Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

Johann Sebastian Bach

Der Friede sei mit dir (BWV 158)

Geschreven voor Derde Paasdag

Solisten SB koor SATB orkest vsolo ob cont

Totaal 4 delen, 2 koralen

Vertaling: Henk Beindorff

Deze cantate werd de afgelopen jaren soms uitgevoerd

beluister

andere besprekingen

downloads uitleg

Bespreking

Van de solocantate voor bas BWV 158 is ons geen noot in Bachs handschrift overgeleverd, zodat deze veel vragen oproept, tot en met de vraag of dit nauwelijks twaalf minuten durende muziekstuk wel één cantate vormt. Hoewel de vier afzonderlijke delen door niemand anders dan Bach kunnen zijn geschreven, lijkt het geheel uit tenminste twee verschillende bronnen gekopieerd, wellicht voor een specifieke gelegenheid (begrafenis bijv.). Het omslag meldt dat deze ‘cantate' bestemd is voor Derde Paasdag èn voor het feest Mariä Reinigung (Lichtmis, 2 februari), maar waarschijnlijker lijkt dat hier delen zijn samengevoegd uit cantates die voor deze twee - nogal uiteenlopende - gelegenheden bestemd waren. De delen (2) en (3), die de substantiële kern vormen en het eerst gecomponeerd lijken, verwijzen onmiskenbaar naar de evangelielezing voor Mariä Reinigung, het feest dat herdenkt hoe Maria haar veertig dagen oude zoon in de tempel voorstelt, waarbij een oude man, Simeon [1], aan wie was beloofd dat hij niet zou sterven voor hij de Messias had gezien, verklaart thans getroost te willen sterven: Herr, nun läßt du deinen Diener in Frieden fahren, dezelfde tekst die ten grondslag ligt aan die andere solocantate voor bas, Ich habe genung (BWV 82). De andere delen daarentegen verwijzen naar de opstanding van Christus (Pasen): het slotkoraal (4) is een onmiskenbaar paaslied, en de titeltekst Der Friede sei mit dir (1) is Christus' groet bij zijn verschijning aan de discipelen (Johannes 20, de verzen 21 en 26), die voorkomt in de evangelielezing voor de zondag na Pasen (niet: Derde Paasdag!). Het woord Friede verbindt beide bestanddelen. De uitzonderlijk kleine bezetting (koor, bassolist, soloviool, hobo en continuo), waarbij in het slotkoraal zelfs geen colla parte ondersteunende instrumenten zijn voorzien, verwijst naar een uitvoering in kleine, private kring.

1.     Recitatief (B)

bas, continuo

Der Friede sei mit dir, du ängstliches Gewissen! Vrede zij met je, mijn angstig geweten!
Dein Mittler stehet hier, der hat dein Schuldenbuch Hier staat je Middelaar, die heeft je schuldboek
und des Gesetzes Fluch verglichen und zerrissen. en de vloek van de wet vereffend en verscheurd.
Der Friede sei mit dir, der Fürste dieser Welt, Vrede zij met je! De overste dezer wereld,
der deiner Seele nachgestellt, die je ziel heeft achtervolgd,
ist durch des Lammes Blut is door het bloed van het Lam
bezwungen und gefällt. bedwongen en geveld.
Mein Herz, was bist du so betrübt, Mijn hart, waarom ben je zo bedroefd?
da dich doch Gott durch Christum liebt! God heeft je immers in Christus lief!
Er selber spricht zu mir: Der Friede sei mit dir!Hij zegt zelf tot mij: Vrede zij met u!
beluister: Koopman

De cantate begint met een slechts door continuo begeleid recitatief (1), waarin de titelwoorden driemaal worden herhaald en telkens als arioso, met doorgaande begeleiding, zijn gezet, de laatste maal met uitgebreide tekstherhaling. De bas vervult hier onmiskenbaar zijn karakteristieke rol van Vox Christi.

2. Aria (B) en koraal (S)

sopraan, bas, solo viool, hobo colla parte sopraan, continuo

(B) Welt, ade, ich bin dein müde,Wereld, adieu! Ik heb genoeg van jou;
Salems Hütten stehn mir an,in de tenten van Salem hoor ik te zijn,
(S)Welt, ade, ich bin dein müde,Wereld, adieu! Ik heb genoeg van jou,
ich will nach dem Himmel zu,ik wil naar de hemel toe;
(B) wo ich Gott in Ruh und Friedewaar ik in vrede, rust en zaligheid
ewig selig schauen kann.voor eeuwig God aanschouwen kan.
(S)da wird sein der rechte Friedebdaar zal echte vrede zijn
und die ewig stolze Ruh.en eeuwige rust voor de ziel.
(B) Da bleib ich, da hab ich Vergnügen zu wohnen,Daar blijf ik, daar woon ik met genoegen,
(S)Welt, bei dir ist Krieg und Streit,Wereld, bij jou is het oorlog en strijd,
nichts denn lauter Eitelkeit;niets dan louter ijdelheid.
(B) Da prang ich gezieret mit himmlischen Kronen.daar schitter ik, gesierd met hemelse kronen.
(S)in dem Himmel allezeitIn de hemel heerst altijd
Friede, Freud und Seligkeit.vrede, rust en zaligheid.
beluister: Koopman

In de omvangrijke aria (2) echter vertolkt hij een parafrase van de woorden van Simeon*), uitgesproken bij de voorstelling van het baby'tje Jezus in de tempel. Dit deel is de hoofdschotel van de cantate, op zichzelf langer dan alle andere delen bij elkaar, en een uitzonderlijk stuk, dat je zou kunnen beschouwen als een koraalbewerking van het stervenskoraal Welt, ade, ich bin dein müde van Johann Georg Albinus (1649), op een melodie van Johann Rosenmüller. De sopraan zingt dit koraal in lange noten, gesteund door de hobo. Omdat - enigszins merkwaardig - ook de tekst van de bas met de eerste koraalregel begint, is het goed denkbaar dat de koraalmelodie oorspronkelijk helemaal niet werd gezongen, maar als een tekstloos citaat door de hobo werd gespeeld, in het vertrouwen dat de kerkgangers de tekst van dit bekende koraal zouden meedenken, zeker na de tip in de eerste regel van de bas. Het statige koraal weerspiegelt het vastberaden doodsverlangen van de toenmalige gelovigen, een bevestiging van de woorden van Simeon die, door de bas gezongen, de koraalzinnen verbinden.

De instrumentale begeleiding wordt verzorgd door een strak doorlopende continuopartij en een uiterst virtuoze en expressieve vioolsolo, die door zijn hoge ligging de blik als vanzelf naar de hemel richt. (De hoge ligging, waarbij de lage g-snaar van de viool überhaupt niet wordt gebruikt, doet vermoeden dat deze solo wellicht oorspronkelijk voor een traverso of een violino piccolo was bestemd; de bouw van het stuk doet echter aan Bachs Weimarer periode denken en daar beschikte hij nog niet over een traverso.)

3.     Recitatief (B)

bas, continuo

Nun, Herr, regiere meinen Sinn, Nu, Heer, regeer mijn leven,
damit ich auf der Welt, opdat ik in de wereld,
so lang es dir, mich hier zu lassen, noch gefällt, zolang het u nog behaagt mij hier te laten,
ein Kind des Friedens bin, een kind van de vrede ben
und laß mich zu dir aus meinen Leiden en laat mij afscheid nemen van mijn lijden,
wie Simeon in Frieden scheiden! laat mij als Simeon in vrede tot u gaan.
Da bleib ich, da hab ich Vergnügen zu wohnen, Daar blijf ik, daar woon ik met genoegen,
Da prang ich gezieret mit himmlischen Kronen.daar schitter ik, gesierd met hemelse kronen.
beluister: Koopman

Het opnieuw slechts door continuo begeleide recitatief (3) gaat na zes regels over in een arioso, waarbij niet alleen de laatste twee regels van de voorafgaande aria terugkeren, maar ook schetsmatig op de muziek daarvan wordt teruggegrepen. Anders dan in de aria wordt hier het woord Kronen breed uitgesponnen.

4.     Koraal

tutti

Hier ist das rechte Osterlamm,Hier is het ware Paaslam,
davon Gott hat geboten,waartoe God heeft bevolen;
das ist hoch an des Kreuzes Stammhet is hoog aan de stam van het kruis
in heißer Lieb gebraten,in vurige liefde gebraden,
Des Blut zeichnet unsre Tür,zijn bloed is een teken op onze deur,
das hält der Glaub dem Tode für;dat het geloof aan de dood voorhoudt;
der Würger kann uns nicht rühren.Magere Hein kan ons niet treffen.
Alleluja!Halleluja
beluister: Koopman

De cantate besluit (4) met het vierstemmig geharmoniseerde vijfde vers van Luthers lied Christ lag in Todesbanden (1524), een typisch paaskoraal. Er zijn - buiten het continuo - geen begeleidende instrumenten gespecificeerd; Bach zal de hobo en de viool zeker de sopraan hebben laten doubleren.

Hoezeer ook tekstueel gebrekkig: dit kliekje cantate-resten vormt een muzikaal hoogstaande parel.

 

[1] Ik ga voorbij aan de veronderstelde bejaardheid van Simeon: een later verdichtsel, waarvoor het evangelie elke aanwijzing ontbeert.           terug