzend Ach! ihr ängstlich Klagen
bei soviel Kreuz und Not,
wodurch die Feinde fromme Seelen plagen,
dringt in das Gnadenohr 
des Allerhöchsten ein.
Darum spricht Gott:
Ich muß ihr Helfer sein!
Ich hab ihr Flehn erhört,
der Hilfe Morgenrot, der reinen Wahrheit
heller Sonnenschein
soll sie mit neuer Kraft,
die Trost und Leben schafft,
erquicken und erfreun.
Ich will mich ihrer Not erbarmen,
mein heilsam Wort
soll sein die Kraft der Armen.

5. Aria (T)

Durchs Feuer wird das Silber rein,
durchs Kreuz das Wort bewährt erfunden.
  Drum soll ein Christ zu allen Stunden
  in Kreuz und Not geduldig sein.

6. Koraal

Das wollst du, Gott, bewahren rein
für diesem arg’n Gschlechte,
und laß uns dir befohlen sein,
daß sichs in uns nicht flechte.
Der gottlos Hauf sich umher findt,
wo solche lose Leute sind
in deinem Volk erhaben.


Libretto: Andreas Stübel (?)
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

Ach God, zie uit de hemel neer
en ontferm u toch,
van uw heiligen zijn er nog maar zo weinig,
verlaten zijn wij armen.
Men bestrijdt de waarheid van uw woord,
ook het geloof is helemaal uitgedoofd
bij alle mensenkinderen.

2.   Recitatief (T).

 Zij onderwijzen alleen maar een valse leer,
 die tegen God en zijn waarheid ingaat;
en hun eigen verzinsels
- o ellende! zo schadelijk voor de kerk -
nemen de plaats in van de Bijbel.
 De een kiest dit, de ander dat,
het dwaze verstand is hun kompas;
ze lijken op die graven
die van buiten wel mooi zijn,
maar van binnen stinken en rotten
en louter vuiligheid laten zien.

3. Aria (A)

Verdelg, o God, de leerstellingen
die uw woord verdraaien!
   Weer toch de ketterij
   en alle sectarische geesten,
   want zij spreken zonder schroom:
   trotseer degene die ons wil overmeesteren!

4. Recitatief (B)

 De armen zijn ontsteld,
hun zuchtende ‘Ach!’, hun angstige klagen
bij zoveel kruis en nood
waarmee de vijanden vrome zielen plagen,
dringt door tot het genadige oor 
van de Allerhoogste.
 Daarom spreekt God:
 Ik moet hun helper zijn!
Ik heb hun smeken verhoord,
het morgenrood van de hulp,
de heldere zonneschijn van de zuivere waarheid
zal hen met nieuwe kracht,
die troost en leven brengt,
verkwikken en verheugen.
Ik zal mij ontfermen over hun nood,
mijn heilzame woord
zal de kracht van de armen zijn.

5. Aria (T)

Door het vuur wordt het zilver gezuiverd,
door het kruis wordt het woord bewaarheid.
   Daarom moet een christen altijd
   bij kruis en nood geduldig zijn.

6. Koraal

Wilt u het, God, zuiver bewaren
voor dit boze geslacht,
en laat ons aan u zijn toevertrouwd
zodat het zich niet in ons nestelt.
De goddeloze bende is overal aanwezig
waar zulke onbetrouwbare mensen
in uw volk de kop opsteken.


		Vertaling: Dick Wursten