naar de bespreking van BWV 149

Man singet mit Freuden vom Sieg (BWV 149)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

»Man singet mit Freuden vom Sieg'Men zingt met vreugde over de overwinning
in den Hütten der Gerechten:in de tenten van de rechtvaardigen.
Die Rechte des Herrn behält den Sieg,De rechterhand van de Heer behaalt de overwinning,
die Rechte des Herrn ist erhöhet,de rechterhand van de Heer is verhoogd,
die Rechte des Herrn behält den Sieg.«de rechterhand van de Heer behaalt de overwinning.'

2. Aria (B)

Kraft und Stärke sei gesungenLaten wij kracht en sterkte toezingen
Gott, dem Lamme, das bezwungenaan God, het Lam dat de Satan heeft
und den Satanas verjagt,bedwongen en verjaagd,
der uns Tag und Nacht verklagt.de Satan die ons dag en nacht aanklaagt.
Ehr und Sieg ist auf die FrommenEer en overwinning hebben de vromen
durch des Lammes Blut gekommen.ontvangen door het bloed van het Lam.

3. Recitatief (A)

Ich fürchte mich Ik vrees nog geen
vor tausend Feinden nicht, duizend vijanden,
denn Gottes Engel lagern sich want Gods engelen zijn
um meine Seiten her; om mij heen gelegerd;
wenn alles fällt, wenn alles bricht, als alles valt, als alles breekt,
so bin ich doch in Ruhe. ben ik toch rustig.
Wie wär es möglich zu verzagen? Hoe zou ik de moed kunnen verliezen?
Gott schickt mir ferner Roß und Wagen God stuurt ook nog paard en wagen
und ganze Herden Engel zu.en hele scharen engelen naar me toe.

4. Aria (S)

Gottes Engel weichen nie,Gods engelen verlaten mij nooit,
sie sind bei mir allerenden.zij zijn overal bij mij.
Wenn ich schlafe, wachen sie,Als ik slaap, waken zij,
wenn ich gehe,als ik ga,
wenn ich stehe,als ik sta,
tragen sie mich auf den Händen.dragen ze mij op hun handen.

5. Recitatief (T)

Ich danke dir, mein lieber Gott, dafür; Ik dank u daarvoor, lieve God;
dabei verleihe mir, geef daarbij
daß ich mein sündlich Tun bereue, dat ik berouw heb van mijn zondig handelen,
daß sich mein Engel drüber freue, dat mijn engel zich daarover verheugt,
damit er mich an meinem Sterbetage zodat hij mij op mijn sterfdag
in deinen Schoß zum Himmel trage.naar de hemel draagt, naar uw schoot.

6. Aria / Duet (A, T)

Seid wachsam, ihr heiligen Wächter,Wees waakzaam, heilige wachters,
die Nacht ist schier dahin.de nacht is bijna voorbij.
Ich sehne mich und ruhe nicht,Ik verlang en zal niet rusten
bis ich vor dem Angesichtvoordat ik voor het aangezicht
meines lieben Vaters bin.van mijn geliefde vader sta.

7. Koraal

Ach Herr, laß dein lieb EngeleinAch Heer, laat uw lieve engeltjes
am letzten End die Seele meinaan het eind van mijn leven mijn ziel
in Abrahams Schoß tragen,naar Abrahams schoot toe dragen.
den Leib in seim SchlafkämmerleinLaat mijn lichaam in zijn slaapkamertje
gar sanft ohn einge Qual und Peinzacht en zonder enige kwelling en pijn
ruhn bis am jüngsten Tage!rusten tot de Jongste Dag!
Alsdenn vom Tod erwecke mich,Wek mij dán op uit de dood,
daß meine Augen sehen dichopdat mijn ogen u zien,
in aller Freud, o Gottes Sohn,in alle vreugde, o Zoon van God,
mein Heiland und Genadenthron!mijn Heiland en genadetroon!
Herr Jesu Christ,Heer Jezus Christus,
erhöre mich, erhöre mich,verhoor mij, verhoor mij,
ich will dich preisen ewiglich!ik zal u eeuwig prijzen.
  
Libretto: Christian Friedrich Henrici (alias Picander) Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Koor

»Man singet mit Freuden vom Sieg
in den Hütten der Gerechten:
Die Rechte des Herrn behält den Sieg,
die Rechte des Herrn ist erhöhet,
die Rechte des Herrn behält den Sieg.«

2. Aria (B)

Kraft und Stärke sei gesungen
Gott, dem Lamme, das bezwungen
und den Satanas verjagt,
der uns Tag und Nacht verklagt.
Ehr und Sieg ist auf die Frommen
durch des Lammes Blut gekommen.

3. Recitatief (A)

Ich fürchte mich
vor tausend Feinden nicht,
denn Gottes Engel lagern sich
um meine Seiten her;
wenn alles fällt, wenn alles bricht,
so bin ich doch in Ruhe.
Wie wär es möglich zu verzagen?
Gott schickt mir ferner Roß und Wagen
und ganze Herden Engel zu.

4. Aria (S)

Gottes Engel weichen nie,
sie sind bei mir allerenden.
Wenn ich schlafe, wachen sie,
wenn ich gehe,
wenn ich stehe,
tragen sie mich auf den Händen.

5. Recitatief (T)

Ich danke dir, mein lieber Gott, dafür;
dabei verleihe mir,
daß ich mein sündlich Tun bereue,
daß sich mein Engel drüber freue,
damit er mich an meinem Sterbetage
in deinen Schoß zum Himmel trage.

6. Aria / Duet (A, T)

Seid wachsam, ihr heiligen Wächter,
die Nacht ist schier dahin.
Ich sehne mich und ruhe nicht,
bis ich vor dem Angesicht
meines lieben Vaters bin.

7. Koraal

Ach Herr, laß dein lieb Engelein
am letzten End die Seele mein
in Abrahams Schoß tragen,
den Leib in seim Schlafkämmerlein
gar sanft ohn einge Qual und Pein
ruhn bis am jüngsten Tage!
Alsdenn vom Tod erwecke mich,
daß meine Augen sehen dich
in aller Freud, o Gottes Sohn,
mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ,
erhöre mich, erhöre mich,
ich will dich preisen ewiglich!



Libretto: Christian Friedrich Henrici (alias Picander)
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

'Men zingt met vreugde over de overwinning
in de tenten van de rechtvaardigen.
De rechterhand van de Heer behaalt de overwinning,
de rechterhand van de Heer is verhoogd,
de rechterhand van de Heer behaalt de overwinning.'

2. Aria (B)

Laten wij kracht en sterkte toezingen
aan God, het Lam dat de Satan heeft
bedwongen en verjaagd,
de Satan die ons dag en nacht aanklaagt.
Eer en overwinning hebben de vromen
ontvangen door het bloed van het Lam.

3. Recitatief (A)

Ik vrees nog geen
duizend vijanden,
want Gods engelen zijn
om mij heen gelegerd;
als alles valt, als alles breekt,
ben ik toch rustig.
Hoe zou ik de moed kunnen verliezen?
God stuurt ook nog paard en wagen
en hele scharen engelen naar me toe.

4. Aria (S)

Gods engelen verlaten mij nooit,
zij zijn overal bij mij.
Als ik slaap, waken zij,
als ik ga,
als ik sta,
dragen ze mij op hun handen.

5. Recitatief (T)

Ik dank u daarvoor, lieve God;
geef daarbij
dat ik berouw heb van mijn zondig handelen,
dat mijn engel zich daarover verheugt,
zodat hij mij op mijn sterfdag
naar de hemel draagt, naar uw schoot.

6. Aria / Duet (A, T)

Wees waakzaam, heilige wachters,
de nacht is bijna voorbij.
Ik verlang en zal niet rusten
voordat ik voor het aangezicht
van mijn geliefde vader sta.

7. Koraal

Ach Heer, laat uw lieve engeltjes
aan het eind van mijn leven mijn ziel
naar Abrahams schoot toe dragen.
Laat mijn lichaam in zijn slaapkamertje
zacht en zonder enige kwelling en pijn
rusten tot de Jongste Dag!
Wek mij dán op uit de dood,
opdat mijn ogen u zien,
in alle vreugde, o Zoon van God,
mijn Heiland en genadetroon!
Heer Jezus Christus, 
verhoor mij, verhoor mij,
ik zal u eeuwig prijzen.


		Vertaling: Ria van Hengel