Het cantateproject van Hans Brandts Buys: oorsprong van de Nederlandse Bachcantate-traditie
Nederland is niet alleen het land waar ter wereld de meeste Matthäus-Passionen worden uitgevoerd, absoluut, niet eens ‘per hoofd van de bevolking'; hier worden ook veruit de meeste Bach-cantates uitgevoerd, zoals het - wellicht niet volledige maar waarschijnlijk wel representatieve - mondiale overzicht uitwijst. Niet alleen in de grootste aantallen trouwens, maar ook in de grootste diversiteit: terwijl in andere landen de aloude repertoirestukken zoals de solocantates 51 (Jauchzet Gott in allen Landen), 56 (Kreuzstab) en 82 (Ich habe genug) en populaire cantates als 4, 21, 140, 131 nog oververtegenwoordigd zijn, kan men in Nederland jaarlijks een vrijwel representatieve doorsnede van Bachs 200 kerkcantates beluisteren.
Zoals de door mij beheerde Nederlandse Bachcantate Agenda uitwijst zijn op zo'n 15 plaatsen in Nederland jaarlijks drie of meer cantates te horen, op zes plaatsen worden zelfs acht tot tien cantates per jaar uitgevoerd.
Hoewel de grote belangstelling voor deze cantates in Nederland, aan de zijde der uitvoerenden zowel als aan de zijde van het publiek, ongetwijfeld verklaard moet worden uit dezelfde algemene culturele factoren die ook het succes van de Matthäus-Passion verklaren, zijn er toch goede redenen om de blik ook te richten op degene die in Nederland voor het eerst op grote schaal Bachcantates uitvoerde: Hans Brandts Buys (componist, dirigent, publicist), zie mijn biografische notitie. Hij was tot zijn plotselinge overlijden in 1959 o.m. dirigent van het Utrechts Studentenkoor en Orkest waarmee hij de traditie vestigde van jaarlijkse uitvoeringen van één van de grote vocale Bachwerken (Matthäus-Passion, Johannes-Passion, Hohe Messe), een traditie die tot de dag van heden wordt voortgezet en een unicum vormt onder de Nederlandse studenten-muziekgezelschappen. En hij bracht daarbij zijn studenten (waaronder mijzelf) in contact met de Bachcantates. Daaruit vloeide weer voort de start, in 1967, van de tweede Nederlandse cantatereeks, de Utrechtse Bachcantatediensten in de Geertekerk, een reeks die ook tot heden voortduurt en thans onder leiding staat van Gerrit Maas die daarin o.m. werd voorgegaan door Brandts Buys' opvolgers als USKO-dirigent, Jaap Hillen, Harold Lenselink en Johan Rooze.
Wie, zoals Brandts Buys, in de jaren ‘40 en ‘50 van de vorige eeuw Bachcantates wilde uitvoeren kon de daarvoor noodzakelijke koor- en orkestpartijen niet eenvoudig bij een uitgever of bibliotheek bestellen. Van de cantates waren weliswaar alle partituren gepubliceerd in de negentiende eeuwse Bach Gesamt Ausgabe (BGA) maar orkestpartijen moest een uitvoerder zelf afschrijven, en uiteraard moest hij de (al dan niet becijferde) basso-continuopartij uitwerken tot partijen voor orgel en/of clavecimbel. Dat deed Brandts Buys. Hij schreef de partijen op transparanten waarvan lichtdrukken ten behoeve van de uitvoerenden konden worden gemaakt. Bovendien werkte hij de basso-continuo uit voor toetsenisten voor wie het ‘becijferde-basspelen' destijds (nog/weer) volledig onbekend was. Voor zangers waren er weliswaar de bekende klavieruittreksels van Breitkopf, maar voor een koorlid van de Hilversumse Cantate Vereniging dat per seizoen misschien tien of twaalf cantates te zingen kreeg was het aanschaffen daarvan in de magere jaren vijftig geen optie; er werd dus gezongen uit de wel betaalbare kleurige stemboekjes van Breitkopf (afbeelding links) of uit ook al weer door Brandts Buys geproduceerde zangpartijen (rechts) die allemaal aan het zelfde euvel leden: er stonden alleen de door één stemgroep te zingen noten in, gescheiden door vele maten rust en een enkele stichnote.
Na Brandts Buys' dood werd de Utrechtse Gemeentelijke Muziekbibliotheek opgericht op basis van dit uitvoeringsmateriaal, dat nog vele jaren werd uitgeleend ten behoeve van cantateuitvoeringen in Nederland; zelfs de heren Leonhardt en Harnoncourt gebruikten het voor de eerste opnames van hun integrale cantateproject in de jaren '70.
Toen de Utrechtse Muziekbibliotheek begin 2020 ging verhuizen naar de Neude moest worden geconstateerd dat de collectie zijn praktische betekenis als uitvoeringsmateriaal inmiddels al jaren was verloren en kreeg ik gelegenheid als opruimer zijn werk nog eens door mijn vingers te laten gaan. Zie het verslag van mijn reddingsoperatie.
Het cantatemateriaal beslaat ongeveer 15.000 pagina's, grotendeels op folio-formaat, waarvan 3.000 aan uitgewerkte continuopartijen; alleen al van de Matthäus-Passion omvat zo'n partij een 100 pagina's. Als we ervan uitgaan dat Brandts Buys ("Hans" voor zijn studenten) slechts muziek schreef voor uitvoeringen die ook werkelijk hebben plaats gevonden verraadt dit werk dus een integraal cantateproject, dat alleen niet op CD of een andere geluidsdrager is gedocumenteerd. Zelf relativeerde Hans zijn monnikenwerk altijd met de opmerking 'Bach moest het ook nog zelf componeren'; dat is weliswaar juist, maar Bach hoefde slechts een partituur te produceren, studenten schreven daarvan de partijen af en continuospelers behoefden geen uitgewerkte partij omdat ze becijferde bas konden spelen. En het, voor vreemden leesbaar schrijven op transparanten is aanmerkelijk arbeidsintensiever dan het schrijven voor intimi en eigen gebruik.
Al rond het jaar 2000 stelde ik mij de vraag of Johann Sebastian Brandts Buys wellicht de eerste is geweest die, na Johann Sebastian Bach, vrijwel al diens 220 resterende cantates heeft uitgevoerd, met zijn studenten in de oorlog (Amsterdam, Leiden, Utrecht), met het USKO, zijn Hilversumse Cantatevereniging (HCV) en diverse andere gezelschappen en lang vóór de thans bekende integrale opnames van Leonhardt/Harnoncourt, Rilling, Leusink, Koopman e.a.
Dat bleek niet het geval. Hij is daarin waarschijnlijk voorgegaan door Thomaskantor Karl Straube die in de dertiger jaren van de twintigste eeuw de meeste cantates voor de Mitteldeutsche Rundfunk uitvoerde, een project waarvan nog wel opnames blijken te bestaan. Ook W. Gillies Whittaker (1876 - 1944) heeft met zijn Newcastle Bach Choir vanaf 1915 waarschijnlijk alle cantates uitgevoerd, in het Engels (!), getuige de twee lijvige delen The Cantatas of J.S. Bach, Sacred and Secular, die pas in 1959 werden gepubliceerd (London, Oxford Univ. Press).
Maar het leek me niettemin zinvol te trachten om dit ‘derde moderne integrale cantateproject' - en het eerste op Nederlandse bodem - waaraan vrijwel geen klinkende herinnering bestaat enigszins te documenteren. In eerste instantie door maar eens te proberen een zo volledig mogelijke lijst van zijn cantate-uitvoeringen op te stellen. Dat bleek helaas (nog) niet mogelijk, door het ontbreken van de primaire gegevens over de jaren 1947 - 1955; het onvolledig resultaat vindt u hier
Hier vindt u het voorlopig resultaat van mijn research in progress; het onderzoek stagneert, bij gebreke van feitelijke gegevens over de jaren 1948 - 1954.