naar de bespreking van BWV 104

Du Hirte Israel, höre (BWV 104)

Johann Sebastian Bach

1. Koor

»Du Hirte Israel, höre, Herder van Israël, luister,
der du Joseph hütest wie der Schafe, erscheine, u die Jozef hoedde als schapen, verschijn,
der du sitzest über Cherubim.«u die troont boven de cherubs.

2. Recitatief (T)

Der höchste Hirte sorgt vor mich,De hoogste herder zorgt voor mij,
was nützen meine Sorgen?wat baten mij mijn zorgen?
Es wird ja alle MorgenElke morgen vernieuwt zich immers
des Hirtens Güte neu.de goedheid van de herder.
Mein Herz, so fasse dich,Dus bedaar, mijn hart,
Gott ist getreu.God is getrouw.

3. Aria (T)

Verbirgt mein Hirte sich zu lange,Als mijn herder zich te lang verbergt,
macht mir die Wüste allzu bange,als de woestijn mij al te bang maakt,
mein schwacher Schritt eilt dennoch fort.haasten mijn zwakke schreden zich toch voort.
Mein Mund schreit nach dir,Mijn mond roept om u,
und du, mein Hirte, wirkst in miren u, mijn herder, bewerkt in mij
ein gläubig Abba durch dein Wort.een gelovig Abba [Vader] door uw woord.

4. Recitatief (B)

Ja, dieses Wort ist meiner Seelen Speise, Ja, dit woord is voedsel voor mijn ziel,
ein Labsal meiner Brust, een verkwikking voor mijn hart,
die Weide, die ich meine Lust, de weide die ik mijn vreugde,
des Himmels Vorschmack, de voorsmaak van de hemel,
ja, mein alles heiße. ja, mijn alles noem.
Ach! sammle nur, o guter Hirte, Ach, goede herder, verzamel toch
uns Arme und Verirrte; ons armen en verdoolden;
ach laß den Weg nur bald geendet sein ach, laat de tocht nu snel afgelopen zijn
und führe uns in deinen Schafstall ein!en breng ons in uw schaapskooi!

5. Aria (B)

Beglückte Herde, Jesu Schafe, Gelukkige kudde, schapen van Jezus,
die Welt ist euch ein Himmelreich. de wereld is voor jullie een hemelrijk.
Hier schmeckt ihr Jesu Güte schon Hier genieten jullie Jezus' goedheid al
und hoffet noch en ook mogen jullie hopen
des Glaubens Lohn op het loon voor het geloof
nach einem sanften Todesschlafe.na een zachte doodsslaap.

6. Koraal

Der Herr ist mein getreuer Hirt,De Heer is mijn trouwe herder,
dem ich mich ganz vertraue,aan wie ik mij geheel toevertrouw,
zur Weid er mich, sein Schäflein, führt,hij leidt mij, zijn schaapje,
auf schöner grünen Aue,naar mooie groene weiden,
zum frischen Wasser leit' er mich,naar fris water brengt hij mij,
mein Seel zu laben kräftiglichom mijn ziel krachtig te laven
durchs selig Wort der Gnaden.met het zalige genadewoord.
  
Libretto: onbekend Vertaling: Ria van Hengel

Kale tekst origineel

1. Koor 

»Du Hirte Israel, höre,
der du Joseph hütest wie der Schafe, erscheine, 
der du sitzest über Cherubim.«

2. Recitatief (T) 

Der höchste Hirte sorgt vor mich,
was nützen meine Sorgen?
Es wird ja alle Morgen
des Hirtens Güte neu.
Mein Herz, so fasse dich,
Gott ist getreu.

3. Aria (T) 

Verbirgt mein Hirte sich zu lange,
macht mir die Wüste allzu bange,
mein schwacher Schritt eilt dennoch fort.
  Mein Mund schreit nach dir,
  und du, mein Hirte, wirkst in mir
  ein gläubig Abba durch dein Wort.

4. Recitatief (B) 

Ja, dieses Wort ist meiner Seelen Speise,
ein Labsal meiner Brust,
die Weide, die ich meine Lust,
des Himmels Vorschmack,
ja, mein alles heiße.
Ach! sammle nur, o guter Hirte,
uns Arme und Verirrte;
ach laß den Weg nur bald geendet sein
und führe uns in deinen Schafstall ein!

5. Aria (B) 

Beglückte Herde, Jesu Schafe,
die Welt ist euch ein Himmelreich.
  Hier schmeckt ihr Jesu Güte schon
  und hoffet noch 
  des Glaubens Lohn
  nach einem sanften Todesschlafe.

6. Koraal

Der Herr ist mein getreuer Hirt,
dem ich mich ganz vertraue,
zur Weid er mich, sein Schäflein, führt,
auf schöner grünen Aue,
zum frischen Wasser leit' er mich,
mein Seel zu laben kräftiglich
durchs selig Wort der Gnaden.




Libretto: onbekend
	

Kale tekst Nederlandse vertaling

1. Koor 

Herder van Israël, luister,
u die Jozef hoedde als schapen, verschijn,
u die troont boven de cherubs.

2. Recitatief (T) 

De hoogste herder zorgt voor mij,
wat baten mij mijn zorgen?
Elke morgen vernieuwt zich immers
de goedheid van de herder.
Dus bedaar, mijn hart,
God is getrouw.

3. Aria (T) 

Als mijn herder zich te lang verbergt,
als de woestijn mij al te bang maakt,
haasten mijn zwakke schreden zich toch voort.
Mijn mond roept om u,
en u, mijn herder, bewerkt in mij
een gelovig Abba [Vader] door uw woord.

4. Recitatief (B) 

Ja, dit woord is voedsel voor mijn ziel,
een verkwikking voor mijn hart,
de weide die ik mijn vreugde,
de voorsmaak van de hemel,
ja, mijn alles noem.
Ach, goede herder, verzamel toch
ons armen en verdoolden;
ach, laat de tocht nu snel afgelopen zijn
en breng ons in uw schaapskooi!

5. Aria (B) 

Gelukkige kudde, schapen van Jezus,
de wereld is voor jullie een hemelrijk.
Hier genieten jullie Jezus' goedheid al
en ook mogen jullie hopen 
op het loon voor het geloof
na een zachte doodsslaap.

6. Koraal

De Heer is mijn trouwe herder,
aan wie ik mij geheel toevertrouw,
hij leidt mij, zijn schaapje,
naar mooie groene weiden,
naar fris water brengt hij mij,
om mijn ziel krachtig te laven
met het zalige genadewoord.


		Vertaling: Ria van Hengel