naar de bespreking van BWV 119

Preise, Jerusalem, den Herrn (BWV 119)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

»Preise, Jerusalem, den Herrn,'Prijs de Heer, Jeruzalem,
lobe, Zion, deinen Gott;loof uw God, Sion,
denn er machet fest die Riegel deiner Torewant hij maakt de grendels van uw poorten sterk
und segnet deine Kinder drinnen,en zegent uw kinderen daarbinnen;
er schaffet deinen Grenzen Friede.«hij geeft uw grenzen vrede.'

2. Recitatief (T)

Gesegnet Land! glückselge Stadt!Gezegend land! gelukzalige stad!
wo selbst der Herr sein Herd und Feuer hat.waar de Heer zelf zijn haard en zijn vuur heeft.
Wie kann Gott besser lohnen,Hoe kan God beter weldoen
als wo er Ehre läßt in einem Lande wohnen;dan door eer in een land te laten wonen;
wie kann er eine Stadthoe kan hij een stad
mit reicherm Nachdruck segnen,met rijkere nadruk zegenen
als wo er Güt und Treudan door goedheid en trouw
einander läßt begegnen.elkaar te laten ontmoeten.
Wo er Gerechtigkeit und FriedeDoordat hij heeft gezworen
zu küssen niemals müde,het nooit moe te zullen worden
nicht müde, niemals sattgerechtigheid en vrede te kussen
zu werden teuer verheißen,en die belofte
auch in der Tat erfüllet hat,inderdaad ook heeft vervuld,
da ist der Schluß gemacht:moeten wij wel concluderen:
Gesegnet Land! glückselge Stadt!Gezegend land! gelukzalige stad!

3. Aria (T)

Wohl dir, du Volk der Linden, Gelukkig ben je, o volk van Leipzig,
wohl dir, du hast es gut, gelukkig ben je, je hebt het goed,
wie viel an Gottes Segen hoeveel zegen
und seiner Huld gelegen, en genade van God,
die überschwenglich tut, die overvloedig is
kannst du an dir befinden, kun je bij jezelf constateren,
wohl dir, du Volk der Linden, gelukkig ben je, o volk van Leipzig,
wohl dir, du hast es gut.gelukkig ben je, je hebt het goed.

4. Recitatief (B)

So herrlich stehst du, liebe Stadt! Je staat daar zo heerlijk, lieve stad!
Du Volk! das Gott zum Erbteil sich erwählet hat. O volk, dat God zich tot erfdeel heeft verkozen.
Doch wohl! und aber wohl! Maar gelukkig ben je, en nog eens: gelukkig ben je
wo mans zu Herzen fassen und recht erkennen will, als je ter harte wilt nemen en echt wilt inzien
durch wen der Herr den Segen wachsen lassen. door wie de Heer de zegen laat groeien.
Ja! was bedarf es viel, Ja! wat is er dan nog nodig,
das Zeugnis ist schon da, het getuigenis is er al,
Herz und Gewissen wird uns überzeugen, hart en geweten zullen ons overtuigen
daß, was wir Gutes bei uns sehn, dat wat wij bij ons aan goeds zien behalve
nächst Gott durch kluge Obrigkeit door God ook door een verstandige overheid
und durch ihr weises Regiment geschehn. en haar wijze bestuur tot stand is gekomen.
Drum sei, geliebtes Volk, Wees daarom bereid
zu treuem Dank bereit, tot trouwe dank, geliefd volk,
sonst würden auch davon anders zouden ook je muren
nicht deine Mauren schweigen.er niet over zwijgen.

5. Aria (A)

Die Obrigkeit ist Gottes Gabe,De overheid is Gods gave,
ja selber Gottes Ebenbild.ja, zelfs Gods evenbeeld.
Wer ihre Macht nicht will ermessen,Wie haar macht niet wil erkennen,
der muß auch Gottes gar vergessen,die moet ook die van God vergeten,
wie würde sonst sein Wort erfüllt.hoe zou anders zijn woord worden vervuld.

6. Recitatief (S)

Nun! wir erkennen es und bringen dir,Goed, wij erkennen het en brengen u,
o höchster Gott,o hoogste God,
ein Opfer unsers Danks dafür.daarvoor een offer van onze dank.
Zumal nachdem der heutge Tag,Vooral nadat de dag van vandaag,
der Tag, den uns der Herr gemacht,de dag die de Heer voor ons heeft gemaakt,
euch, teure Väter,u, dierbare vaderen,
teils von eurer Last entbunden,gedeeltelijk van uw last heeft bevrijd,
teils auch auf euchu gedeeltelijk ook
schlaflose Sorgenstundenslapeloze uren van zorg heeft gebracht
bei einer neuen Wahl gebracht,bij een nieuwe verkiezing,
so seufzt ein treues Volkzucht een getrouw volk
mit Herz und Mund zugleich:met hart en mond tegelijk:

7. Koor

Der Herr hat Guts an uns getan,De Heer heeft ons welgedaan,
des sind wir alle fröhlich.daarom zijn wij allemaal vrolijk.
Er seh die teuren Väter anMoge hij de dierbare vaderen aanzien
und halte auf unzähligen nog ontelbare
und späte, lange Jahre ‘nauslate lange jaren
in ihren Regimente Haus,aanwezig blijven in hun regering,
so wollen wir ihn preisen.dan willen wij hem prijzen.

8. Recitatief (A)

Zuletzt! Eindelijk!
Da du uns, Herr, zu deinem Volk gesetzt, Omdat u ons, Heer tot uw volk hebt gemaakt,
so laß von deinen Frommen laat nog slechts een armzalig gebed
nur noch ein arm Gebet vor deine Ohren kommen; van uw vromen uw oren bereiken;
und höre! ja, erhöre, en hoor, ja, verhoor,
der Mund, das Herz und Seele seufzet sehre.de mond, het hart en de ziel zuchten zwaar.

9. Koraal

Hilf deinem Volk, Herr Jesu Christ, Help uw volk, Heer Jezus Christus,
und segne, was dein Erbteil ist, en zegen wat uw erfdeel is,
wart und pfleg ihr’r zu aller Zeit onderhoud en verzorg hen te allen tijde
und heb sie hoch in Ewigkeit. Amen.en verhef hen in eeuwigheid. Amen.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Koor

»Preise, Jerusalem, den Herrn,
lobe, Zion, deinen Gott;
denn er machet fest die Riegel deiner Tore
und segnet deine Kinder drinnen,
er schaffet deinen Grenzen Friede.«

2. Recitatief (T)

Gesegnet Land! glückselge Stadt!
wo selbst der Herr sein Herd und Feuer hat.
Wie kann Gott besser lohnen,
als wo er Ehre läßt in einem Lande wohnen;
wie kann er eine Stadt
mit reicherm Nachdruck segnen,
als wo er Güt und Treu
einander läßt begegnen.
Wo er Gerechtigkeit und Friede
zu küssen niemals müde,
nicht müde, niemals satt
zu werden teuer verheißen,
auch in der Tat erfüllet hat,
da ist der Schluß gemacht:
Gesegnet Land! glückselge Stadt!

3. Aria (T)

Wohl dir, du Volk der Linden,
wohl dir, du hast es gut,
wie viel an Gottes Segen
und seiner Huld gelegen,
die überschwenglich tut,
kannst du an dir befinden,
wohl dir, du Volk der Linden,
wohl dir, du hast es gut.

4. Recitatief (B)

So herrlich stehst du, liebe Stadt!
Du Volk! das Gott zum Erbteil sich erwählet hat.
Doch wohl! und aber wohl!
wo mans zu Herzen fassen und recht erkennen will,
durch wen der Herr den Segen wachsen lassen.
Ja! was bedarf es viel,
das Zeugnis ist schon da,
Herz und Gewissen wird uns überzeugen,
daß, was wir Gutes bei uns sehn,
nächst Gott durch kluge Obrigkeit
und durch ihr weises Regiment geschehn.
Drum sei, geliebtes Volk,
zu treuem Dank bereit,
sonst würden auch davon
nicht deine Mauren schweigen.

5. Aria (A)

Die Obrigkeit ist Gottes Gabe,
ja selber Gottes Ebenbild.
  Wer ihre Macht nicht will ermessen,
  der muß auch Gottes gar vergessen,
  wie würde sonst sein Wort erfüllt.

6. Recitatief (S)

Nun! wir erkennen es und bringen dir,
o höchster Gott,
ein Opfer unsers Danks dafür.
Zumal nachdem der heutge Tag,
der Tag, den uns der Herr gemacht,
euch, teure Väter,
teils von eurer Last entbunden,
teils auch auf euch
schlaflose Sorgenstunden
bei einer neuen Wahl gebracht,
so seufzt ein treues Volk
mit Herz und Mund zugleich:

7. Koor

Der Herr hat Guts an uns getan,
des sind wir alle fröhlich.
  Er seh die teuren Väter an
  und halte auf unzählig
  und späte, lange Jahre ‘naus
  in ihren Regimente Haus,
  so wollen wir ihn preisen.

8. Recitatief (A)

Zuletzt!
Da du uns, Herr, zu deinem Volk gesetzt,
so laß von deinen Frommen
nur noch ein arm Gebet vor deine Ohren kommen;
und höre! ja, erhöre,
der Mund, das Herz und Seele seufzet sehre.

9. Koraal

Hilf deinem Volk, Herr Jesu Christ,
und segne, was dein Erbteil ist,
wart und pfleg ihr’r zu aller Zeit
und heb sie hoch in Ewigkeit. Amen.


Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor

'Prijs de Heer, Jeruzalem, 
loof uw God, Sion,
want hij maakt de grendels van uw poorten sterk
en zegent uw kinderen daarbinnen;
hij geeft uw grenzen vrede.'

2. Recitatief (T)

Gezegend land! gelukzalige stad!
waar de Heer zelf zijn haard en zijn vuur heeft.
Hoe kan God beter weldoen
dan door eer in een land te laten wonen;
hoe kan hij een stad
met rijkere nadruk zegenen
dan door goedheid en trouw 
elkaar te laten ontmoeten.
Doordat hij heeft gezworen
het nooit moe te zullen worden
gerechtigheid en vrede te kussen
en die belofte 
inderdaad ook heeft vervuld,
moeten wij wel concluderen:
Gezegend land! gelukzalige stad!

3. Aria (T)

Gelukkig ben je, o volk van Leipzig,
gelukkig ben je, je hebt het goed,
hoeveel zegen
en genade van God,
die overvloedig is
kun je bij jezelf constateren,
gelukkig ben je, o volk van Leipzig,
gelukkig ben je, je hebt het goed.

4. Recitatief (B)

Je staat daar zo heerlijk, lieve stad!
O volk, dat God zich tot erfdeel heeft verkozen.
Maar gelukkig ben je, en nog eens: gelukkig ben je
als je ter harte wilt nemen en echt wilt inzien
door wie de Heer de zegen laat groeien.
Ja! wat is er dan nog nodig,
het getuigenis is er al,
hart en geweten zullen ons overtuigen
dat wat wij bij ons aan goeds zien behalve 
door God ook door een verstandige overheid
en haar wijze bestuur tot stand is gekomen.
Wees daarom bereid 
tot trouwe dank, geliefd volk,
anders zouden ook je muren 
er niet over zwijgen.

5. Aria (A)

De overheid is Gods gave,
ja, zelfs Gods evenbeeld.
Wie haar macht niet wil erkennen,
die moet ook die van God vergeten,
hoe zou anders zijn woord worden vervuld.

6. Recitatief (S)

Goed, wij erkennen het en brengen u,
o hoogste God, 
daarvoor een offer van onze dank.
Vooral nadat de dag van vandaag,
de dag die de Heer voor ons heeft gemaakt,
u, dierbare vaderen, 
gedeeltelijk van uw last heeft bevrijd, 
u gedeeltelijk ook
slapeloze uren van zorg heeft gebracht
bij een nieuwe verkiezing,
zucht een getrouw volk 
met hart en mond tegelijk:

7. Koor

De Heer heeft ons welgedaan,
daarom zijn wij allemaal vrolijk.
Moge hij de dierbare vaderen aanzien
en nog ontelbare
late lange jaren
aanwezig blijven in hun regering,
dan willen wij hem prijzen.

8. Recitatief (A)

Eindelijk!
Omdat u ons, Heer tot uw volk hebt gemaakt,
laat nog slechts een armzalig gebed
van uw vromen uw oren bereiken;
en hoor, ja, verhoor,
de mond, het hart en de ziel zuchten zwaar.

9. Koraal

Help uw volk, Heer Jezus Christus,
en zegen wat uw erfdeel is,
onderhoud en verzorg hen te allen tijde
en verhef hen in eeuwigheid. Amen.


		Vertaling: Ria van Hengel