naar de bespreking van BWV 112

Der Herr ist mein getreuer Hirt (BWV 112)

Johann Sebastian Bach

1. (Vs 1) Koor

Der Herr ist mein getreuer Hirt,De Heer is mijn getrouwe herder,
hält mich in seiner Hute,hij houdt mij in zijn hoede;
darin mir gar nichts mangeln wirdzodat het mij aan niets zal ontbreken,
irgend an einem Gute.aan geen enkel goed.
Er weidet mich ohn Unterlaß,Hij doet mij almaar door grazen
darauf wächst das wohlschmeckend Grasdaar waar het goed smakende gras
seines heilsamen Wortes.van zijn heilzaam woord groeit.

2. (Vs 2) Aria (A)

Zum reinen Wasser er mich weist,Naar zuiver water wijst hij mij,
das mich erquicken tue.dat mij verkwikking brengt.
Das ist sein fronheiliger Geist,Het is zijn Geest die heilig is,
der macht mich wohlgemute.die maakt mij welgemoed.
Er führet mich auf rechter StraßHij leidt mij over het rechte pad
seiner Geboten ohn Ablaßvan zijn geboden zonder af te wijken,
von wegen seines Namens willen.omwille van zijn naam.

3. (Vs 3) Recitatief (B)

Und ob ich wandert im finstern Tal,En al ging ik door een donker dal,
fürcht ich kein Ungelückeik vrees geen kwaad
in Verfolgung, Leiden, Trübsalin vervolging, lijden, tegenspoed
und dieser Welte Tücke:en in de gemeenheid van deze wereld:
denn du bist bei mir stetiglich,want gij zijt altijd bij mij,
dein Stab und Stecken trösten mich,uw stok en uw staf vertroosten mij,
auf dein Wort ich mich lasse.aan uw woord vertrouw ik mij toe.

4. (Vs 4) Aria / Duet (S, T)

Du bereitest für mir einen TischGij richt voor mij een dis aan
für mein’ Feinden allenthalben,voor het oog van mijn vijanden rondom,
machst mein Herze unverzagt und frisch,gij maakt mij onbevreesd en fris.
mein Haupt tust du mir salbenU zalft mijn hoofd
mit deinem Geist, der Freuden Öl,met uw Geest, met vreugde-olie,
und schenkest voll ein meiner Seelen schenkt mijn ziel vol
deiner geistlichen Freuden.met uw geestelijke vreugde.

5. (Versus Ultimus) Koraal

Gutes und die BarmherzigkeitGoedheid en barmhartigheid
folgen mir nach im Leben,volgen mij mijn levensdagen,
und ich werd bleiben allezeiten ik zal altijd verblijven
im Haus des Herren eben,in het huis van de Heer,
auf Erd in christlicher Gemein,op aarde in de gemeente van Christus
und nach dem Tod da werd ich seinen na de dood dan zal ik
bei Christo, meinem Herren.bij Christus mijn Heer zijn.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Jaap van der Laan

Kale tekst origineel

1. (Vs 1) Koor

Der Herr ist mein getreuer Hirt,
hält mich in seiner Hute,
darin mir gar nichts mangeln wird
irgend an einem Gute.
Er weidet mich ohn Unterlaß,
darauf wächst das wohlschmeckend Gras
seines heilsamen Wortes.


2. (Vs 2) Aria (A)

Zum reinen Wasser er mich weist,
das mich erquicken tue.
Das ist sein fronheiliger Geist,
der macht mich wohlgemute.
Er führet mich auf rechter Straß
seiner Geboten ohn Ablaß
von wegen seines Namens willen.


3. (Vs 3) Recitatief (B)

Und ob ich wandert im finstern Tal,
fürcht ich kein Ungelücke
in Verfolgung, Leiden, Trübsal
und dieser Welte Tücke:
denn du bist bei mir stetiglich,
dein Stab und Stecken trösten mich,
auf dein Wort ich mich lasse.


4. (Vs 4) Aria / Duet (S, T)

Du bereitest für mir einen Tisch
für mein’ Feinden allenthalben,
machst mein Herze unverzagt und frisch,
mein Haupt tust du mir salben
mit deinem Geist, der Freuden Öl,
und schenkest voll ein meiner Seel
deiner geistlichen Freuden.


5. (Versus Ultimus) Koraal

Gutes und die Barmherzigkeit
folgen mir nach im Leben,
und ich werd bleiben allezeit
im Haus des Herren eben,
auf Erd in christlicher Gemein,
und nach dem Tod da werd ich sein
bei Christo, meinem Herren.


Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. (Vs 1) Koor

De Heer is mijn getrouwe herder,
hij houdt mij in zijn hoede;
zodat het mij aan niets zal ontbreken,
aan geen enkel goed.
Hij doet mij almaar door grazen
daar waar het goed smakende gras
van zijn heilzaam woord groeit.

2. (Vs 2) Aria (A)

Naar zuiver water wijst hij mij,
dat mij verkwikking brengt.
Het is zijn Geest die heilig is,
die maakt mij welgemoed.
Hij leidt mij over het rechte pad
van zijn geboden zonder af te wijken,
omwille van zijn naam.

3. (Vs 3) Recitatief (B)

En al ging ik door een donker dal,
ik vrees geen kwaad
in vervolging, lijden, tegenspoed
en in de gemeenheid van deze wereld:
want gij zijt altijd bij mij,
uw stok en uw staf vertroosten mij,
aan uw woord vertrouw ik mij toe.

4. (Vs 4) Aria / Duet (S, T)

Gij richt voor mij een dis aan
voor het oog van mijn vijanden rondom,
gij maakt mij onbevreesd en fris.
U zalft mijn hoofd
met uw Geest, met vreugde-olie,
en schenkt mijn ziel vol
met uw geestelijke vreugde.


5. (Versus Ultimus) Koraal

Goedheid en barmhartigheid
volgen mij mijn levensdagen,
en ik zal altijd verblijven
in het huis van de Heer,
op aarde in de gemeente van Christus
en na de dood dan zal ik
bij Christus mijn Heer zijn.


		Vertaling: Jaap van der Laan