Eduard van Hengel

Johann Sebastian Bach vocale werken

De Hohe-Messemanuscripten

Sinds 28 juli 2000, Bachs 250ste sterfdag zijn zijn manuscripten van de Hohe Messe integraal online te raadplegen op de website https://www.bach-digital.de, om precies te zijn

- de te Dresden in 1734 aangeboden partijen van Kyrie en Gloria (D-Dl Mus. 2405-D-21)
- de partituur van de voltooide Messe van 1749  (P.180)

Een aantal pagina's daaruit kunt u hier aanklikken en voorzie ik van enige toelichting.

(Om meer details te zien gebruikt u de vergroot-functie van uw browser: Ctrl+ (groter), Ctrl- (kleiner), Ctrl-0 (100%).
facs 1: het omslag van de in 1733 te Dresden aan August II. aangeboden verzameling stemmen/partijen van de MISSA (= Kyrie + Gloria), met een door een professioneel kalligraaf (G.D.Rausch, Dresden) verzorgde titel en in Bachs handschrift de bezetting, waarbij deze zich vertelt (afb. rechts) en aanvankelijk 18 in plaats van 21 stemmen schrijft.
facs 2  het omslag van deel.2, SYMBOLUM NICENUM (1748/9)

facs1-2 Constateer het verschil in de watermerken. Bach reist juli 1733, bij wijze van spreken met zoon Wilhelm Friedemanns verhuiswagen mee naar Dresden waar deze zojuist is aangesteld als organist aan de Sophiënkirche, en  verwerft daar een pak papier van een type dat hij nooit ergens anders heeft gebruikt, om met zijn familieleden inderhaast uit zijn in Leipzig geconcipieerde partituur de partijen voor het KYRIE en GLORIA uit te schrijven en die vervolgens aan te bieden, waarna hij de partituur weer mee naar huis neemt. Op dit omslag staat dus ook geen "Nr.1" want er bestond nog niets anders. (Zie facs 12-15 voor verder  Dresdens schrijfwerk)
facs 3:  het omslag van deel 3, SANCTUS (1748/9)
facs 4: het omslag van deel 4, OSANNA etc (1748/9)

Let op het verschil tussen het vloeiende en zwierige handschrift van 1733 en het hoekige, onregelmatige handschrift van 1748/9 waarbij de pen vrijwel om de andere letter van het papier loskomt.

facs 5-6: Vergelijk de eerste maten van GRATIAS uit 1733 met dezelfde noten aan het begin van het DONA NOBIS uit 1748/9. De halve noot-met stok-naar-beneden wordt 1733 in één op-en-neergaande beweging geschreven, zoals wij een 9 schrijven, in 1748/9 is het een, aan de bovenzijde kierend rondje, met een los, vaak middenonder geplaatste stok.
facs 6: 1748/9, de pagina waarop Bach het slot van het AGNUS DEI noteert, op twee systemen van drie balken, en direct doorgaat met het begin DONA NOBIS. Maar terwijl de muziek van het DONA NOBIS identiek is aan het (zoals we op voorgaand plaatje zagen) vlot op 6 balken genoteerde GRATIAS, instrumenten verdubbelen immers slechts de vocale partijen, getroost Bach zich in 1748/9 veel moeite om de indruk overeind te houden dat het DONA NOBIS, het eerste koor is na het dubbelkorige OSANNA, ook voor dubbelkoor is: sopranen, alten etc I en II.

facs 7: slot DONA NOBIS

De laatste pagina ooit door Bach genoteerde muziek die we kennen, en de laatste keer dat hij een compositie besluit met het  Fine D S Gl, Deo Soli Gloria. Maar er is nog iets anders opmerkelijk. Op deze en de drie voorgaande pagina's blijven de vier onderste notenbalken leeg; voor Bach, die toch al zijn notenbalken zelf tevoren moest rastreren en er minutieus op toeziet dat precies het juiste aantal benodigde balken op een pagina komt, hoogst ongebruikelijk. Realiseerde hij zich te laat dat hij de stemmen van het tweede koor niet expliciet hoefde uit te schrijven als ze toch gelijk waren aan die van Koor I? Zie voor Bachs zuinigheid het volgende.

facs 8: Slot OSANNA, begin BENEDICTUS,

Het dubbelkorige OSANNA vergde systemen van 20 balken. De laatste vier maten  laten nog zoveel papier onbeschreven dat Bach erachter begint met het BENEDICTUS dat slechts systemen van drie balken vergt. Maar 6x3=18 dus prutst Bach er onderaan nog een één-en-twintigste balkje bij, om geen papier te verspillen!

facs 9: De, aan het slot van het CREDO opgetekende tweede versie van de vocale partijen van het ET-IN-UNUM-duet, waarin dus de woorden Et incarnatus est etc, ontbreken. Met het merkwaardige opschrift Duo Voces Articuli 2: "met de twee stemmen bedoel ik het tweede geloofsartikel", Christus. Nog afgezien van de spelfout (Duo moet zijn Duae): het is nogal ongebruikelijk dat een componist er de interpretaties bijlevert. Bij de twee andere duetten die de rol van Christus bespreken (CHRISTE ELEISON en DOMINE DEUS had hetzelfde kunnen staan. Zie over de achterliggende 'kwestie' mijn artikel..

facs 10: Laatste pagina van het ET-IN-UNUM-duet met de - toegevoegde, instrumentale - eerste vier maten van het CRUCIFIXUS, gekrabbeld in een resterend hoekje, achter het slot van ET-IN-UNUM, met onder de dubbele streep het verwijzingsteken naar het - tussenliggende - ET INCARNATUS.

facs 11: Eerste pagina van het ET INCARNATUS, op een los vel.

 

Op de te Dresden in 1733 achtergelaten partijen treffen we ook de handschriften aan van enkele anderen.
facs 12: De eerste viool-partij, in Dresden geschreven door Bach zelf.
facs 13: Eerste-vioolpartij in het handschrift van Friedemann.

Omdat violen (i.t.t. vocale partijen!) altijd meervoudig bezet waren moesten er ook meerdere exemplaren van viool-partijen worden aangemaakt. Deze zg doubletten werden niet uit de partituur gekopieerd maar vanaf de eerste partij. Dat Friedemann, inmiddels 22 jaar oud en midden in zijn verhuizing, aan het Dresdense kopieerwerk eind juli '33 deelnam is verbazend. Hij had al jaren niet meer aan het huiselijk kopieerwerk bijgedragen en zal in de eerste maand van zijn nieuwe baan niet om werk verlegen zijn geweest. Het illustreert wellicht de druk waaronder de familie, buiten het bereik van de gebruikelijke student-kopieerders, het karwei moest klaren.

facs 14: Violoncello-partij, in het handschrift van Anna Magdalena
facs 15: Sopraan II-partij, in het handschrift van Carl Philipp Emmanuel.

Enkele andere wetenswaardigheden uit het manuscript vertoon ik in het tweede deel van mijn korte Inleiding Hohe Messe