naar de bespreking van BWV 177

Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ (BWV 177)

Johann Sebastian Bach

1. (Vs 1) Koor

Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ, Ik roep tot u, Heer Jezus Christus,
ich bitt, erhör mein Klagen, ik bid u: hoor mijn klagen,
verleih mir Gnad zu dieser Frist, geef mij genade in deze tijd,
laß mich doch nicht verzagen; laat mij toch niet versagen;
den rechten Glauben, Herr, ich mein, het ware geloof, Heer, denk ik,
den wollest du mir geben, dat wilde u mij geven,
dir zu leben, om voor u te leven,
mein’m Nächsten nütz zu sein, mijn naaste dienstbaar te zijn,
dein Wort zu halten eben.uw woord trouw te bewaren.

2. (Vs 2) Aria (A)

Ich bitt noch mehr, o Herre Gott, Ik vraag daarnaast nog, Here God,
du kannst es mir wohl geben: gij kunt het mij zéker geven:
daß ich werd nimmermehr zu Spott; dat ik nooit meer tot spot word;
die Hoffnung gib darneben, en verder: geef mij alvast hoop,
voraus, wenn ich muß hier davon, dat ik, wanneer ik vanhier moet gaan,
daß ich dir mög vertrauen mijn vertrouwen op u mag stellen
und nicht bauen en niet zal bouwen
auf alles mein Tun; op al mijn eigen werken,
sonst wird mich’s ewig reuen.anders zal mij dat eeuwig berouwen.

3. (Vs 3) Aria (S)

Verleih, daß ich aus Herzens Grund Geef dat ik uit de grond van mijn hart
mein Feinden mög vergeben, mijn vijanden mag vergeven,
verzeih mir auch zu dieser Stund, vergeef mij ook op dit moment,
gib mir ein neues Leben; schenk mij een nieuw leven;
dein Wort mein Speis laß allweg sein, uw woord zij heel mijn weg mijn spijs,
damit mein Seel zu nähren, om mijn ziel te voeden,
mich zu wehren, zodat ik mij kan verweren
wenn Unglück geht daher, als ongeluk op mij afkomt
das mich bald möcht abkehren.dat zich hopelijk snel van mij afwendt.

4. (Vs 4) Aria (T)

Laß mich kein Lust noch Furcht von dir Laat geen lust, geen vrees
in dieser Welt abwenden, mij in deze wereld van u scheiden,
Beständigsein ans End gib mir, geef dat ik ten einde toe standvastig ben,
du hast’s allein in Händen; het ligt enkel in uw handen;
und wem du’s gibst, der hat’s umsonst: en wie gij het geeft, die krijgt het voor niets:
es kann niemand ererben niemand kan erven
noch erwerben durch Werke deine Gnad, of door zijn werken verwerven
die uns errett’ vom Sterben.uw genade, die ons redt van het sterven.

5. (Vs 5) Koraal

Ich lieg im Streit und widerstreb,Ik lever strijd en bied verzet,
hilf, o Herr Christ, dem Schwachen!help mij, Heer Christus, ik ben zwak!
An deiner Gnad allein ich kleb,Alleen aan uw genade houd ik vast,
du kannst mich stärker machen.gij kunt mij sterker maken.
Kömmt nun Anfechtung, Herr, so wehr,Als er nu verzoekingen komen, Heer,
daß sie mich nicht umstoße.maak dan dat die mij niet omverduwen.
Du kannst maßen,Gij kunt ervoor zorgen
daß mir’s nicht bring Gefahr;dat het niet gevaarlijk voor me wordt;
ich weiß, du wirst’s nicht lassen.ik weet, gij zult dat niet toelaten.
  
Libretto: Koraaltekst Vertaling: Jaap van der Laan

Kale tekst origineel

1. (Vs 1) Koor

Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ,
ich bitt, erhör mein Klagen,
verleih mir Gnad zu dieser Frist,
laß mich doch nicht verzagen;
den rechten Glauben, Herr, ich mein,
den wollest du mir geben,
dir zu leben,
mein’m Nächsten nütz zu sein,
dein Wort zu halten eben.

2. (Vs 2) Aria (A)

Ich bitt noch mehr, o Herre Gott,
du kannst es mir wohl geben:
daß ich werd nimmermehr zu Spott;
die Hoffnung gib darneben,
voraus, wenn ich muß hier davon,
daß ich dir mög vertrauen
und nicht bauen
auf alles mein Tun;
sonst wird mich’s ewig reuen.

3. (Vs 3) Aria (S)

Verleih, daß ich aus Herzens Grund
mein Feinden mög vergeben,
verzeih mir auch zu dieser Stund,
gib mir ein neues Leben;
dein Wort mein Speis laß allweg sein,
damit mein Seel zu nähren,
mich zu wehren,
wenn Unglück geht daher,
das mich bald möcht abkehren.

4. (Vs 4) Aria (T)

Laß mich kein Lust noch Furcht von dir
in dieser Welt abwenden,
Beständigsein ans End gib mir,
du hast’s allein in Händen;
und wem du’s gibst, der hat’s umsonst:
es kann niemand ererben
noch erwerben durch Werke deine Gnad,
die uns errett’ vom Sterben.

5. (Vs 5) Koraal

Ich lieg im Streit und widerstreb,
hilf, o Herr Christ, dem Schwachen!
An deiner Gnad allein ich kleb,
du kannst mich stärker machen.
Kömmt nun Anfechtung, Herr, so wehr,
daß sie mich nicht umstoße.
Du kannst maßen,
daß mir’s nicht bring Gefahr;
ich weiß, du wirst’s nicht lassen.


Libretto: Koraaltekst
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. (Vs 1) Koor

Ik roep tot u, Heer Jezus Christus,
ik bid u: hoor mijn klagen,
geef mij genade in deze tijd,
laat mij toch niet versagen;
het ware geloof, Heer, denk ik,
dat wilde u mij geven,
om voor u te leven,
mijn naaste dienstbaar te zijn,
uw woord trouw te bewaren.

2. (Vs 2) Aria (A)

Ik vraag daarnaast nog, Here God,
gij kunt het mij zéker geven:
dat ik nooit meer tot spot word;
en verder: geef mij alvast hoop,
dat ik, wanneer ik vanhier moet gaan,
mijn vertrouwen op u mag stellen
en niet zal bouwen
op al mijn eigen werken,
anders zal mij dat eeuwig berouwen.

3. (Vs 3) Aria (S)

Geef dat ik uit de grond van mijn hart
mijn vijanden mag vergeven,
vergeef mij ook op dit moment,
schenk mij een nieuw leven;
uw woord zij heel mijn weg mijn spijs,
om mijn ziel te voeden,
zodat ik mij kan verweren
als ongeluk op mij afkomt
dat zich hopelijk snel van mij afwendt.

4. (Vs 4) Aria (T)

Laat geen lust, geen vrees
mij in deze wereld van u scheiden,
geef dat ik ten einde toe standvastig ben,
het ligt enkel in uw handen;
en wie gij het geeft, die krijgt het voor niets:
niemand kan erven
of door zijn werken verwerven
uw genade, die ons redt van het sterven.

5. (Vs 5) Koraal

Ik lever strijd en bied verzet,
help mij, Heer Christus, ik ben zwak!
Alleen aan uw genade houd ik vast,
gij kunt mij sterker maken.
Als er nu verzoekingen komen, Heer, 
maak dan dat die mij niet omverduwen.
Gij kunt ervoor zorgen
dat het niet gevaarlijk voor me wordt;
ik weet, gij zult dat niet toelaten.


		Vertaling: Jaap van der Laan