Et incarnatus: an afterthought?


Against the 'revisionist' view of Bach's B-minor Mass
Eduard van Hengel, Kees van Houten, 's-Hertogenbosch/Boxtel, The Netherlands

 

   Abstract
    In this article we argue against the current view that the separate choral Et incarnatus of Bach's B-minor mass was an afterthought. Considerations of symmetry, tonal structure and catholic mass-composing tradition, reinforced by observations on the autograph and a musical analysis of the Et in unum duet and its parody indicate that Bach must have planned the independent Et incarnatus from the beginning. We contend that Bach deliberately inserted it in the autograph on an extractable leaf to provide his missa tota with alternative performing options, lutheran and roman-catholic. A supra-denominational performance however, in line with Bach's old-age universalist orientations, avoids the structural and musical weaknesses of both confessional alternatives. A change in the prevailing performing practice seems to be justified.

 

Aldus titel en samenvatting van het artikel dat april 2004 verscheen in The Journal of Musicological Research 23(2004)1, 81-112 (aanwezig te Groningen (UB), Utrecht (UB), Amsterdam (OB) en Den Haag (KB)).
Ik schreef het stuk op basis van een aantal ideeën die Kees van Houten, niet zonder mijn medewerking trouwens, ontwikkelde en die voor het eerst - vanuit mijn perspectief: in ruwe vorm - zijn gepubliceerd in Kees' omvangrijke boek over de Hohe Messe.
Mijn stuk (ong. 30 pagina's, honderd voetnoten, 42 bronnen en 18 illustraties en muziekvoorbeelden) bespreekt de praktische kwestie welk van de twee versies van het Et in unum-duet dient te worden uitgevoerd, en waarom Bach het Et incarnatus op een los blad in de partituur invoegde. De gangbare (door ons 'revisionistisch' gedoopte) opvatting luidt dat Bach pas achteraf, na voltooiing van zijn Hohe Messe besloot het achtdelige Credo uit te breiden tot negen delen met een zelfstandig koorgedeelte op de tekst Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria virgine, et homo factus est en daarom de vocale partijen van het voorafgaande duet (waarvan deze tekst aanvankelijk deel uitmaakte) moest herzien.
Wij bestrijden deze voor de hand liggende musicologische consensus met de volgende argumenten.

  1.  Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Bach zijn, zo overduidelijk van het begin af symmetrisch geconcipieerde Credo ooit met een even aantal (nl acht) delen zou hebben ontworpen. Symmetrische constructies, gebouwd dan wel gecomponeerd (ook bij Bach), hebben namelijk altijd een oneven aantal delen/secties waardoor zij de blik leiden naar ''iets'' dat in het midden staat; in het Credo: het Crucifixus. [Even tijd voor enkele plaatjes van gebouwen die de struktuur van het Credo uitbeelden; van links naar rechts Huis ten Bosch, het stadhuis van 's-Hertogenbosch en Kasteel Eerde.]

     

     

  2. De delen van de Hohe Messe staan in zes verschillende toonsoorten, overwegend echter in D-groot. In buitenlanden wordt de naam van de Hohe Messe verbonden met de toonsoort b-klein (B-minor Mass, H-moll Messe), de kleine terts-parallel van D-groot, omdat dit de toonsoort is van het eerste Kyrie. Het is buitengewoon onwaarschijnlijk dat Bach ooit een meerdelig Credo zou hebben ontworpen zonder een deel in de toonsoort b-klein; die toonsoort is namelijk vertegenwoordigd in alle andere delen van de Hohe Messe (Kyrie, Gloria, Sanctus t/m Dona nobis pacem), in het Credo echter alleen door het Et incarnatus est. Ook in alle zestig zeven- of meerdelige kantates (op één na) is de kleine terts parallel van de hoofdtoonsoort te vinden.
  3. Het is bovendien hoogst twijfelachtig of Bach echt de muzikaal onbevredigende tweede versie van het duet voor uitvoering verkozen zou hebben. De, in de eerste versie zorgvuldig aangebrachte structuur en de muzikale illustraties van de tekst gaan namelijk verloren in de tweede versie omdat  Bach daar de verkorte tekst uitsmeert over de ongewijzigde instrumentale begeleiding.
  4. Zorgvuldige inspectie van Bachs handschrift (te raadplegen op www.bachdigital.org) laat ook zien dat hij de uitgang van het woord 'incarnatus' op het losse blad anders, vitaler, joyeuzer schrijft dan in de overige, door zijn steeds meer gehandicapt schrijfvermogen getekende pagina's van de Hohe Messe die hij in 1748/49 schreef. Wellicht was het koorgedeelte Et incarnatus juist éérder in plaats van later geschreven en had Bach andere redenen om het los in te voegen. Ook de opvatting dat Bach de vier maten instrumentale inleiding van het, op het Et incarnatus volgende Crucifixus pas later zou hebben toegevoegd bestrijden wij.
  5. Er is wel verondersteld dat Bach pas later een zelfstandig Et incarnatus invoegde omdat hij niet zou hebben geweten dat zulks een vereiste c.q. gewoonte was in een katholiek Credo; bij de woorden et incarnatus est etc pleegt men daar namelijk te knielen. Dat Bach, als geen ander op de hoogte van de compositorische gewoonten in het hem vertrouwde, katholieke Dresden, dat niet geweten zou hebben is echter volstrekt ongeloofwaardig.

Deze katholieke gewoonte levert echter wel de sleutel voor de oplossing van het Et in unum/Et incarnatus-raadsel. Hij zou wel eens dusdanig katholiek kunnen zijn dat hij een specifiek lutherse gevoeligheid raakt en voor lutheranen aanstootgevend is: terwijl katholieken de menswording graag zien als een zelfstandige daad van vergeving, willen lutheranen graag de relatie onderstrepen met de voorafgaande redegevende woorden propter nostram salutem. Bach zou daarom door middel van het losbladige Et incarnatus zijn, boven de confessies uitstijgende Hohe Messe hebben uitgerust met diverse uitvoeringsopties:

- een katholieke, met een zelfstandig koorgedeelte Et incarnatus en een Et in unum-duet zònder die woorden, de tweede versie: muzikaal onbevredigend maar structureel mooi.

- een lutherse, met de Et incarnatus-woorden opgenomen in het duet, de eerste versie, en dus zònder zelfstandig Et incarnatus: muzikaal beter maar structureel onbevredigend. Deze twee confessionele en allebei onbevredigende alternatieven kunnen echter vermeden worden in een post-confessionele of universalistische uitvoering, in overeenstemming met Bachs eigen opvattingen in zijn laatste jaren: de muzikaal bevredigende eerste versie van het Et in unum-duet èn het structureel bevredigende zelfstandig Et incarnatus, waarbij de centrale incarnatie-tekst dus tweemaal wordt vertolkt.

Ga door naar de volledige tekst.