naar de bespreking van BWV 186a

Ärgre dich, o Seele, nicht (BWV 186a)

Johann Sebastian Bach

1.     Koor

Ärgre dich, o Seele, nicht, Erger je niet, o ziel,
daß das allerhöchste Licht, omdat het allerhoogste licht,
Gottes Glanz und Ebenbild, Gods glans en evenbeeld
sich in Knechtsgestalt verhüllt, zich hult in de gedaante van een knecht;
argre dich, o Seele, nicht!erger je niet, o ziel!

2.     Aria (B)

Bist du, der da kommen soll, Bent u degene die mij zou helpen,
Seelenfreund im Kirchengarten? komt u mij niet snel te hulp?
Mein Gemüt ist zweifelsvoll, Mijn gemoed is vol twijfel,
Soll ich eines andern warten? misschien verwerpt u mijn smeekbeden wel;
Doch, o Seele, zweifle nicht. maar o ziel, twijfel niet,
Laß Vernunft dich nicht verstricken, laat het verstand je niet betoveren;
Deinen Schilo, Jakobs Licht, je helper, Jakobs licht,
Kannst du in der Schrift erblicken!kun je in de Schrift ontwaren.

3.     Aria (T)

Messias läßt sich merken De Messias laat zich kennen
aus seinen Gnadenwerken, uit zijn genadewerken,
Unreine werden rein. onreinen worden rein.
Die geistlich Lahme gehen, Geestelijk lammen lopen,
die geistlich Blinde sehen geestelijk blinden zien
den hellen Gnadenschein.het heldere schijnsel van zijn genade.

4.     Aria (S)

Die Armen will der Herr umarmen De armen wil de Heer omhelzen
mit Gnaden hier und dort; met genade, zowel hier als daar;
er schenket ihnen aus Erbarmen hij schenkt hun uit ontferming
den höchsten Schatz, das Lebenswort.de hoogste schat, het levenswoord.

5.     Aria / Duet (S, A)

Laß, Seele, kein Leiden Laat, ziel, geen lijden
von Jesu dich scheiden, je van Jezus scheiden,
sei, Seele, getreu! wees, ziel, getrouw!
Dir bleibet die Krone Je houdt de kroon
aus Gnaden zu Lohne, uit genade als loon,
wenn du von Banden wanneer je nu vrij bent
des Leibes nun frei.van de boeien van het lichaam.

6.     Koraal

Darum ob ich schon dulde Dus al moet ik hier
hie Wiederwärtigkeit, tegenspoed verdragen,
wie ich auch wohl verschulde, zoals ik ook verdien,
kommt doch die Ewigkeit, toch komt de eeuwigheid,
ist aller Freuden voll, die vol vreugde is
die ohne alles Ende, en die ik eindeloos,
dieweil ich Christum kenne, omdat ik Christus ken,
mir widerfahren soll.zal ervaren.
  
Libretto: Salomo Franck Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1.     Koor

Ärgre dich, o Seele, nicht,
daß das allerhöchste Licht,
Gottes Glanz und Ebenbild,
sich in Knechtsgestalt verhüllt,
argre dich, o Seele, nicht!

2.     Aria (B)

Bist du, der da kommen soll,
Seelenfreund im Kirchengarten?
Mein Gemüt ist zweifelsvoll,
Soll ich eines andern warten?
Doch, o Seele, zweifle nicht.
Laß Vernunft dich nicht verstricken,
Deinen Schilo, Jakobs Licht,
Kannst du in der Schrift erblicken!

3.     Aria (T)

Messias läßt sich merken
aus seinen Gnadenwerken,
Unreine werden rein.
Die geistlich Lahme gehen,
die geistlich Blinde sehen
den hellen Gnadenschein.

4.     Aria (S)

Die Armen will der Herr umarmen
mit Gnaden hier und dort;
er schenket ihnen aus Erbarmen
den höchsten Schatz, das Lebenswort.

5.     Aria / Duet (S, A)

Laß, Seele, kein Leiden
von Jesu dich scheiden,
sei, Seele, getreu!
Dir bleibet die Krone
aus Gnaden zu Lohne,
wenn du von Banden 
des Leibes nun frei.

6.     Koraal

Darum ob ich schon dulde
hie Wiederwärtigkeit,
wie ich auch wohl verschulde,
kommt doch die Ewigkeit,
ist aller Freuden voll,
die ohne alles Ende,
dieweil ich Christum kenne,
mir widerfahren soll.


Libretto: Salomo Franck
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1.     Koor

Erger je niet, o ziel,
omdat het allerhoogste licht,
Gods glans en evenbeeld
zich hult in de gedaante van een knecht;
erger je niet, o ziel!

2.     Aria (B)

Bent u degene die mij zou helpen,
komt u mij niet snel te hulp?
Mijn gemoed is vol twijfel,
misschien verwerpt u mijn smeekbeden wel;
maar o ziel, twijfel niet,
laat het verstand je niet betoveren;
je helper, Jakobs licht,
kun je in de Schrift ontwaren.

3.     Aria (T)

De Messias laat zich kennen
uit zijn genadewerken,
onreinen worden rein.
Geestelijk lammen lopen,
geestelijk blinden zien
het heldere schijnsel van zijn genade.

4.     Aria (S)

De armen wil de Heer omhelzen
met genade, zowel hier als daar;
hij schenkt hun uit ontferming
de hoogste schat, het levenswoord.

5.     Aria / Duet (S, A)

Laat, ziel, geen lijden 
je van Jezus scheiden,
wees, ziel, getrouw!
Je houdt de kroon 
uit genade als loon,
wanneer je nu vrij bent 
van de boeien van het lichaam.

6.     Koraal

Dus al moet ik hier
tegenspoed verdragen,
zoals ik ook verdien,
toch komt de eeuwigheid,
die vol vreugde is
en die ik eindeloos, 
omdat ik Christus ken,
zal ervaren.


		Vertaling: Ria van Hengel