naar de bespreking van BWV 1164

Ich lasse dich nicht (BWV 1164)

Johann Sebastian Bach

Deel 1

Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn, Ik laat u niet gaan, tenzij u mij zegent,
mein Jesu!mijn Jezus!

Deel 2

Weil du mein Gott und Vater bist, Omdat u mijn God en Vader bent,
dein Kind wirst du verlassen nicht. zult u uw kind niet verlaten.
Du väterliches Herz! O vaderhart.
Ich bin ein armer Erdenkloß Ik ben een arm nietig schepsel,
auf Erden weiß ich keinen Trostop aarde ken ik geen troost.

Slotkoraal

(1788)
13. Dir, Jesu, Gottes Sohn, sei Preis, Ik wil u prijzen Jezus, zoon van God,
daß ich aus deinem Worte weiß, omdat ik uit uw woord weet
was ewig selig macht! wat eeuwig zalig maakt.
Gib das ich nun auch fest und treu Geef dat ik nu ook standvastig en trouw
in diesem meinem Glauben sei. in dat geloof zal zijn.

14. Ich bringe Lob und Ehre dir, Ik breng u lof en eer
daß du ein ewig Heil auch mir omdat u ook voor mij een eeuwig heil
durch deinen Tod erwarbst. hebt verworven door uw dood.
Herr, dieses Heil gewähre mir, Heer, geef mij dat heil
und ewig, ewig dank ich dir. en ik zal u eeuwig, eeuwig danken.


Oude tekst
13. Ich dank dir, Christe, Gottes Sohn, Ik dank u, Christus, zoon van God
daß du mich solchs erkennen lan dat u mij dit laat weten
durch dein göttliches Word; door uw goddelijke woord;
verleih mir auch Beständigkeit verleen mij ook bestendigheid
zu meiner Seelen Seligkeit. tot heil van mijn ziel.

14. Lob, Ehr und Preis sei dir gesagt Ik wil u loven, eren en prijzen
fur alle dein erzeigt Wohltat, voor alle weldaden die u mij hebt bewezen,
und bitt demutiglich, lass mich nicht en vraag u deemoedig, laat mij niet
von dein'm Angesicht voor eeuwig
verstosen werden ewiglich.van uw aangezicht worden verstoten.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

Deel 1

Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn,
mein Jesu!

Deel 2

Weil du mein Gott und Vater bist,
dein Kind wirst du verlassen nicht.
Du väterliches Herz!
Ich bin ein armer Erdenkloß
auf Erden weiß ich keinen Trost

Slotkoraal

(1788)
13. Dir, Jesu, Gottes Sohn, sei Preis,
daß ich aus deinem Worte weiß,
was ewig selig macht!
Gib das ich nun auch fest und treu
in diesem meinem Glauben sei.   

14. Ich bringe Lob und Ehre dir,
daß du ein ewig Heil auch mir
durch deinen Tod erwarbst.
Herr, dieses Heil gewähre mir,
und ewig, ewig dank ich dir.

 Oude tekst
 13. Ich dank dir, Christe, Gottes Sohn,
 daß du mich solchs erkennen lan
 durch dein göttliches Word;
 verleih mir auch Beständigkeit
 zu meiner Seelen Seligkeit.

 14. Lob, Ehr und Preis sei dir gesagt
 fur alle dein erzeigt Wohltat,
 und bitt demutiglich, lass mich nicht
 von dein'm Angesicht
 verstosen werden ewiglich.


Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

Deel 1

Ik laat u niet gaan, tenzij u mij zegent,
mijn Jezus!

Deel 2

Omdat u mijn God en Vader bent,
zult u uw kind niet verlaten.
O vaderhart.
Ik ben een arm nietig schepsel,
op aarde ken ik geen troost.

Slotkoraal


Ik wil u prijzen Jezus, zoon van God,
omdat ik uit uw woord weet
wat eeuwig zalig maakt.
Geef dat ik nu ook standvastig en trouw
in dat geloof zal zijn. 

Ik breng u lof en eer
omdat u ook voor mij een eeuwig heil
hebt verworven door uw dood.
Heer, geef mij dat heil
en ik zal u eeuwig, eeuwig danken. 


 Ik dank u, Christus, zoon van God
 dat u mij dit laat weten
 door uw goddelijke woord;
 verleen mij ook bestendigheid
 tot heil van mijn ziel. 

 Ik wil u loven, eren en prijzen
 voor alle weldaden die u mij hebt bewezen,
 en vraag u deemoedig, laat mij niet
 voor eeuwig
 van uw aangezicht worden verstoten.


		Vertaling: Ria van Hengel