Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Himmelskönig, sei willkommen (BWV 182)

Geschreven voor Palmzondag

Voor het eerst uitgevoerd: 25 mrt 1714

Libretto: Salomo Franck

Solisten ATB koor SATB orkest vsolo v vla1,2 vc fl cont

Totaal 8 delen, 3 koorwerken

Vertaling: Ria van Hengel

Deze cantate werd de afgelopen jaren heel vaak uitgevoerd

beluister

andere besprekingen

downloads uitleg

Bespreking

Cantate 182 is de eerste die Bach schreef nadat hij de promotie had gekregen waarop hij zo lang had gehoopt: van organist tot concertmeester aan het hof te Weimar, met de verplichting (kans!) om maandelijks een nieuwe cantate te schrijven. Bach presenteerde zijn artistieke visitekaartje op Palmzondag (Palmarum ) 25 maart 1714, wat toen toevallig samenviel met de feestdag Maria Boodschap (Annunciatie, 25 maart). Omdat er later in Leipzig geen muziek mocht klinken in de lijdenstijd, met uitzondering van Maria Boodschap, werd dat de uiteindelijke bestemming voor BWV 182; bij de eerste gelegenheid in Leipzig (25 maart 1724) voerde Bach de cantate opnieuw uit.

BWV 182 deelt enkele kenmerken met de twee volgende cantates die Bach in Weimar schreef (BWV 12 en 172). In alle drie de gevallen kreeg Bach zijn tekst vermoedelijk van de Weimarer bibliothecaris en hofpoëet Salomo Franck (1659-1725), een destijds dus al wat oudere man, die maar schoorvoetend toegeeft aan de ‘moderne' behoefte aan recitatieven en aria's in kerkmuziek. Bachs eerste Weimarer cantates bevatten daardoor slechts één recitatief, en dat nog niet op een vrij gedichte tekst, maar op een bijbelpericoop. Diverse aria's en koren volgen dus op elkaar, zonder tussenliggend recitatief. En ook is er nog niet het slotkoraal dat zijn later te Leipzig gecomponeerde cantates steevast besluit. Het instrumentale ensemble heeft, omdat het moet passen op het bescheiden koorbalkon van de Weimarer  slotkapel, slechts kamermuzikale proporties: naast een solistisch bezette blokfluit en viool treffen we er nog de ´ouderwetse´ gesplitste altviolen aan; in de hele cantate komt zelfs geen tweede viool voor. In de koren (2), (7) en (8) speelt de violoncello een partij die niet samenvalt met het continuo.

De tekst van de cantate sluit aan bij de evangelielezing voor Palmzondag (Matteüs 21: 1-9) die Jezus' glorieuze intocht in Jeruzalem (Sion) behandelt, waar hij overigens korte tijd later zal worden gekruisigd. De cantate volgt de gebruikelijke uitleg die aan deze tekst werd gegeven: moge Jezus in ons hart even feestelijk worden ontvangen als in Jeruzalem: laß auch uns dein Zion sein.

1.     Sonata

solo viool, viool, altviool 1/2, blokfluit, continuo

beluister: Koopman

De instrumentale inleiding (1), 'Sonata', refereert met haar gepuncteerde ritme (kort/lang - kort/lang) aan statige Franse ouvertures waarop de Zonnekoning placht binnen te schrijden, maar deze heeft een uiterst sobere bezetting: een blokfluit, een viool en twee altviolen, die tot kort voor het eind slechts pizzicato spelen: Jezus arriveerde tenslotte niet te paard of in een koets, maar op de rug van een ezel. Ook maakt Bach, die hier ongetwijfeld de vioolsolo speelde, vanaf de eerste noot de nieuwe verhoudingen binnen het ensemble duidelijk: de voormalige hoforganist zal van achter de eerste lessenaar zijn ensemble leiden

2.     Koor

SATB, viool, altviool 1/2, solo cello, blokfluit, continuo

Himmelskönig, sei willkommen,Hemelkoning, wees welkom,
laß auch uns dein Zion sein!laat ook ons uw Sion zijn!
Komm herein!Kom binnen!
Du hast uns das Herz genommen.U hebt ons hart veroverd.
beluister: Koopman

Nog steeds zoals gebruikelijk in Franse ouvertures volgt er een fuga, maar in dit geval is dat een luchtig dansende koorfuga, die slechts het eerste deel vormt van een volgens het da-capoprincipe gestructureerd openingskoor (2). Zonder instrumentale inleiding introduceren de vier vocalisten (S, A, T, B) achtereenvolgens het thema Himmelskönig, sei willkommen, eerst alleen door continuo begeleid en dan nog eens met de vier colla parte secunderende strijkers; tenslotte blaast ook de blokfluit dit thema. Een kort motief op lass auch uns dein Zion sein loopt vervolgens door alle stemmen omhoog (B, T, A, S) en dan weer naar beneden, terwijl de strijkers de vocale partijen verdubbelen, maar de blokfluit boven alles uit een pralende solo speelt. In het middendeel passeert de integrale tekst, beginnende met de woorden Du hast uns das Herz genommen tweemaal in canonische vorm, voorafgegaan door het Himmelskönig-thema in de blokfluit. Dan keert het Himmelskönig-deel weer terug.

De opbouw van de eerste twee cantatedelen, van een enkel soloinstrument en afzonderlijke stemmen naar een tutti voor het gehele ensemble, verbeeldt de te hoop lopende massa bij Jezus' intocht.

(* Sion en Salem (nr.8) zijn synoniemen voor Jeruzalem.)

3.     Recitatief (B)

bas, continuo

»Siehe, ich komme,'Zie, ik kom,
im Buch ist von mir geschrieben;in het boek is er over mij geschreven;
deinen Willen, mein Gott, tu ich gerne.«uw wil, mijn God, zal ik graag doen.'
beluister: Koopman

In recitatief (3) vervult de bas - zoals vaak - de rol van Vox Christi, want het toenmalige lutheranisme beschouwde de hier geciteerde oudtestamentische (d.w.z. vóórchristelijke) psalmtekst (Psalm 40:7-8) als betrekking hebbend op Christus. Het geïmpliceerde citaat wordt als ritmisch arioso uitgevoerd, begeleid door het bekende ‘vreugde'-ritme, kort-kort-lang,   in de cello; herhaalde lange noten op de eerste woorden deinen Willen getuigen van de bestendigheid en onwrikbaarheid van Gods wil.

Zonder tussenkomst van recitatieven volgen nu achter elkaar drie aria's, in steeds kleinere bezetting: het wordt steeds stiller rond de aanvankelijk zo enthousiast onthaalde Christus.

4.     Aria (B)

bas, viool, altviool 1/2, continuo

Starkes Lieben, Een sterke liefde
das dich, großer Gottessohn, heeft u, grote Zoon van God,
von dem Thron de troon van uw heerlijkheid
deiner Herrlichkeit getrieben, doen opgeven,
daß du dich zum Heil der Welt zodat u tot heil van de wereld
als ein Opfer fürgestellt, uzelf kon offeren
daß du dich mit Blut verschrieben.en uzelf met bloed kon wegschenken.
beluister: Koopman

In aria (4), Starkes Lieben, representeert de bas Christus niet meer, maar richt zich tot hem.We horen twee contrasterende affecten: de bas lijkt het starke en zelfbewuste te vertegenwoordigen, terwijl de hem begeleidende, gracieuze vioolsolo (de nieuwbakken concertmeester zelf!) het Lieben belichaamt. Twee altviolen en continuo begeleiden.

5.     Aria (A)

alt, blokfluit, continuo

Leget euch dem Heiland unter,Onderwerp je aan de Heiland,
Herzen, die ihr christlich seid!christelijke harten!
Tragt ein unbeflecktes KleidDraag voor hem een onbevlekt kleed
eures Glaubens ihm entgegen,van het geloof,
Leib und Leben und Vermögenlaat lichaam en leven en bezit
sei dem König itzt geweiht.nu aan de Koning gewijd zijn.
beluister: Koopman

Met aria (5) nodigt de alt de gelovigen uit zich aan Christus te onderwerpen. Voortdurend dalende figuren van de blokfluit suggereren hoe Jezus, net als te Jeruzalem, dient te worden verwelkomd: buigend, met overgave, door de mantels voor hem uit te spreiden; een vlotter middendeel treedt Jezus vrolijk tegemoet.

6.     Aria (T)

tenor, continuo

Jesu, laß durch Wohl und WehJezus, laat ook mij door wel en wee
mich auch mit dir ziehen!met u mee trekken!
Schreit die Welt nur "Kreuzige!",Als de wereld 'kruisig hem!' roept,
so laß mich nicht fliehen,laat mij dan uw kruisbanier,
Herr, von deinem Kreuzpanier;Heer, niet ontvluchten;
Kron und Palmen find ich hier.kroon en palmen vind ik hier.
beluister: Koopman

Nederig tenslotte smeekt de tenor (6) om steun op het moeizame pad der navolging van Christus. Zijn begeleiding is uiterst sober: louter continuo, waarin de cello een nerveuze, telkens terugkerende (ostinate) zestiendenfiguur speelt. Plotselinge rusten tonen de aarzelingen van de gelovige. De sfeer wordt dramatischer als de kruisiging aan de orde komt.

7.     Koor

SATB, viool + blokfluit colla parte sopraan, altviool 1 colla parte alt, altviool 2 colla parte tenor, continuo

Jesu, deine Passion Jezus, uw lijden
ist mir lauter Freude, is louter vreugde voor mij,
deine Wunden, Kron und Hohn uw wonden, kroon en spot
meines Herzens Weide; zijn een lust voor mijn hart;
meine Seel auf Rosen geht, mijn ziel is dolgelukkig
wenn ich dran gedenke, als ik eraan denk,
in dem Himmel eine Stätt schenk ons daarom
uns deswegen schenke.een plaats in de hemel.
beluister: Koopman

Twee koordelen besluiten de cantate. (7) is een koraalbewerking, tien jaar voordat Bach in Leipzig wekelijks dergelijke bewerkingen zal gaan schrijven. Zij is gebaseerd op het voorlaatste, 33ste vers, Jesu, deine Passion, van Paul Stockmanns specifiek voor Palmzondag geschikte lied Jesu Leiden, Pein und Tod (1633); het behelst de karakteristiek lutherse paradox dat het lijden van Christus de gelovige een vreugde is. Tekst en melodie worden regel voor regel in lange noten (cantus firmus) door de sopraan voorgedragen, gesteund door blokfluit en viool. De overige strijkers delen hun noten met de andere koorstemmen, die de sopraan begeleiden met een driestemmig motet. Daarin worden telkens de komende koraalregels aangekondigd, met 'voor-imitaties', die bovendien centrale begrippen als Freude en Weide met vrolijke melisma's illustreren, en auf Rosen gehen met een syncopisch motief.

8.     Koor

SATB, viool, altviool 1/2, solo cello, blokfluit, continuo

So lasset uns gehen in Salem der Freuden, Laat ons dus naar het Salem van de vreugde gaan,
begleitet den König in Lieben und Leiden. vergezel de Koning in lief en leed.
Er gehet voran und öffnet die Bahn.Hij gaat voorop en bereidt de weg.
beluister: Koopman

Met het slotkoor (8) worden de toehoorders in een onbekommerde 3/8 maat op pad gestuurd, Jezus volgend naar het hemelse Jeruzalem. Dit koor heeft, zoals het openingskoor, een da-capostructuur: A-B-A. Ook is het A-gedeelte weer fugatisch, maar nu wordt het fugathema ('op pad gaan') door de instrumenten geëntameerd. In het middendeel, Er gehet voran, gaat de bas steeds voorop; naar het slot toe, und öffnet die Bahn, parkeren steeds meer stemmen op Bahn zodat er echt iets lijkt open te gaan.