naar de bespreking van BWV 179

Siehe zu, daß deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei (BWV 179)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

»Siehe zu, daß deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei,'Zie toe dat uw vroomheid geen huichelarij is,
und diene Gott nicht mit falschem Herzen!«en dien God niet met een bedrieglijk hart!'

2. Recitatief (T)

Das heutge ChristentumMet het huidige christendom
ist leider schlecht bestellt:staat het er helaas slecht voor.
Die meisten Christen in der WeltDe meeste christenen in deze wereld
sind laulichte Laodizäerzijn lauwe Laodiceeërs
und aufgeblasne Pharisäer,en opgeblazen Farizeeërs,
die sich von außen fromm bezeigendie zich uiterlijk vroom voordoen
und wie ein Schilf den Kopf zur Erde beugen;en als een riet hun hoofd ter aarde buigen,
im Herzen aber steckt ein stolzer Eigenruhm.maar hun hart is vol trotse eigenwaan.
Sie gehen zwar in Gottes HausZe gaan wel naar Gods huis,
und tun daselbst die äußerlichen Pflichten;en verrichten daar hun uiterlijke plichten;
macht aber dies wohl einen Christen aus?maar maakt dat iemand tot christen?
Nein! Heuchler könnens auch verrichten!Welnee, dat kunnen huichelaars ook.

3. Aria (T)

Falscher Heuchler Ebenbild Als evenbeeld van de huichelaars
können Sodomsäpfel heißen, kan men de sodomsappels noemen,
die mit Unflat angefüllt die gevuld zijn met vuiligheid
und von außen herrlich gleißen. maar van buiten prachtig glimmen.
Heuchler, die von außen schön, Huichelaars, van buiten mooi,
können nicht vor Gott bestehn.kunnen voor God niet bestaan.

4. Recitatief (B)

Wer so von innen wie von außen ist, Hij bij wie innerlijk met uiterlijk strookt,
der heißt ein wahrer Christ. die mag een ware christen heten.
So war der Zöllner in dem Tempel: Zo was die tollenaar in de tempel:
der schlug in Demut an die Brust, hij sloeg zich deemoedig op de borst,
er legte sich nicht selbst ein heilig Wesen bei; en hield zichzelf niet voor een heilig wezen;
und diesen stelle dir, neem deze man, o mens,
o Mensch, zum rühmlichen Exempel tot eervol voorbeeld
in deiner Buße für! als je boete doet!
Bist du kein Räuber, Ehebrecher, Ook al ben je geen rover, geen echtbreker,
kein ungerechter Ehrenschwächer: geen vuige lasteraar,
ach, bilde dir doch ja nicht ein, ach, beeld je dan toch niet in
du seist deswegen engelrein! dat je zo rein als een engel zou zijn.
Bekenne Gott in Demut deine Sünden, Belijd voor God ootmoedig je zonden,
so kannst du Gnad und Hülfe finden!dan kun je genade en redding vinden!

5. Aria (S)

Liebster Gott, erbarme dich: Lieve God, ontferm u over mij:
laß mir Trost und Gnad erscheinen! laat troost en genade aan mij verschijnen.
Meine Sünden kränken mich Mijn zonden doen mij pijn
als ein Eiter in Gebeinen. als een etterende wond in mijn gebeente.
Hilf mir, Jesu, Gottes Lamm, Help mij, Jezus, Lam van God,
ich versink in tiefen Schlamm!want ik verzink in een diepe modderpoel!

6. Koraal

Ich armer Mensch, ich armer Sünder Ik arme mens, ik arme zondaar,
steh hier vor Gottes Angesicht. ik sta hier voor Gods aangezicht.
Ach Gott, ach Gott, verfahr gelinder O God, behandel mij met zachtheid,
und geh nicht mit mir ins Gericht! en veroordeel mij niet!
Erbarme dich, erbarme dich, Ontferm u, ontferm u
Gott, mein Erbarmer, über mich!God, mijn ontfermer, over mij.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Bert Rooze

Kale tekst origineel

1. Koor

»Siehe zu, daß deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei,
und diene Gott nicht mit falschem Herzen!«

2. Recitatief (T) 

Das heutge Christentum
ist leider schlecht bestellt:
Die meisten Christen in der Welt
sind laulichte Laodizäer
und aufgeblasne Pharisäer,
die sich von außen fromm bezeigen
und wie ein Schilf den Kopf zur Erde beugen;
im Herzen aber steckt ein stolzer Eigenruhm.
Sie gehen zwar in Gottes Haus
und tun daselbst die äußerlichen Pflichten;
macht aber dies wohl einen Christen aus?
Nein! Heuchler könnens auch verrichten!

3. Aria (T)

Falscher Heuchler Ebenbild
können Sodomsäpfel heißen,
die mit Unflat angefüllt
und von außen herrlich gleißen.
   Heuchler, die von außen schön,
   können nicht vor Gott bestehn.

4. Recitatief (B)

Wer so von innen wie von außen ist,
der heißt ein wahrer Christ.
So war der Zöllner in dem Tempel:
der schlug in Demut an die Brust,
er legte sich nicht selbst ein heilig Wesen bei;
und diesen stelle dir,
o Mensch, zum rühmlichen Exempel
in deiner Buße für!
Bist du kein Räuber, Ehebrecher,
kein ungerechter Ehrenschwächer:
ach, bilde dir doch ja nicht ein,
du seist deswegen engelrein!
Bekenne Gott in Demut deine Sünden,
so kannst du Gnad und Hülfe finden!

5. Aria (S)

Liebster Gott, erbarme dich:
laß mir Trost und Gnad erscheinen!
Meine Sünden kränken mich
als ein Eiter in Gebeinen.
Hilf mir, Jesu, Gottes Lamm,
ich versink in tiefen Schlamm!

6. Koraal

Ich armer Mensch, ich armer Sünder
steh hier vor Gottes Angesicht.
Ach Gott, ach Gott, verfahr gelinder
und geh nicht mit mir ins Gericht!
Erbarme dich, erbarme dich,
Gott, mein Erbarmer, über mich!


Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

'Zie toe dat uw vroomheid geen huichelarij is, 
en dien God niet met een bedrieglijk hart!'

2. Recitatief (T) 

Met het huidige christendom
staat het er helaas slecht voor.
De meeste christenen in deze wereld
zijn lauwe Laodiceeërs
en opgeblazen Farizeeërs,
die zich uiterlijk vroom voordoen
en als een riet hun hoofd ter aarde buigen,
maar hun hart is vol trotse eigenwaan.
Ze gaan wel naar Gods huis,
en verrichten daar hun uiterlijke plichten;
maar maakt dat iemand tot christen?
Welnee, dat kunnen huichelaars ook.

3. Aria (T)

Als evenbeeld van de huichelaars
kan men de sodomsappels noemen,
die gevuld zijn met vuiligheid
maar van buiten prachtig glimmen.
Huichelaars, van buiten mooi,
kunnen voor God niet bestaan.

4. Recitatief (B)

Hij bij wie innerlijk met uiterlijk strookt,
die mag een ware christen heten.
Zo was die tollenaar in de tempel:
hij sloeg zich deemoedig op de borst,
en hield zichzelf niet voor een heilig wezen;
neem deze man, o mens,
tot eervol voorbeeld
als je boete doet!
Ook al ben je geen rover, geen echtbreker,
geen vuige lasteraar,
ach, beeld je dan toch niet in
dat je zo rein als een engel zou zijn.
Belijd voor God ootmoedig je zonden,
dan kun je genade en redding vinden!

5. Aria (S)

Lieve God, ontferm u over mij:
laat troost en genade aan mij verschijnen.
Mijn zonden doen mij pijn
als een etterende wond in mijn gebeente.
Help mij, Jezus, Lam van God,
want ik verzink in een diepe modderpoel!

6. Koraal

Ik arme mens, ik arme zondaar,
ik sta hier voor Gods aangezicht.
O God, behandel mij met zachtheid,
en veroordeel mij niet!
Ontferm u, ontferm u
God, mijn ontfermer, over mij.


		Vertaling: Bert Rooze