Cantate 195: JSBB als penvoerder van JSB
Cantate 195 bracht Johann Sebastian Brandts Buys nog een stapje verder in het voetspoor van zijn voornaamgenoot Bach.
Zoals elders uitgelegd schreef HBB van alle cantates die hij uitvoerde (en hij voerde ze alle 200 uit) zelf de orkest- en meestal ook de koorpartijen uit. Maar daar bleef het niet bij voor Cantate 195, de huwelijkscantate Dem Gerechten muss das Licht die de meest gespeelde zou worden van het Utrechts Studentenkoor en Orkest (USKO) waarvan HBB in 1945 de eerste dirigent werd, na een clandestiene aanloop gedurende de oorlogsjaren. Cantate BWV 195 werd namelijk - geheel of gedeeltelijk - steevast uitgevoerd bij huwelijken tussen oud-USKOleden, en dat waren er nogal wat.
Bach gaf pas in zijn laatste levensjaren de uiteindelijke vorm aan Cantate 195 door er een tweede deel aan toe te voegen (Post copulationem, na de huwelijkssluiting) waarvan helaas alleen de tekst is overgeleverd. De muziek echter blijkt ontleend te zijn aan c.q. is een ‘parodie' van stukken uit de ons wel bekende Cantate 30a (Angenehmes Wiederau). Dat geldt althans voor het koor en de aria van dat tweede deel. Maar dat bevat ook een recitatief (Hochedles Paar ....), waarvan de muziek - wegens zijn specifieke tekstgebondenheid - nooit een parodie van iets anders kan zijn geweest. Deze muziek lijkt dus definitief verloren en dit recitatief wordt derhalve nooit en nergens uitgevoerd. Brandts Buys echter componeerde er zelf muziek bij, ongetwijfeld trachtend zoveel mogelijk in de stijl en geest van Bach te handelen. Die informele compositie, niet behorend tot Brandts Buys' erkende compositorisch oeuvre, wil ik hier aan de vergetelheid ontrukken, opdat hij nog maar vaak moge worden uitgevoerd.
Eerst: de tekst van het recitatief:
Hochedles Paar, du bist nunmehr verbunden,
itzt warten schon die segensvollen Stunden,
auf dich und dein erhabnes Haus.
Der Höchste sprach durch seines Dieners Mund
itzt über Dich den Segen aus.
er wird gewiß bekleiben
und edle Früchte treiben.
So geht nun hin in Frieden
euch ist ein solches Wohl,
ein dau'rhaft Wohl beschieden
das keine Zeit vermindern soll.
Du aber Herr, laß itzt Gebet und Flehen,
das noch einmal zu deinem Throne steigt,
doch die Erhörung sehen
daß deine Gnade sich zu den Verlobten neigt
Hier ziet u de muziek, met uitgewerkte continuopartij in het handschrift van Hans Brandts Buys
En hier vindt u de muziek, overgezet in zing- en speelbare noten.
Hier hoort u een uitvoering van dit recitatief, een amateuropname van een amateur-uitvoering van een halve eeuw geleden, dus curieus maar niet om te genieten. De destijds inmiddels als tandarts afgestudeerde USKO-tenor Jan Beek zingt tijdens de huwelijksdienst van Riekje Meijerink en Nico Breedveld op 14 mei 1957 te Zwolle.
Een integrale bespreking van Cantate 195 staat in mijn cantatelijst.